Officieren vanaf de rang van vaandrig en hoger mag men op onderpand van hun gage slechts honderd gulden krediet geven, mits de militair schriftelijke permissie heeft van zijn commandant. Indien aan deze voorwaarde niet is voldaan, heeft de geldschieter geen verhaal op de gage van de militair. Op onderpand van renten of grond kan meer krediet worden verstrekt.
Indien een officier ambtshalve genoodzaakt is om geld op te nemen, dient hij zich te wenden tot de krijgscommissaris van zijn departement. Indien geld geleend moet worden voor de regimentskas, dan is toestemming van de Opper Hofkrijgsraad of van de krijgscommissaris-generaal vereist.
Aan onderofficieren en soldaten mag men geen geld lenen. Militairen, die burgers mishandelen naar aanleiding van hun terechte weigering om op krediet te leveren, moeten door hun commandant onmiddellijk worden gestraft. Wil de klacht ontvankelijk verklaard kunnen worden, dan moet zij binnen het etmaal zijn ingediend.