Het Justitz-collegium verbiedt krachtens kabinetsorder, op straffe van vestingarrest, aan amptlieden, scholtissen, richters, secretarissen en advocaten, die door de regering uit hun ambt zijn ontzet door het geven van onware voorstellingen van zaken over de toedracht onrust te veroorzaken. Tevens herhaalt de regering het in (? 1746-01-14_1) vervatte verbod van uitheemse advocaten, procureurs en practizijns te ge\nuiken voor het opstellen van procesacten, zoals communicatoire geschriften en dictamina ter rolle. Dergelijke geschriften mogen alleen worden toegelaten, indien zijn door een geadmitteerde advocaat zijn ondertekend.Amptlieden, drossarden, scholtissen. voogden en secretarissen mogen zich in ambtsbezigheden evenmin door vreemde advicaten laten bijstaan, op straffe van arbitrale correctie.