Onder verwijzing naar het Eeuwig Edict van 12 juli 1611 wordt in herinnering geropen, dat de doop-, trouw- en begrafenisregisters, zoals door de pastoors bijgehouden, bewijskrachtige akten opleveren, die toelaatbaar zijn in civile procedures en dat het daarom van groot belang is, dat in het Eeuwig Edict daarom aan de parochie geestelijkheid daarom de verplichting is opgelegd, jaarlijks een authentiek afschrift van bedolede registers te deponeren in de archieven van de lokale overheden. Aangezien deze verplichting in onvoldoende mate wordt nagekomen, heeft de koning besloten desbetreffend bevel te hernieuwen. Voortaan dienen de pastoors jaarlijks bij het Justiz-Collegium een overzicht in te dienen van geboorten, huwelijken en overlijdens, gerubriceerd als "Heerschappelijcke Kercken-Tabellen". Deze verplichting rust ook op de rectores van kerkelijke stichtingen met recht van begrafenis. (? 1770-05-01) betreffende de verplichting van pastoors tot melding van het overlijden van geprivilegieerde personen onder achterlating van onmondige kinderen, wordt eveneens vernieuwd.