• DEPÈCHE TERZAKE VAN HET TRACTAAT VAN WENEN EN HET TRACTAAT VAN NAVIGATIE EN COMMERCIE

    De landvoogd, graaf van Daun, beveelt de plechtige publicatie van de verdragen, op 31 april en 1 mei 1725 gesloten tussen Karel VI en Philips V. Deze plechtigheid moet plaatsvinden te Roermond op 19 juli 1725, na een plechtige Heilige Mis met Te Deum. Kanselier en raden dienen erop toe te zien, dat de verdragen, in zoverre zij het Overkwartier regarderen, nauwkeurig worden nageleefd.*
  • ROYALE DEPÈCHE TERZAKE VAN DE OPHEFFING VAN DE UNITAIRE RAAD VAN STATE EN HET HERSTEL VAN DE COLLATERALE RADEN

    Zijne Majesteit beëindigt het experiment met de unitaire Raad van State en herstelt de collaterale raden. In zijn royale depèche regelt hij de samenstelling en bevoegdheden van de Raad van State, de Geheime Raad en de Raad van Financiën, alsmede de bezoldiging van de raadsheren en het overige personeel. De Raad van State kan naar believen door de landvoogdes, Maria Elisabeth, worden bijeengeroepen. De grootmeester van haar hof en de commandant-generaal hebben er desgewenst toegang. De Geheime Raad wordt vermaand er zich van te onthouden kennis te nemen van contentieuze zaken of partijen van hun ordinaris rechter te evoceren. Slechts de landvoogdes kan van de regel dat processen verblijven bij de ordinaris gerechten afwijken, indien het zaken met betrekking tot de domeinen betreft, of andere van groot belang. In dat geval is advies van de Raad van State vereist. De vier raden commiezen van financiën krijgen elk een eigen "departement" toegedeeld: het beheer der domeinen, beden en subsidie, in- en uitgaande rechten en tenslotte handel. Voor zover de aangelegenheden van de Raad van Financiën raken aan zaken van politie en justitie moet de thesaurier-generaal handelen in overleg met de chef-president van de Geheime Raad. In elke provincie wordt een intendant belast met het toezicht op de domeinen. Het Overkwartier maakt samen met Limburg en de landen van Overmaze deel uit van het ressort van een enkele intendant en diens subgedelegeerde. De collaterale raden dienen hun werkzaamheden in te richten op voet van de instructies van hun voorgangers.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE RESTITUTIE VAN GECONFISQUEERDE GOEDEREN

    Ter uitvoering van art. 9 van het Tractaat van 30 april 1725 (?1725-07-13) is een nadere overeenkomst gesloten tussen gevolmachtigde ministers van Karel VI en Philips V (Wenen, 5 september 1725), waarbij wordt bepaald, dat de restitutie van geconfisqueerde goederen zal geschieden per 1 november 1725.
  • PATENT TERZAKE VAN DE PRAGMATIEKE SANCTIE

    De Open Brief heeft betrekking op de uniforme erfopvolging in alle landen van Zijne Majesteit en regelt die op zodanig wijze, dat nimmer een der samenstellende delen, ten gevolge van dynastieke perikelen, van het geheel zal kunnen worden afgescheiden.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE BESTRAFFING VAN VALSEMUNTERS

    De verordening voorziet in de doodstraf door de galg voor valsemunters, zelfs wanneer hun produkten de juiste intrinsieke waarde mochten hebben.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE ERETITELS, VERLEEND DOOR PHILIPS V

    Ter uitvoering van art. 9 van het vredesverdrag van 30 april 1725 (?1725-07-13), wordt iedereen die tijdens de Spaanse successieoorlog adelsbrieven en dergelijke heeft verworven, gedurende één jaar de gelegenheid geboden bedoelde akten te laten verifiëren en registreren bij de Raad van Financiën, de rekenkamers of op andere plaatsen waar zulks behoort. (?1718-10-12) komt te vervallen. Patenten die op grond van die verordening in beslag zijn genomen, zullen worden teruggegeven.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De verordening behelst een experimentele koerswijziging van Franse munten. De muntkoersen zoals vervat in de verordening van 22 januari 1714 (ROPBa 3.2.499), (?1718-01-10) en (?1720-04-10) worden gewijzigd.
  • TRACTAAT TERZAKE VAN DE HANDEL OP TUNIS

    Het verdrag geeft voorschriften ter bevordering van de handelsvaart op Tunis en is door tussenkomst van Ottomaanse commissarissen bij de regering van Tunis tot stand gebracht.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    De landvoogdes beveelt de intrekking van de ordonnantie van 22 januari 1726 (ROPBa 3.4.3)* terzake van de uitvoer van graan.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE WERVING VAN SOLDATEN VOOR VREEMDE MOGENDHEDEN

