Deserteurs uit de legers van beide contracterende mogendheden zullen worden aangehouden om op basis van wederkerigheid te worden overgeleverd aan het land van herkomst tegen vergoeding van de gemaakte kosten. De overdracht zal geschieden met wapens, uitrusting en paarden. Achtervolging van deserteurs op het gebied van de andere contracterende mogendheid is niet toegestaan. De officieren kunnen elkaar echter wel informeren. Een ordonnantie zal worden uitgevaardigd, die het burgers verbiedt deserteurs te helpen of hun uitrusting te kopen. De rechter ter plaatse zal overtredingen van de conventie summier moeten berechten en de bedreigde boetes vorderen. De helft van de boete zal worden genoten door de burgerlijke officieren. De commandant van de plaats waar een deserteur wordt aangebracht dient een beloning uit te betalen op kosten van de mogendheid waaraan de deserteur wordt uitgeleverd. Veiligheidshalve zullen ook vagebonden van militaire gestalte ter uitwisseling worden aangehouden. Worden zij echter verdacht van capitale delicten, dan worden zij "geabandonneerd" aan de competente rechter ter plaatse van hun aanhouding. De conventie wordt aangegaan voor de duur van tien jaar en is op 15 mei 1742 op de gebruikelijke wijze te Brussel geratificeerd.