(? 1771-08-27) ten vervolge verbiedt het Landes-Administrations-Collegium nogmaals de uitvoer van koren en graan, alsmede van alle andere levensmiddelen. Dit uitvoer verbod geldt ook ten aanzien van het Oostenrijkse en het Staatse Overkwartier. Overtreding van het verbod wordt gestraft met confiscatie van desbetreffende levensmiddelen, paarden, karren, schepen en vaten, alsmede met een boete van vijftig goudgulden. Eenderde deel van de geldboete valt toe aan de aanbrenger.