• PLAKKAAT TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    (?1720-04-10) ten vervolge, wordt een koers bepaald voor gouden en zilveren munten van Lotharingen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE HANDEL OP HET RIJK IN VERBAND MET DE BESMETTELIJKE ZIEKTE IN FRANKRIJK

    Ter ondersteuning van de maatregelen, die in het Rijk zijn getroffen om te voorkomen dat de besmettelijke ziekte uit Frankrijk zich aldaar verspreidt, wordt bepaald dat handelswaren bestemd voor het Rijk op de kantoren van in- en uitgaande rechten aangeboden moeten worden om te worden verzegeld. De koopwaar moet tevens van een certificaat van herkomst worden voorzien. De magistraat zal die verstrekken na het afleggen van een beëdigde verklaring door de handelaar.
  • DECREET EN CONVENTIE TERZAKE VAN DE UITWISSELING VAN DESERTEURS

    De gevolmachtigd minister beveelt de naleving van de overeenkomst, gesloten te Brussel op 26 mei 1721 tussen Don Francisco Antonio Navarre, namens de keizer en Paul Rameau, namens de keurvorst-prinsbisschop. De conventie regelt de uitwisseling van deserteurs uit de legers van Zijne Majesteit enerzijds en uit de legers van de keurvorst van Keulen en prinsbisschop van Luik anderzijds. De voorwaarden zijn dezelfde als vervat in (?1718-04-21).
  • ROYALE DEPÊCHE AAN DE LANDVOOGD, EUGENIUS VAN SAVOYE, TERZAKE VAN DE BEVOEGDHEID VAN DE PROVINCIALE JUSTITIEHOVEN OM OCTROOIEN TE TOETSEN

    Karel VI verklaart dat het de provinciale hoven niet geoorloofd is zich bezig te houden met de geheime instructie, die Philips IV aan de landvoogdes Isabella heeft gegeven na het overlijden van aartshertog Albert. De provinciale hoven mogen niet roeren aan de vraag of de landvoogdes bevoegd is geweest om octrooien te verlenen, die in strijd zijn met het Eeuwig Edict van 1611 (PB 4.459). Deze depêche zal de provinciale hoven als wet dienen in alle processen betreffende dergelijke octrooien.
  • ROYALE DEPÊCHE AAN DE LANDVOOGD, EUGENIUS VAN SAVOYE, TERZAKE VAN DE BULLA UNIGENITUS DEI FILIUS

    Karel VI verklaart dat de Bulla Unigenitus Dei Filius* strikt moet worden nageleefd. Personen die zich hiertegen publiek en schandaleus verzetten, stellen zich bloot aan canonieke vervolging en zullen worden gestraft naar de wetten en gewoonten van het land. De provinciale hoven moeten actief samenwerken met de episcopale jurisdictie en behulpzaam zijn bij de tenuitvoerlegging van sententies en decreten der geestelijke rechters. Recours van een kerkelijke rechtbank op een provinciaal hof mag niet worden gedoogd. De raden-fiscaal zullen streng optreden tegen pamfletten en libellen, die gericht zijn tegen de Bulla. Opposanten zullen worden gestraft als verstoorders van de publieke rust.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRANEN

    (?1725-06-09 ) wordt ingetrokken.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    De ordonnantie behelst een verbod van het drukken en verspreiden van de "Antwoortbrief gedruckt op den naem van Z.B. van Espen, doctor in de rechten ende professor der Heijlige Canones in de Universiteijt onser Stadt Loven", terzake van de wijding van de (oud-)katholieke aartsbisschop van Utrecht, Cornelis Steenhoven. Exemplaren van deze "brief" dienen door de raden-fiscaal te worden vernietigd wegens hun injurieuze strekking ten opzichte van de breve van Paus Benedictus XIII van 21 februari 1725.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN "EGYPTENAREN" EN VAGEBONDEN

