Indien officieren vorderingen instellen tegen onderofficieren of gemene soldaten, dienen de desbetreffende gelden niet uitbetaald te worden, maar in gerechtelijke bewaring te worden genomen, totdat een verklaring is overlegd van de commanderende officier, dat tegen uitbetaling geen bezwaar bestaat. Zijne Majesteit belast de Geheime Staatsraad en president van het hoogste appelhof, von Plotho, met de bekendmaking van dit bevel.