Militairen mogen hun legerplaats niet verlaten zonder permissie van de garnizoenscommandant. Het verlenen van die permissie is aan stringente voorwaarden gebonden. Militairen mogen geen verversingen eisen van de burgerbevolking, zij het onderdanen van Zijne Majesteit, zij het de bevolking van onder contributie gestelde gebieden. Indien zij meer eisen dan de gebruikelijke leveringen van veevoer, riskeren zij lijfstraffen. Hun commanderende officier moet onderweg op zijn paspoort laten aantekenen, dat er inderdaad geen verversingen zijn geëist. Hij is aansprakelijk voor het gedrag van de soldaten onder zijn bevel. Soldaten die met permissie afwezig zijn, hebben aanspraak op het gebruikelijke munitiebrood. Militairen die niet over een geldig paspoort beschikken, moeten door de burgerlijke overheid, desnoods met hulp van de daartoe met klokgelui opgeroepen bevolking, worden aangehouden en overgeleverd aan de militaire commandant van de naburige stad. Zij kunnen over de grenzen van de verschillende ressorten heen worden vervolgd, mits zij aan de justitie in de plaats van aanhouding worden overgeleverd. De intendant van het district dient per opgebrachte soldaat een beloning uit te keren. De kosten van de vervolging der militairen en van de vergoeding van de door hen aangerichte schade zullen langs hiërarchieke weg worden verhaald op het onderdeel waartoe de delinquenten behoorden. Bedelaars en vagebonden worden gesommeerd om binnen het etmaal het land te verlaten. Waarden en gaarkeukenhouders mogen geen soldaten zonder paspoort huisvesten. De lokale overheid dient hierop toe te zien. De verordening dient op de gebruikelijke plaatsen door de civiele en militaire officieren te worden gepubliceerd, en bovendien elke eerste zondag van de maand te worden voorgelezen na de hoogmis.