• ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE CONFISCATIE VAN GOEDEREN VAN PARTIJGANGERS VAN DE "HERTOG VAN ANJOU" (PHILIPS V)

    (?1716-07-17) ten vervolge, wordt eenieder aangemaand om aangifte te doen van voor confiscatie in aanmerking komende goederen van partijgangers van de "hertog van Anjou". Degenen die informatie achterhouden zullen zelf voor het gederfde inkomen worden aangesproken.
  • ORDONNANTIE VAN DE RAAD VAN FINANCIËN TERZAKE VAN DE INVOERRECHTEN OP GOEDEREN BESTEMD VOOR STAD EN LAND VAN WEERT EN HET PLATTELAND VAN HET OVERKWARTIER

    De landvoogd halveert ten behoeve van Weert, Nederweert, Wessem en het platteland van het Oostenrijks Overkwartier de invoerheffingen op Franse en Spaanse wijnen, brandewijn, jenever, zout en tabak. Indien men dergelijke waren te Roermond wil invoeren, of ze wil uitvoeren naar Brabant, dan moet alsnog het volle pond worden betaald.
  • RESOLUTIE TERZAKE VAN DE HANDEL

    Zijne Majesteit besluit om de ontwikkeling van de handel in Binnen-Oostenrijk te stimuleren door het verlenen van privileges aan handelaren en ambachtslieden. Hij stelt ze vrije vestiging in het vooruitzicht. Hij schept mogelijkheden om de Adriatische zee te bevaren onder keizerlijke vlag. Hij belooft de handel te steunen en beschermen. Het wisselrecht dat in Neder-Oostenrijk geldt, wordt ook in Binnen-Oostenrijk afgekondigd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BESTRIJDING VAN VAGEBONDEN EN DESERTEURS

    De ordonnantie bevat een bevel tot herpublicatie van (?1713-10-23) en van (? 1718-04-21). Een aantal aanvullende maatregelen wordt getroffen ter bestraffing van nalatige officieren en ingezetenen.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    De gevolmachtigd minister verbiedt voorlopig de uitvoer van graan. Hij verwacht bericht van de Staten der provinciën* over de opbrengst van de graanoogst om te kunnen beslissen of uitvoer weer kan worden toegestaan. Officieren die nalatig zijn in het beletten van de uitvoer van graan riskeren arbitraire correctie.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    (?1719-10-16) ten vervolge, bepaalt de gevolmachtigd minister dat het uitvoerverbod voorlopig wordt opgeschort. Definitieve intrekking zal volgen zodra uit de berichten van de Staten der provinciën blijkt, dat er voldoende voorraad is voor een jaar. De uitvoer van haver blijft echter verboden.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN KANSSPELEN

    De verordening behelst een verbod van allerlei kaart- en dobbelspelen. Een boete van driehonderd gulden is gesteld op overtreding van het verbod. Het drukken van speelkaarten is verboden. Speelschulden hebben geen verplichtend karakter en mogen niet worden voldaan. Obligaties terzake aangegaan zijn nietig. Eventueel ter delging van speelschulden verpande juwelen moeten worden gerestitueerd, zonder dat inlossing van de pandsom gevorderd kan worden, op straffe van een boete ter hoogte van het viervoud van de verpande waarde.(? Spaans Overkwartier/1699-03-06) en de verordening van 26 maart 1699 worden geacht in deze verordening te zijn geïnserreerd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET ROUWCEREMONIEEL

    Op naam van Karel VI worden de bepalingen van (?1696-06-22) opnieuw uitgevaardigd.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Karel VI verordonneert een nieuwe koers voor de zilveren eçus en Louis d'or van Lodewijk XV, die worden geslagen op voet van het (Franse) edict van mei 1715. Hierdoor worden de desbetreffende bepalingen van (?1718-01-10) en van het plakkaat van 20 april 1714 (ROPBa 3.2.516) buiten werking gesteld.
  • DECREET (a ) TER AFKONDIGING VAN EEN ROYALE DEPÈCHE TERZAKE VAN (ERE-)AMBTEN VERGEVEN DOOR DE "HERTOG VAN ANJOU" (b)

