Zijne Majesteit stelt bepalingen ten aanzien van de benoembaarheid van de adellijke leden van de Staten. zij moeten hun afkomst bewijzen middels een bezworen kwartierstaat en in het bezit zijn van een als zodanig aan te merken adellijke huizing. Het reglement geeft voorschriften over de toelatingsprocedure en de wijze waarop men tegen een eventuele afwijzing in beroep kan gaan. Ook vraagstukken als welke graad van verwantschap tussen de riddermatige leden nog toelaatbaar is en of zij zich ter vergadering kunnen laten vertegenwoordigen, worden geregeld. Voor wat betreft de emolumenten van de leden worden bepalingen gemaakt ten aanzien van de adellijke "franchise" (vrijheid) en van de vacatiegelden. Ten aanzien van het functioneren van de Staten worden voorschriften gegeven, die de duur van de vergaderingen, de onherroepelijkheid van beslissingen, het inzien van retroacten, de rangorde der leden, het voorzitterschap van de erfmaarschalk, de wijze van besluitvorming en de wijze waarop gedeputeerden moeten worden aangewezen tot onderwerp hebben. Voor de gedeputeerden zijn in het reglement voorschriften opgenomen over de duur van hun benoeming, de kosten van buitengewone vergaderingen, de behandeling van voorstellen van de landvoogd en de beloning van gedeputeerden, syndicus en secretaris van de Staten. De uitgaven van de Staten worden aan beperkingen onderworpen. Dit geldt voor het zenden van deputaties naar Brussel en het geven van geschenken aan hoogwaardigheidsbekleders. In het bijzonder gelden deze beperkingen de jaarlijkse "erkentelijkheden" voor stadhouder en kanselier. De eigen inkomsten van de Staten, de "onraedtspenningen", mogen slechts worden gebruikt om de rente van bestaande schulden te financieren, en voor het betalen van de kosten van deputaties, salarissen, adellijke vrijheden en erkentelijkheden. Jaarlijks dient van al deze uitgaven rekening en verantwoording te worden gedaan ten overstaan van twee door Zijne Majesteit aan te wijzen commissarissen. Bij de inning van bede en onraad moet men zich richten naar (? 1680-02-01). Het reglement behelst tenslotte enige voorschriften terzake van de financiële bevoegdheden van de gemeenten. Regels worden gegeven voor het aangaan van verplichtingen met gemeentelijke eigendommen als onderpand, het verkopen of vervreemden van die goederen, het uitschrijven van belastingen,en de aansprakelijkheid voor de kosten van lichtvaardig aangespannen processen. Voorschriften worden gegeven ten aanzien van het aantal "raadsvrunden" te Roermond en ten aanzien van de vergoedingen voor burgemeesters, schepenen en raden van Roermond en Venlo. (?1678-02-15), (?1679-07-08) en (?1680-02-17) komen te vervallen.