In aanvulling op (? 1788-07-14_1) wordt bepaald, dat wissels en schuldbekentenissen van minderjarigen van rechtswege nietig zijn en dat deze nietigheid ook geldt ten opzichte van derden, die dergelijke wissels of schuldbekentenissen te goeder trouw hebben geaccepteerd. De verordening wordt mede uitgevaardigd, om minderjarigen te beschermen, tegen de vorderingen van geldschieters te kwader trouw, die hen hebben verleid tot het aangaan van verboden leningen.