Het reglement heeft betrekking op tijdstip en tijdsduur van de vergaderingen van het Hof, de absentie van raadsheren tijdens de zittingen, de wijze van rapporteren in de raad, de vergoeding voor rapporteur, de boeten voor verworpen requesten civiel, de taxatie van kosten, het geheim van de raadkamer, debatten van sub- en obreptie, wijdlopige geschriften van advocaten, de tijdsduur waarbinnen op verzoekschriften moet worden beschikt, de taken van de kanselier, het renvoyeren van supplianten naar hun competente rechter, het houden van verbalen ten overstaan van commissarissen, adjuncten en griffier, de taak van de commissaris ter rolle, het rapporteren van raadsheren in communicatoire processen, de taken van griffiers en hun klerken en de gerechtelijke verkoop van gesubhasteerde goederen. Het reglement voorziet ook in de interpretatie van (? 1669-05-25) terzake van de recusatie van rechters. Kanselier en raden dienen zich bij hun werkzaamheden verder te voegen naar de kanselarij-instructies van 1547 en 1609. De momber dient de instructie van 14 juli 1569 (CB 2, fol. 152) na te leven, voor zover de bepalingen van het onderhavige reglement niet anders voorschrijven.