    Karel VI beveelt per depêche de strikte naleving van (?1716-05-16). Alle verpandingen van ambten, beloften van "survivance" of "expectatieve" benoemingen en alle salarisverhogingen, speciale voorrechten, emolumenten en gezagsrechten, die extra verbonden zijn aan ambten, die zijn verkregen tijdens het bewind van de "hertog van Anjou" (Philips V), of van diens partijgangers, worden nietig verklaard. Eenzelfde lot treft alle nieuw gecreëerde functies. Eenieder die bij patent met een dergelijk ambt of emolument begiftigd is, moet de desbetreffende open brief overdragen aan de kanselier van het provinciale hof, die ze op zijn beurt zal doen toekomen aan de gevolmachtigd minister. Een uitzondering wordt gemaakt voor de raadsheren verbonden aan de provinciale hoven, voor zover die tot nu toe zijn gedoogd door de gevolmachtigd minister. Zij worden in de gelegenheid gesteld zich nieuwe patenten te verwerven en zitting te blijven houden volgens rang en anciënniteit. Zij zijn echter wel verplicht het gebruikelijke "medianaat" en "droit de depêche" te betalen op voet van de ordonnantie van 13 juni 1651. Ook andere ambtenaren kunnen op deze voorwaarden nieuwe benoemingsbrieven verwerven. De depêche bevat tenslotte nog enige bepalingen terzake van de hervorming van het Hof van Luxemburg. (a)
  • PLAKKAAT TER VOORKOMING VAN DE VERSPREIDING VAN EEN BESMETTELIJKE ZIEKTE

    De verordening heeft tot doel te voorkomen dat een besmettelijke ziekte, die te Marseille heerst, zich naar de Zuidelijke Nederlanden kan uitbreiden. De lokale overheden in de grensstreken dienen alle zijwegen af te sluiten en alleen de grote koninklijke wegen open te laten. Aan de grenzen zullen op die wegen slagbomen worden aangebracht. Alleen personen die in het bezit zijn van een geldige gezondheidsverklaring mogen worden doorgelaten.* (?1713-10-23) terzake van het bewaken van de wegen en (?1713-10-10), terzake van vagebonden, moeten strikt worden nageleefd. De raden-fiscaal dienen hierop toe te zien. De poorten der steden moeten worden gebarricadeerd. Alleen vreemdelingen in het bezit van een gezondheidscertificaat mogen worden toegelaten. De lokale magistraten moeten de logiesverordeningen aanpassen, zodat herbergiers geen onderdak kunnen verschaffen aan personen, die niet over een dergelijk certificaat beschikken.**
  • ROYALE DEPÊCHE TERZAKE VAN DE ADMINISTRATIE DER JUSTITIE IN HET OVERKWARTIER

    De depêche, gericht aan de landvoogd Eugenius van Savoye, omschrijft de nieuwe personeelsformatie van het Hof van Gelre, dat wordt aangeduid als "conseil provincial" (in plaats van het gebruikelijke "conseil souverain"). Het Hof zal voortaan bestaan uit de kanselier, tevens stadhouder der lenen, twee raden costumier, drie raden van de lange tabberd en een fiscaal, die tevens als raad-ordinaris optreedt in niet-fiscale zaken. Daarnaast beschikt het Hof over de diensten van een griffier, een deurwaarder, twee bodes en een kapelaan. De gage van de kanselier wordt gesteld op duizend florijnen. De overige dignitarissen blijven hetzelfde honorarium genieten als voorheen, met dien verstande dat de momber nooit meer zal kunnen verdienen dan een raad-ordinaris. Bij afwezigheid van de momber moeten diens taken worden vervuld door de jongste raad-ordinaris, zonder extra vergoeding. De beide raden van de korte tabberd moeten minstens gedurende zes maanden per jaar aanwezig zijn. Zij mogen niet gelijktijdig absent zijn.
  • ORDONNANTIE TER VOORKOMING VAN DE VERSPREIDING VAN DE BESMETTELIJKE ZIEKTE

