Onderdanen van de Pruisische koning, die gevlucht zijn uit de bezette gebieden van Kleef, Mark, Meurs en Opper-Gelder, worden vermaand om naar hun woningen terug te keren, op straffe van confiscatie van hun onroerende goederen. Pachters mogen geen betalingen meer verrichten aan gevluchte grondeigenaren. Zij moeten contact opnemen met de Keizerlijke en Koninklijke Administratie te Kleef.