De verordening instrueert de rentmeesters van genoemde ambten omtrent de registratie en de ontvangst van de achterstallige gerechtigheden, die Zijne Majesteit toekomen van lijfgewins- en keurmedige goederen, erfpachten, erfrenten en tijnsen. Er worden regels gegeven voor verkoop, splijting en overdracht van hofhorige, lijfgewins-, keurmedige, tijns- en erfpachtgoederen: zo ten aanzien van het waarborgen van de vorderingen van de koning, als ten aanzien van diens recht van "ierste koop" of "vernaerdinge" (naasting); evenzo terzake van de registratie van de nieuwe bezitter, wanneer een perceel in andere handen is overgegaan tengevolge van "doodelicke afganck", verkoop, schenking, verpanding, "versittinge", "verbuytinghe", (ruiling) overdracht of magescheid. Aandacht wordt ook besteed aan de "dubbele behandinge" van lijfgewinsgoederen, naast de "enkele" behanding van de overige goederen en het daarover te betalen "gewin". Hierbij wordt verwezen naar het voorlopig reglement terzake van lijfgewinnen, gegeven te Mariemont, 28 juni 1617 (Ms K 3.300). Het wordt scholtissen, schepenen, landschrijvers, gerichtsschrijvers, en gerichtsboden nogmaals verboden om zich in te laten met transacties, van domeingoederen, zonder dat een octrooi van splijting of verkoop kan worden overlegd. Ten aanzien van de betaling en de invordering van 's-konings rechten, en de bestrijding van fraude wordt bepaald, dat de betalingen dienen te geschieden op de gebruikelijke "verschijndagen", en dat rechterlijke officieren aan de rentmeester een generale lastgeving moeten verstrekken om achterstallige betalingen in te vorderen als waren het gepriviligeerde of "tafel"-renten. Het behoort tot de taak van de rentmeester om tienjaarlijks de langs rivieren gelegen domeingoederen opnieuw te laten opmeten om bij de heffing van 's-konings rechten de eventuele aanwas of afslag van grond te kunnen verdisconteren. Tevens dient hij, aan de hand van verklaringen van de gebruikers, laat- en tijnsboeken aan te leggen en deze te verifiëren aan de hand van de protocollen, "bounderboucken" en schatcedullen die de gemeenten gebruiken voor het omslaan van de gemene lasten.