Aangezien eerder ter zake uitgevaardigde edicten niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, herhaalt Zijne Majesteit het reeds bestaande duelleerverbod. Overtreders van dit verbod zullen wegens opzettelijke doodslag aan den lijve worden gestraft, indien hun slachtoffer binnen negen dagen na het duel komt te overlijden en dit overlijden niet te wijten is aan slechte medische verzorging of zelfverwaarlozing door het slachtoffer, tenzij de doodslager gehandeld heeft in gerechtvaardigde noodweer. Burgerlijke en militaire overheden dienen alle mogelijke inspanningen te verrichten om de betrokkenen bij het duel aan te houden en deze te berechten. Zij dienen zorg te dragen voor de medische verzorging van het slachtoffer, en voor sectie en obductie door een beëdigde medicus of chirurgijn, indien hij binnen negen dagen zou komen te overlijden. Ter vermijding van discussie over de dodelijkheid van verwondingen, wordt elke verwonding, toege\nacht tijdens een duel, voor dodelijk gehouden, indien het slachtoffer binnen negen dagen daarna overlijdt. De generaal-auditeur, criminele rechters, juridische faculteiten en schepenstoelen dienen overeenkomstig te handelen. De generaal-fiscaal dient hierop toe te zien. Het edict dient zowel in het leger als in de Pruisische landen door de druk bekend gemaakt te worden.