Militairen, die tevens statenlid zijn, blijven in criminele zaken, al dan niet van militaire aard, onderworpen aan de jurisdictie van de militaire rechter. Indien zij schuldig worden bevonden aan een crimineel feit, dan moet de militaire rechter, alvorens het schuldig uit te spreken, bericht zenden aan de staten der provincie, zodat men het betreffende medelid kan royeren.
In civiele zaken is het al dan niet gegoed zijn van een statenlid in een provincie het criterium om te kunnen bepalen of de burgerlijke dan wel de militaire rechter terzake bevoegd is. In provincies waar het statenlid gegoed is, is het oppertribunaal van de provincie bevoegd, zowel ten aanzien van reële actiën, als ten aanzien van de afwikkeling van sterfhuizen. Indien men beslag wil leggen op de gage van een militair-statenlid, dient men zich altijd te wenden tot de militaire rechter.