In het kader van (? 1770-06-01) zijn een aantal directe belastingen (kolendwang, bodeloon, stempelgeld, zoutbelasting, landlicent) komen te vervallen of in hoogte beperkt. Het Landes-Administrations-Collegium stelt ter compensatie een subsidiaire personele belasting in, warvan de subrepartitie in de steden door de magistraat dient te geschieden en ten plattelande door regeerders en principale geërfden. Fiscale privileges en exempties zijn op deze subsidiaire personele belasting niet van toepassing.