Omdat in weerwil van het plakkaat van 2 october 1670* op grote schaal hout wordt gekapt door militairen, met name in het Zoniënwoud, wordt het expliciete verbod van het kappen van hout weer in herinnering gebracht. Militairen die het kapverbod overtreden, zullen worden gestraft met drie zweepslagen voor de eerste overtreding, bij de tweede volgt de doodstraf. Kampmeesters, kolonels en andere vlagofficieren, die deze activiteiten oogluikend toestaan, zullen van hun functie worden ontheven. Aangehouden militairen dienen in handen gesteld te worden van de superintendant van de militaire justitie. Verder behelst het plakkaat instructies voor de "lieden van de Rode Roede", die van de drossaard van Brabant en de provoost-generaal, benevens voor de Woudmeester van Brabant, om op de toegangswegen tot Brussel te surveilleren en transporten van illegaal gekapt hout tegen te gaan. Het plakkaat dient zowel door de hoven van justitie als door de militaire officieren te worden gepubliceerd en daarenboven elke eerste zondag van de maand na de hoogmis te worden voorgelezen.