De rechtspraak kent voortaan in alle gevallen drie instanties: eerste aanleg, appèl en revisie. Van revisie zijn uitgesloten vonnissen die in tweede instantie gelijkluidend waren aan het vonnis in eerste aanleg. Alle justitiehoven in de Nederlanden worden opgeheven. Daarvoor in de plaats komt te Brussel een soevereine justitieraad, belast met de rechtspleging in de graad van revisie en met het toezicht op de civiele en criminele rechtspleging (?1787-04-03). Onder deze soevereine raad ressorteren twee hoven van appèl, één te Brussel voor Brabant, Limburg, Gelre, Vlaanderen, Henegouwen, Namen, Doornik, het Doornikse en Mechelen, de andere te Luxemburg voor de gelijknamige provincie. De heerlijke jurisdicties ten plattelande worden opgeheven. De rechtspleging in eerste instantie wordt toevertrouwd aan een nog onbepaald aantal van tribunalen van eerste instantie. Met uitzondering van de militaire rechtbanken worden alle (bijzondere) rechtbanken (waaronder de kerkelijke en die van de Universiteit van Leuven) opgeheven. Alle rechters zullen zich bij hun toelating onder ede moeten verplichten tot strikte naleving van (?1786-11-03).