    Alle "Egyptenaren" dienen binnen vier dagen de Oostenrijkse Nederlanden te verlaten. Zij die daarna nog worden aangetroffen zullen worden gegeseld en gebrandmerkt met het teken van de galg. Eenieder die bij zijn arrestatie gemerkt blijkt met de galg, kan zonder verdere vorm van proces worden gehangen. Indien men de aanwezigheid van een bende van zeven of meer personen constateert, dient de bevolking te worden opgeroepen door klokgelui, om de jacht op de onverlaten te openen. Arrestanten zullen worden gehangen in het ressort van hun aanhouding, dat ook de kosten van de executie moet dragen. Indien de vagebonden zich gewapenderhand verzetten, mogen zij onmiddellijk ter dood worden gebracht. Aan de nabestaanden van personen die bij de jacht op vagebonden om het leven komen, zal een pensioen worden uitgekeerd. De rechterlijke officieren worden vermaand goed de hand te houden aan de naleving van de verordening, op straffe van zelf aansprakelijk te worden gesteld voor de schade.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE INVOER VAN WIJN, BRANDEWIJN EN ANDERE SPIRITUALIËN

    De verordening behelst een verbod van de invoer van wijn, brandewijn en andere spiritualiën in kleine vaten of flessen, op straffe van confiscatie van de drank, de gebezigde vervoersmiddelen en een boete van tweehonderd gulden per vat en zes gulden per fles. Indien er geen officieren van in- en uitgaande rechten aanwezig zijn, komt de bevoegdheid om overtreders van het verbod voor de rechters van in- en uitgaande rechten te brengen toe aan alle rechterlijke officieren. In een dergelijk geval vallen de baten ook aan hen toe. Een uitzondering wordt gemaakt voor de invoer van wijn in flessen, mits telkens meer dan één aam wordt ingevoerd in kisten en de hele lading naar één bestemming wordt gevoerd. De invoer van wijn van "St. Laurent van Florentië" en van jenever uit Keulen, Kleef en Gulik voor medicinale doeleinden blijft toegestaan.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN PALISSADEN EN ANDER HOUTWERK BRUIKBAAR VOOR HET AANLEGGEN VAN FORTIFICATIËN

    De verordening behelst de opheffing van het uitvoerverbod, zoals vervat in (?1727-04-03).
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De landvoogdes gelast de bevolking halve schellingen of "plaquetten" tegen de normale koers als betaalmiddel te aanvaarden, zelfs indien zij zeer versleten zijn.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET AANSLAAN EN ARRESTEREN VAN EFFECTEN TOEBEHOREND AAN ONDERDANEN VAN DE PRINS-BISSCHOP VAN LUIK

    De landvoogdes maakt (?1729-10-01) ongedaan. Dientengevolge wordt het beslag op effecten toebehorend aan de onderdanen van de Prins-Bisschop van Luik opgeheven.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE AANHOUDING VAN DESERTEURS

    De verordening behelst een bevel tot herpublicatie van de Conventie van Quievrain terzake van de uitwisseling op basis van wederkerigheid van deserteurs tussen Frankrijk, de Republiek en de Oostenrijkse Nederlanden (?1718-04-21). Onder verwijzing naar (?1725-06-23) worden de straffen gesteld op het niet aanhouden, dan wel helpen van deserteurs herhaald, evenals de instructies voor de rechters ter plaatse voor het berechten van deserteurs.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GOUD EN ZILVER

    De verordening behelst een verbod van de uitvoer van goud en zilver, gemunt, "gewrocht", of in baren, op straffe van verbeurte van het metaal en het dubbele van de waarde, alsmede van de koopwaren waaronder het goud was verborgen en de transportmiddelen. Voerlieden, medeplichtigen en hun opdrachtgevers riskeren bovendien arbitrale correctie. Eenieder die in de nabijheid van de grenzen wordt aangetroffen met goud of zilver, ter waarde van vijftig guldens of meer zal, totdat het tegendeel is bewezen, worden geacht het metaal te hebben willen uitvoeren. Om de koophandel niet te ontwrichten mogen onderdanen van Zijne Majesteit kleine bedragen uitvoeren voor de aankoop van goederen; buitenlanders mogen de revenuen van binnenlands verkochte waren exporteren. Hoeveel geld reizigers mogen meenemen hangt af van hun sociale status en de duur van de reis.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    De landvoogdes verbiedt onder verwijzing naar (?1729-06-25) de invoer en verkoop van het boek getiteld: "Ceremonies et coûtumes de tous les peuples du monde", wegens de blasphemische strekking van het werk.
  • PATENT VAN GENERAAL PARDON VOOR DESERTEURS

