Zijne Majesteit bevestigt en vernieuwt waar nodig de verordeningen door de voorvorsten uitgevaardigd ten behoeve van de handhaving der openbare orde. De raden-fiscaal en rechterlijke officieren dienen dienovereenkomstig te ageren tegen overtreders. De rechters zullen de doodstraf op mogen leggen, waar zulks volgens de plakkaten geoorloofd is. De commandant-generaal dient ten verzoeke van de provinciale hoven van justitie of van de politie bijstand te verlenen en door middel van patrouilles de openbare rust te bevorderen. Voor zo lang nog niet naar de geest des tijds is voorzien in het toezicht op de drukpers, blijven de oude verordeningen terzake van kracht; voor buitenlands drukwerk met name (?1729-06-25). Zijne Majesteits onderdanen worden vermaand zich te onthouden van het dragen van cocardes en van het gebruik van termen die op partijschap duiden (royalist, patriot, aristocraat, democraat, Vonckist, etc.). Het staat eenieder vrij civiele acties te vervolgen langs de gereguleerde wegen der justitie.