Aangezien de koning bij rescript van 4 november 1779 het Justiz-Collegium in het bijzonder heeft belast met het toezicht op het onderwijs, heeft het Justiz-Collegium het wenselijk geacht een enquete te houden over de kwaliteit van het onderwijs. De magistraten van Gelder, Straelen en Wachtendonck dienen het hof te informeren over het aantal katholieke scholen voor jongens en meisjes, met vermelding van het aantal schoolmeesters en meesteressen en hun salaris; tevens dienen zij in hun overzicht aan te geven of er sprake is van een schoolreglement, de lestijden en schoolvrije dagen, hoe het onderwijs is ingericht, welke boeken worden gebruikt; daarnaast wil het hof vernemen of er in deze steden ook Latijnse scholen zijn; vergelijkbare informatie dient te worden ingewonnen ten plattelande door de lokale overheid in samenspraak met de pastoors (o.a. is het Hof geïnteresseerd in de het antwoord op de vraag of de onderwijzers er aan de drank zijn!). De voogd van het Nederamt Gelder en de scholtis van Venray dienen informatie te verstrekken over de Latijnse scholen te Kevelaer en Venray. De rectores van deze scholen dienen de gevraagde informatie over het onderwijs in het latijn te verstrekken. Jurisdictieheren, magistraten en rectores van scholen worden uitgenodigd voorstellen te doen ter verbetering van de onderwijskwaliteit.