Ter voorkoming van overbodige processen wordt het aan ambachten, gilden, corpora van lastdragers, wegers, meters en andere functionarissen, aangesteld tot nut van de scheepvaart, de handel en het publiek, verboden om roerende en onroerende goederen, renten, actiën en credieten te vervreemden, of schulden en obligaties aan te gaan zonder octrooi van het Gouvernement-Generaal. Het doen van uitgaven ten laste van de ambachten is alleen geoorloofd voor zover zij voortvloeien uit eerdere transacties. Betalingen aan de ambachten mogen niet langer lopen via de dekens, maar moeten via de magistraat gebeuren. Ambachten kunnen zonder octrooi geen processen aanspannen. Het dagelijks bestuur der ambachten wordt toevertrouwd aan de dekens, die moeten handelen in overleg met commissarissen uit de magistraat. De functies van griffier en klerk en van de andere bedienden der gilden worden opgeheven. In verband met de sanering der financiën moeten de dekens met hulp van de commissarissen een overzicht opstellen van de schulden en verplichtingen der ambachten en voorstellen doen ter delging.