    De verordening behelst een verbod van de in- en doorvoer van zijde, wol en katoen uit Frankrijk. Textielprodukten uit Frankrijk afkomstig zullen worden verbrand. De importeur riskeert een boete van duizend patakons. Produkten die binnen veertien dagen na afkondiging van onderhavige verordening aan de grens arriveren, zullen worden teruggezonden.
  • PROVISIONELE INTERPRETATIE VAN HET REGLEMENT TERZAKE VAN DE JACHT

    De interpretatie voorziet in de aanpassing van (?1683-10-05). Het is voortaan verboden te jagen tussen half april en 1 september, op straffe van een boete van vierentwintig gulden en vergoeding van de schade.
  • PROVISIONELE ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE REVISIE VAN VONNISSEN

    Het Hof van Gelre heft bij gebrek aan raadsheren voorlopig de mogelijkheid op om van vonnissen, die door drie raadsheren zijn uitgesproken, binnen één maand revisie te vragen aan de voltallige raad. Art. 71 van (? 1674-01-08) wordt hierdoor buiten werking gesteld.
  • PROVISIONELE ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De ordonnantie behelst een voorlopig verbod van de circulatie van nieuwe Pruisische munten, op straffe als bedreigd in niet nader aangeduide verordeningen terzake van de circulatie van vreemde munten.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    De verkoop en de verspreiding van het maandblad "Mercure historicque et politicque" wordt wegens de injurieuze strekking van het blad en vanwege belediging van de Heilige Stoel verboden, op straffe van een boete van driehonderd gulden Brabants.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE KWALITEIT VAN EDELE EN TERZAKE VAN TITELS EN BLAZOENEN

    Als edelen gelden de nazaten van oude geslachten, die "openbaar ende notoir" als edelen geleefd hebben, degenen die vereerd zijn met "opene brieven van nobilitate" en degenen die tot de ambtsadel behoren. Het is verboden de naam of het blazoen van een "huis" aan te nemen, indien het in de mannelijke linie is uitgestorven, tenzij men op grond van huwelijkse voorwaarden, testament of dergelijke legitieme beschikkingen daartoe gerechtigd is. Het is verboden bedrieglijke wijzigingen aan te brengen in genealogie0n, sepulturen, epitafie0n of "gelasenvensters". Niet-edelen die in het bezit geraken van een adellijk goed, waaraan een titel is verbonden, of waarvan de naam tevens de toenaam is van een adellijke familie, mogen die titel of toenaam niet voeren. Alleen de titelhouder is gerechtigd tot het voeren van het volle wapen. Andere verwanten en kinderen dienen in hun wapen "te stellen eenige breuken", tenzij de gewoonte anders voorschrijft. Zij die hun adeldom bederven door het uitoefenen van een beroep of ambacht, verliezen hun adellijke privileges en vrijheden, totdat zij hun beroep opgegeven zullen hebben en brieven van rehabilitatie hebben verkregen. Het is verboden de titel van baron te voeren, of zijn blazoen te tooien met vaandels of een kroon, tenzij men een patent kan overleggen, waaruit blijkt dat men daartoe gerechtigd is; indien dergelijke open brieven verloren gegaan zijn, maar het recht notoir is, kan men de aartshertogen om nieuwe exemplaren verzoeken. Alleen zij die tot ridder geslagen zijn mogen zich met die titel tooien. Griffiers, notarissen en dergelijke die uit beleefdheid edelen aanschrijven met een te hoge titel, riskeren een boete van honderd gulden. Ter verkrijging van adellijke privileges kan men zich alleen beroepen op de adelsbrieven verleend door de souvereinen van de Zuidelijke Nederlanden. Alle helmtekens, fleurons en dergelijke dienen binnen drie maanden in overeenstemming gebracht te worden met de waardigheid van de drager van het blazoen. Het blazoen van een bastaard moet zijn voorzien van een balk. Bodes, koeriers en postbodes dienen een blazoen te dragen zonder kroon, aan een ketting ter linkerzijde van het lichaam. De wapenkoning en wapenherauten zullen een register bijhouden waarin elk wapen moet worden geregistreerd. Zij zullen ook alle nieuw verleende adelstitels en octrooien registreren. De raden-fiscaal en de wapenherauten zijn bevoegd tot het calangeren van de overtreders en tot het vorderen van de op overtreding gestelde boetes.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET OPSTELLEN VAN CONTRACTEN VAN HUWELIJKSE VOORWAARDEN, TESTAMENTEN, REKENINGEN EN DERGELIJKE

