Zijne Majesteit heeft de Staten van Brabant bereid gevonden om garant te staan voor de betaling van de achterstallige renten ten laste van de domeinen tegen 3,5% interest, mits de achterstallen tot 30 juni 1734 worden kwijtgescholden. De crediteuren van Zijne Majesteit hebben de keuze tussen remboursement van het geleende kapitaal met verlies van de achterstallige rente, opgelopen tot 30 juni 1734, of continuering van de lening tegen een rente van 3,5%. Zij moeten hun keuze vóór 1 juni 1738 kenbaar maken aan de rentmeesters die tot dan toe de rente hebben betaald. Na onderzoek van hun aanspraken door de Rekenkamer, zal door de rentmeesters van Leuven, Brussel, of Antwerpen twee jaar achterstallige rente worden uitbetaald op de oude voet. Zij die na 6 juni van hun voorkeur doen blijken verliezen het recht op de uitbetaling van achterstallige rente tot 30 juni 1734 en krijgen voortaan een rentevergoeding van 3,5%. Zij die krachtens substitutie, fideïcommis, hypotheek of anderszins recht menen te hebben op een aandeel in de uit te betalen rente, moeten daarvan eveneens binnen dezelfde termijn doen blijken. De gebruikelijke bescherming van absenten, wezen, minderjarigen (?1735-11-02), geestelijken, militairen en anderen wordt voor deze gelegenheid opgeheven.