Met ingang van drievuldigheidszondag 1765 houdt de Gelderse Comissio Regia op te bestaan en wordt te Moers een gecombineerde Krieges- und Domänenkammer ingesteld voor de graafschappen Meurs en Gelre. Deze gecombineerde kamer is bevoegd ten aanzien van de administratie van Gelre, de heerlijkheid Montfort, het vorstendom Meurs en van Krefeld. Om te voorkomen dat de Gelderse ingezetenen buitenslands hun belasting verplichtingen moeten voldoen, blijft de subsidiekas te Geldern gehandhaafd. De belastingontvangers en schathefers in Pruisisch Gelre dienen subsidien, schattingen, personele lasten, kopgeld, ambachtsgeld en remissiegeld aan de subsidiekas te Geldern af te dragen. Domaniale inkomsten, zoals de opbrengsten van Maastollen en licenten, het landlicent en dergelijke, alsmede de opbrengsten van de verpachte monopoliën, die voordien aan de Gelderse domeinenkas werden afgedragen, dienen voortaan te worden afgedragen aan de Gelders-Meurse Landrentmeesterij. De ontvangers van tollen en licenten, alsmede de pachters van de diverse monopoliën dienen zich voortaan naar de resoluties van de gecombineerde kamer te richten.