Joseph II gelast de invoering van een nieuw reglement terzake van de burgerlijke rechtsvordering, met ingang van l mei 1787. De thans reeds aanhangige processen moeten vanaf die datum volgens de nieuwe stijl worden afgewikkeld. Alle wetten en costumen ter contrarie worden afgeschaft. De rechters dienen zich te onthouden van interpretatie van het reglement. Zij zijn aansprakelijk voor schade en interessen van partijen wegens afwijking van het gelibelleerde reglement. Het reglement is ingedeeld in 39 hoofdstukken, tezamen 150 bladzijden druks. Achtereenvolgens worden behandeld: algemene voorschriften (l); voorschriften met betrekking tot de mondelinge en schriftelijke procedure (2, 3); vrijwaring (4, 7, 8); reconventie (5); handelingsbekwaamheid (6); faillissementsrecht (9); betwisting van rekeningen (10); bewijsrecht (11-17); eden (18-22); vorm van procesakten (23); vonnis, appèl, revisie en nulliteit (24, 25); minnelijke schikking en arbitrage (26, 27); personele en reële arresten, sequester (28, 29, 30); tenuitvoerlegging (31); respijt en atterminatie (32); cessie (33); restitutio in integrum (34); gerechtelijke vacanties (35); betekening van decreten en mandementen (36); proceskosten (37); en tenslotte voorschriften voor advocaten en rechters (38, 39).