Zijne Majesteit stelt deserteurs, die de dienst hebben verlaten voor de publicatie van onderhavig generaal pardon, mits zij onder de wapenen terugkeren tussen 1 januari en eind april 1785, in de gelegenheid zulks straffeloos te doen, tenzij ze zich ook nog aan andere zware misdrijven hebben schuldig gemaakt. Soldaten die zich in deze periode opnieuw aanmelden, maar die niet meer geschikt blijken voor de dienst, zullen vrijelijk in de Oostenrijkse Nederlanden mogen blijven. Voor het overige blijven de straffen van de militaire artikelbrieven van kracht.