Naar aanleiding van klachten over de administratie der justitie vermaant de koning alle regeringen en justitiecolleges, van hoog tot laag, bij de uitoefening van hun functie het recht, de landswetten, verordeningen en bevelen steeds voor ogen te houden en alles te doen om de afdoening van processen te bespoedigen en te waken tegen de chicanes van advocaten. Zij dienen hun vonnissen afdoende te motiveren. De hogere rechters dienen bovendien goed toezicht te houden op lagere rechters, met name ook in inquisitoire procedures. Nalatige rechters en advocaten zullen streng worden gestraft.