    Het Hof van Gelre verbiedt, op straffe van nietigheid, het opstellen van contracten van huwelijkse voorwaarden, getuigenverklaringen, testamenten en magescheiden, alsmede het "instellen" van schatcedullen, door niet gekwalificeerde personen. Voor al deze handelingen is de tussenkomst van een landschrijver, secretaris of gerichtsschrijver vereist. Andere extrajudiciële akten mogen echter voor door het Hof geadmitteerde notarissen worden gepasseerd, voor zover het landrecht zulks toelaat.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De muntcirculatie wordt beperkt tot een kleine groep van gouden en zilveren munten, die koers hebben volgens het plakkaat van 3 januari 1698. De "meesters adjusteurs der gewichten, schalen ende balancen" (ijkmeesters) moeten gewichten maken om alle genoemde munten te controleren. Het in circulatie brengen van "geschroyde", "afgesoden", gerande of gesoldeerde munten, benevens het in circulatie brengen van andere muntsoorten, is op straffe van een geldboete verboden. Kleine neringdoenden zullen bij geconstateerde overtreding worden gestraft met drie maanden gedwongen winkelsluiting; groothandelaren riskeren een verbanning van één jaar. Er is een regeling voor de aansprakelijkheid voor familie en personeel. De invoer van sommige muntsoorten, met het oogmerk ze te laten ommunten, is verboden. De importeur zal worden gestraft als publieke dief. De geoorloofde invoer van ander muntmetaal is gebonden aan importverklaringen, die overgelegd moeten worden aan de ontvangers van in- en uitgaande rechten. Degene die opzettelijk te lichte munten in omloop brengt, zal als valsemunter worden gestraft "door den ketel in siedende olie ende water". De muntmeesters-generaal dienen voldoende wisselaars aan te stellen, die aan de hand van een speciale lijst alle incourante munt moeten inwisselen en door klieving ongeldig maken. Het is goud- en zilversmeden niet geoorloofd dergelijke munten op te kopen zonder machtiging van de muntmeester. De verordening behelst tenslotte overgangsbepalingen voor de betaling van schulden en dergelijke. Bij het vervolgen van muntmisdrijven dienen de officieren zich te richten naar de verordening van 20 februari 1652 (PB 3.563). Bedoeld plakkaat zal worden herdrukt.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    (?1725-04-21) wordt ingetrokken wegens mogelijk nadelige effecten. De oude wisselkoersen worden voorlopig hersteld.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    (?1725-04-21) en (?1725-04-30) ten vervolge, wordt een koersverlaging van Louis d'or "geseijt mit de sonne" doorgevoerd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    De verordening behelst een tijdelijk verbod van de uitvoer van graan wegens dreigende schaarste ten gevolge van langdurige regenval. Officieren die uitvoer oogluikend toestaan riskeren arbitraire correctie.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE AANHOUDING VAN DESERTEURS EN TERZAKE VAN DE VEILIGHEID DER WEGEN

    De verordening behelst een bevel tot herpublicatie van (?1713-10-23), (?1718-04-21) en (?1719-09-23). De bewoners der steden en de ingezetenen van het platteland dienen alle deserteurs aan te houden. Nalatigheid zulks te doen, dan wel hulp aan deserteurs, wordt gestraft met een boete van vijfentwintig gulden, te betalen aan het regiment van de deserteur. Bovendien riskeert men arbitraire kastijding. De wethouders ter plaatse zijn gehouden het verschuldigde bedrag voor te schieten, ongepraejudicieerd hun verhaal op de feitelijk nalatige. Deserteurs zullen ter plaatse van hun aanhouding summier worden berecht, zonder mogelijkheid van hoger beroep.