Het reglement behelst bouwvoorschriften voor schoorstenen en daken van huizen, brouwerijen, smederijen, "esdens" (droogovens) en dergelijke. De opslag van brandstoffen en brandgevaarlijke stoffen wordt aan regels gebonden. Het roken van tabak, het afschieten van snaphanen en het onzorgvuldig omgaan met ongebluste as in een brandgevaarlijke omgeving wordt verboden. Indien ergens brand uitbreekt, dient men onmiddellijk de naburen te waarschuwen, evenals de rotmeester, die verantwoordelijk is voor het blusmateriaal, en de wethouders, die moeten beslissen of het noodzakelijk is de belendende percelen neer te halen. Indien een aanpalende opstal moet worden neergehaald om uitbreiding van de brand te voorkomen, wordt een schadevergoeding uitgekeerd (GLS 5.1.16).
In het reglement wordt gespecificeerd hoeveel blusmateriaal, waar voorhanden moet zijn. Waar onvoldoende bluswater is moeten brandkuilen worden aangelegd.
Tweemaal per jaar dienen schoorstenen en blusmateriaal geïnspecteerd worden door de rechterlijke offfcieren, twee schepenen en de secretaris, in gezelschap van een timmerman en een metselaar. Veertien dagen voor de visitatie moet het reglement opnieuw worden gepubliceerd. Eventuele boetes zijn onmiddellijk invorderbaar. De opbrengst ervan komt ten goede aan de ontvanger der exploten van het Hof van Gelre.