    De landvoogdes verbiedt in verband met de oprichting van zgn. "nationale regimenten", onder verwijzing naar (?1672-08-01), het ronselen van militairen voor vreemde mogendheden. De straffen in voorbedoelde ordonnantie zullen zowel ten aanzien van ronselaars als van geronselden strikt worden toegepast.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN PALISSADEN EN ANDER HOUTWERK BRUIKBAAR VOOR HET AANLEGGEN VAN FORTIFICATIËN

    De landvoogdes verbiedt de uitvoer van palissaden en ander houtwerk bruikbaar voor het aanleggen van fortificatiën, op straffe van honderd gulden boete en confiscatie van de transportmiddelen.
  • TRACTAAT TERZAKE VAN DE HANDEL OP ALGIERS

    Het verdrag geeft voorschriften ter bevordering van de handelsvaart op Algiers en is door tussenkomst van Ottomaanse commissarissen bij de regering van Algiers tot stand gebracht.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BRANDPREVENTIE

    Het Hof van Gelre verbiedt om met niet-afgeschermde lampen stallen en zolders, waar hooi, stro en ander brandbaar materiaal ligt opgeslagen, te betreden. De verordening moet jaarlijks op de eerste zondag van october opnieuw worden afgekondigd.
  • ORDONNANTIE EN REGLEMENT TERZAKE VAN HET NOTARIAAT

    De verordening voorziet in de instelling van een aantal permanente depots voor notariële akten onder het beheer van een erfelijk "tabellion", "beamptschrijver", of aktenbewaarder. Het behoort tot de taak van de tabeljoen en van zijn commiezen om alle akten, testamenten en dergelijke, gepasseerd voor lokale notarissen en griffiers, te waarmerken en te verzegelen met het speciale zegel van het depot randschrift: "Zegel voor d'acten van het ressort van ..." en ze vervolgens permanent te bewaren. Aldus gewaarmerkte akten zullen zonder meer voor authentiek gehouden worden. De handtekeningen van de tabeljoen en van zijn commiezen zullen worden geregistreerd bij de provinciale hoven en schepenbanken. Notarissen, griffiers, of hun erfgenamen dienen alle originele minuten van akten voor hen verleden sedert 1 januari 1725 aan de tabeljoen over te dragen. In de toekomst dient overdracht der stukken maandelijks plaats te vinden. De verordening behelst verder instructies voor het registreren en toegankelijk maken der akten en voorschriften met betrekking tot leges en griffierechten. De tabeljoen geniet vrijheid van inkwartiering, wachtdiensten, voogdij, mombardij en van alle stadslasten. Het ambt van tabeljoen is verenigbaar met andere magistraatsfuncties. Belangstellenden voor het ambt kunnen zich te Brussel aanmelden bij Joannes Carolus Swarts, raad en commies van domeinen en financiën. Een lijst van de op te richten depots is bijgevoegd.
  • ORDONNANTIE EN PLAKKAAT TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Om het drukken van boeken, onwelgevallig aan staat en religie, tegen te gaan, wordt van degene die het beroep van drukker wenst uit te oefenen een verklaring omtrent het geloof vereist, af te geven door bisschop of pastoor, alvorens octrooi kan worden verleend. Aspirant-drukkers moeten beloven geen niet-gecensureerde godsdienstige, politieke, of historische werken te drukken. Zij moeten elk boek van dien aard vooraf onderwerpen aan het toezicht van de bisschoppelijke censor. Een dergelijk boek moet ondertekend zijn door de auteur. Het gedrukte werk zal door de censor met het manuscript worden gecollationeerd. De akte van approbatie moet eveneens worden afgedrukt. Het is verboden boeken te herdrukken die door het Concilie van Trente zijn verboden en die worden vermeld op de zgn. "Lijst van Madrid" uit 1624.* Twee exemplaren van elk boek moeten worden gedeponeerd in de Koninklijke Bibliotheek. De raden-fiscaal zullen regelmatig onaangekondigd drukkerijen en boekwinkels visiteren. Boekhandelaren dienen desgevraagd inventarislijsten te verstrekken. Een lijst van geïmporteerde boeken moet binnen één maand aan het officie-fiscaal worden verstrekt. Verboden boeken zullen worden geconfisqueerd. Dubieuze boeken zullen worden gecensureerd. Deze regels zijn ook van toepassing op boekverkopers op jaarmarkten en op veilingen van boeken uit sterfhuizen. De kwaliteit, graad, of functie van een erfgenaam is mede bepalend voor de vraag of iemand bepaalde (verboden) boeken zal mogen behouden. De provinciale hoven moeten, indien zij voornemens zijn octrooi te verlenen voor het drukken van een boek, toestemming vragen aan de landvoogd.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN KANSSPELEN