    Alle gedeserteerde militairen die zich binnen twee à drie maanden weer naar hun onderdeel begeven wordt amnestie beloofd. Na afloop van de gestelde termijn zullen de straffen van de militaire artikelbrief weer strikt worden toegepast.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET ONDERHOUD VAN WEGEN EN WATERLOPEN

    De verordening behelst een bevel tot strikte naleving van de plakkaten terzake van het onderhoud van de wegen (?1696-03-16). De lokale officieren worden vermaand zich niet tevreden te stellen met de opbrengst der boeten, maar het achterstallig onderhoud ook werkelijk te laten uitvoeren. Indien bij revisitatie door koninklijke officieren blijkt, dat de lokale officieren nalatig zijn gebleven, dan zal het werk tegen dubbel tarief op kosten van de nalatige officieren worden uitgevoerd. Klachten over ten onrechte opgelegde verplichtingen tot herstel zullen pas worden behandeld, nadat het onderhoud is verricht.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET DRUKKEN VAN THEOLOGISCHE THESES

    (?1731-07-09) ten vervolge, worden meer gedetailleerde eisen gesteld aan vorm en inhoud van theologische theses, die worden gedrukt ten behoeve van openbare disputen in kloosters en bijzondere colleges. Men dient zich onder meer te onthouden van allegorieën en toespelingen op andere auteurs. Religieuzen die zich niet aan deze richtlijnen houden verliezen het recht hun theses te mogen laten drukken.
  • GENERAAL PARDON VOOR DESERTEURS

    Alle gedeserteerde militairen en degenen die zich in vreemde krijgsdienst hebben begeven, die zich binnen twee maanden na publicatie van het generaal pardon weer naar hun onderdeel begeven, danwel de vreemde krijgsdienst verlaten en zich voor Zijne Majesteits dienst aanmelden, wordt amnestie beloofd. Wie de amnestie versmaadt zal naar de letter van de militaire artikelbrief worden gestraft.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN VLAS EN HENNEP

    De landvoogdes herhaalt het verbod van de uitvoer van vlas en hennep, zoals vervat in de verordeningen van 28 november 1719 (PB 10a.523) en van 28 october 1724 (PB 10a.535). Zowel de gewone rechterlijke officieren als die van in- en uitgaande rechten zijn bevoegd tot het vorderen van de in bedoelde verordeningen bedreigde boeten.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN TITELS VAN ADELDOM

    (?1735-05-06) ten vervolge, worden degenen die titels van adeldom bezitten, die niet door de Hoge Raad der Nederland zijn verstrekt, opnieuw gedurende drie maanden in de gelegenheid gesteld om hun patenten ter bevestiging aan te bieden. Na het verstrijken van deze periode zal het plakkaat van 1616 (?1724-02-14) strikt worden toegepast.
  • EEUWIG EDICT TERZAKE VAN DE VERENIGBAARHEID VAN ADEL EN GROOTHANDEL

    Onder verwijzing naar de verordening van 1 april 1694 (PB 7.11), het octrooi van 7 juni 1698 (PB 6.472) en dat van 19 december 1722 (ROPBa 3.3.343), verklaart Karel VI "de notre certaine science, pleine puissance et autorité souveraine", dat groothandel te water en te land geen afbreuk doet aan adeldom. Het staat alle edelen derhalve voortaan vrij zelfs zonder speciale ontheffing groothandel te drijven of deel te nemen in handelscompagnieën. De noodzaak brieven van rehabilitatie te vragen komt hiermee te vervallen. Alle wetten, costumen en usantiën die tegen de nieuwe verordening indruisen worden terzijde gesteld.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE LEGES, TE HEFFEN BIJ DE REGISTRATIE VAN ADELSPATENTEN

    De landvoogdes gelast de strikte naleving van de verordeningen van 2 october 1637 (PV 3.1395), 14 augustus 1734 (ROPBa 3.4.557) en (?1735-05-06) terzake van het "interineren en registreren" van "patenten van edeldom, ridderschap ende eertekens", op straffe van nadere provisie tegen de overtreders.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET DRAGEN VAN DEGENS

    De landvoogdes gelast de raden-fiscaal, (wapen-)herauten en andere officieren die zulks aangaat, de verordeningen terzake van het dragen van degens strikt te doen naleven. De rechters worden bevoegd verklaard niet-solvente overtreders arbitrair te straffen.