In verband met de Pruisische interventie in Holland, wegens belediging van princes Wilhelmina van Pruisen, wordt de uitvoer van fourage, alsmede van hooi, stro, haver en rogge en gerst verboden op straffe van confiscatie van fourage, paarden, karren, schepen en vaten, alsmede een boete van vijftig goudgulden, waarvan een derde deel voor de aanbrenger. Het verbod geldt ook voor de uitvoer van graan naar het Oostenrijkse en Hollandse deel van het Overkwartier.