    De verordening behelst een verbod van kaart- en dobbelspelen. Overtreding van het verbod wordt gestraft met een boete van vijfhonderd gulden per speler. Het drukken van speelkaarten wordt verboden. Zij moeten worden verbrand of uitgevoerd. Speelschulden zijn geen ereschulden en de betaling ervan is niet alleen niet in rechte afdwingbaar, maar is zelfs strafbaar met een boete van duizend gulden. Obligaties terzake zijn nietig. Ter delging van speelschulden in pand gegeven juwelen moeten door de pandhouder om niet worden gerestitueerd. (? 1699-03-06) en de verordening van 26 maart 1699 (PB 5.104) worden geacht met deze verordening één geheel uit te maken.
  • EDICT TERZAKE VAN ADELLIJKE TITELS EN BLAZOENEN

    Zijne Majesteit vermaant de provinciale hoven van justitie conform het edict van 14 december 1616 (?1724-02-14) erop toe te zien, dat niemand zich in processtukken en andere officiale akten een titel aanmatigt, die hem niet toekomt. Vermelding ervan in offici0le akten geldt zonder bijkomend bewijs niet als argument om aan te nemen, dat iemand tot het voeren van een titel gerechtigd zou zijn. Conform de verordeningen van 2 oktober 1618 (PV 3.1392), 18 februari 1631 en 1 februari 1650 moeten de raden-fiscaal, wapenkoningen en wapenherauten in processen terzake van adelstitels summier procederen. Indien zij het proces langer dan drie maanden onvervolgd laten, mag een andere wapenheraut het proces overnemen. De Raad van Financiën, rekenkamers, wapenkoningen en wapenherauten mogen alleen patenten registreren die zijn afgegeven op voet van art. 10 van de verordening van 1616 en op voet van de verordeningen van 13 januari 1649, 21 juni 1649, 23 maart 1650, 29 september 1723 en 19 juli 1724 (ROPBa 3.4.282, noot 3). Merktekens van burgers mogen geen reminiscenties oproepen aan adellijke blazoenen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Onder verwijzing naar (?1729-06-25) verbieden kanselier en raden, dat ingezetenen van het Overkwartier hun drukwerk hetzij geschriften, theses, aflaatbrieven, doodsbrieven, ordonnantiën en dergelijke buitenlands laten drukken.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN HET VERKOPEN OF VERVREEMDEN AAN BUITENLANDERS VAN STUKKEN GROND, HEERLIJKHEDEN, OF LENEN, GELEGEN OP DE GRENZEN VAN DE OOSTENRIJKSE NEDERLANDEN

    De verordening gaat terug op de ordonnantie van 27 augustus 1539 (P 7, fol. 183v-184r; ROPBa 2.4.135) en behelst een verbod van het verkopen of vervreemden van stukken grond, heerlijkheden, of lenen gelegen "op de palen" van de Zuidelijke Nederlanden, zonder toestemming van de Brusselse regering. Het verbod richt zich vooral tegen adellijke en geestelijke grondheren. Overtreding van het verbod wordt gestraft met confiscatie van het onderhavige onroerende goed.
  • GENERAAL PARDON VOOR DESERTEURS

    Alle gedeserteerde militairen die zich binnen twee & drie maanden weer bij hun onderdeel aanmelden, wordt amnestie beloofd. Na afloop van de gestelde termijn zullen de straffen van de militaire artikelbrief weer strikt worden toegepast.
  • ORDONNANTIE NAAR AANLEIDING VAN DE BRAND IN HET PALEIS VAN DE LANDVOOGDES

    Eenieder die in de nacht van 3 op 4 februari 1731 effecten, juwelen, of papieren heeft meegenomen uit het paleis van de landvoogdes, dient ze binnen het etmaal aan de bevoegde autoriteiten ter hand te stellen. Zij die inlichtingen kunnen verstrekken, dienen zich eveneens te melden. Zij die aan de oproep geen gehoor geven, zullen als publieke dieven en verzwijgers worden gestraft.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE VERDELGING VAN RUPSEN

    Eigenaars, "tochtenaren" (vruchtgebruikers) en huurders van hoven, landerijen en dergelijke dienen voor 15 april alle rupsen die bomen en hagen bevolken te verbranden. De lokale officier zal nadien het werk ten laste van de nalatigen laten uitvoeren, tegen dubbele kosten. De gemeentelijke overheden dienen de rupsen op openbaar terrein te verdelgen, op straffe dat Zijne Majesteit daarin zal voorzien.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE ADELSTITELS

    Onder verwijzing naar het edict van 14 december 1616 ( 1724-02-14) en de depêche van 19 juli 1730 (ROPBa 3.4.281, noot 2), verklaart Zijne Majesteit, dat adelsbrieven van de Oostenrijkse kanselarij niet door de wapenkoningen van de Oostenrijkse Nederlanden mogen worden geregistreerd. Alleen adelsbrieven van de Hoge Raad der Nederlanden komen daarvoor in aanmerking.
  • PLAKKAAT EN ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De verordening regelt de koers van enige Franse munten, geslagen op voet van de (Franse) ordonnanties van september 1724 en januari 1726. De tariefstelling wordt meer in overeenstemming gebracht met de intrinsieke waarde van bedoelde munten.