• ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Bij wijze van interpretatie van (?1729-06-25) geeft de landvoogdes nadere aanwijzingen terzake van het drukken en censureren van theologische theses en cartabellen voor getijden. Indien deze alleen voor intern gebruik worden gedrukt, volstaat censuur door de overste en een gedeputeerde geestelijke. Deze censors worden geïnstrueerd, waarop bij de beoordeling van theses te letten. Zij dienen te onderzoeken of de auteur zijn opinie op betamelijke wijze uiteenzet. Of zij het inhoudelijk met hem eens zijn is voor de censuur niet van belang. Daarnaast bevat de ordonnantie aanwijzingen met betrekking tot het drukken van procesakten. Drukkers die niet de alleen-verkoop van een bepaald boek willen hebben, hoeven geen octrooi aan te vragen. Zij kunnen volstaan met het afdrukken van de akte van approbatie, die door de censor is afgegeven.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE ADMISSIE VAN PERSONEN TOT PUBLIEKE FUNCTIES

    Onder verwijzing naar (?1695-04-27) wordt nogmaals verboden personen toe te laten tot kerkelijke en wereldlijke waardigheden en ambten waaronder de advocatuur waarvoor de graad van licentiaat vereist is, zonder dat de aspirant ten genoege van de Universiteit van Leuven kan bewijzen, dat hij effectief vier jaar heeft gestudeerd aan een der toegelaten universiteiten. Advocaten moeten zich voor admissie wenden tot het provinciale hof van het ressort waar zij willen practiseren.*
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE INVOER VAN OUDE KLEREN EN LOMPEN

    Onder verwijzing naar de besmettelijke ziekte, die in 1720 te Marseille heerste, wordt de invoer van lompen en oude kleren over land en over zee verboden.
  • OCTROOI VAN DE RAAD VAN FINANCIËN TERZAKE VAN DE ADMODIATIE VAN TOLLEN, IN- EN UITGAANDE RECHTEN EN CONVOOIEN

    Zijne Majesteit verpacht met ingang van 1 januari 1732 voor een periode van zes jaren zijn inkomsten uit tollen, in- en uitgaande rechten en convooigelden. De inning van deze rechten zal worden toevertrouwd aan een consortium onder leiding van een administrateur-generaal. De heffingen zullen geschieden conform de bestaande tarieven, edicten en ordonnanties. Wijzigingen in de wetgeving zullen in overleg met de administrateur tot stand gebracht worden, waarbij ook een eventuele schadeloosstelling bespreekbaar is. Voor de in- en uitvoer van levensmiddelen geldt deze afspraak niet (art. 1). Zie ook (?1725-01-26).
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE VERDELGING VAN RUPSEN

    Onder verwijzing naar (?1731-03-28) worden eigenaren, "tochtenaren" (vruchtgebruikers) en huurders van hoven en landerijen wederom vermaand alle rupsen in bomen en hagen te verdelgen voor eind maart. Nadien zullen de rechterlijke officieren het werk tegen dubbel tarief doen uitvoeren ten laste van de nalatigen. Extra strafbepalingen zijn toegevoegd voor nalatige officieren. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het verdelgen van rupsen op openbaar terrein. Een speciale strafbepaling voor nalatige bestuurderen ontbreekt echter.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De verordening heeft betrekking op de koerswijziging van enige Franse munten. (? 1731-06-07) wordt aangepast.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE UITOEFENING VAN DE GENEESKUNST

    De uitoefening van de geneeskunst is voorbehouden aan doctores en licentiaten van de Universiteit van Leuven. Gegradueerden van andere universiteiten moeten zich eerst door de medische faculteit van Leuven laten examineren. Niet-gegradueerden kunnen na een dergelijk examen eveneens tot de uitoefening van de geneeskunst worden toegelaten. Overtreding van deze voorschriften wordt gestraft met een forse geldboete.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE JURISDICTIE OVER EMPLOYÉS VAN IN- EN UITGAANDE RECHTEN

    Indien personeel van de raad administrateur-generaal van in- en uitgaande rechten een misdrijf begaat, mogen de subalterne rechters gerechtelijke informatie inwinnen en desgewenst de verdachte in verzekerde bewaring stellen. Hun rapporten moeten zij toezenden aan de Geheime Raad, die daarop beschikt naar het behoort.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE WERVING VAN MILITAIREN VOOR VREEMDE MOGENDHEDEN

    De landvoogdes verbiedt onder verwijzing naar (?1672-08-01) het ronselen van militairen voor vreemde mogendheden, indien men niet beschikt over speciale permissie. Ronselaar, zowel als geronselde, riskeren de doodstraf en confiscatie van hun goederen.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN BEDELAARS EN VAGEBONDEN

    Alle bedelaars en vagebonden van uitheemse origine dienen binnen twee weken het land te verlaten, op straffe van geseling bij de eerste overtreding en arbitraire straffen bij elke volgende overtreding. Inheemse leeglopers moeten zich naar hun woonplaats begeven, of naar een andere plaats waar zij door hun huwelijk woonrecht hebben verworven. Indien zij fysiek geschikt zijn voor arbeid, zullen zij binnen één maand werk moeten vinden, op straffe van water en brood. Indien zij er vervolgens nog niet in slagen werk te vinden, zullen zij worden verbannen, op straffe van geseling en arbitraire correctie. Bejaarde en gebrekkige bedelaars mogen bedelen in hun geboorteplaats, mits zij zijn voorzien van een attest van de pastoor en de armenmeesters. Bedelen elders wordt gestraft met zes weken water en brood. Wethouders, pastoor en armenmeester moeten een lijst van bedelaars bijhouden. Elke stad, dorp, of parochie dient te beschikken over een "tafel des caritaets". Om deze vorm van armenzorg te bekostigen mag men in het uiterste geval verlof vragen voor een hoofdelijke omslag. Bedelaars moeten zich strikt aan de lokale armenreglementen houden.* Het is verboden aalmoezen te verstrekken aan anderen dan de geregistreerde bedelaars en aan pelgrims op doorreis. De rechterlijke officieren moeten regelmatig laten patrouilleren langs de grote wegen. Gearresteerde vagebonden moeten worden overgedragen aan de justitie ter plaatse van hun aanhouding. De officieren moeten zich daartoe door het luiden van de klok verzekeren van de bijstand der ingezetenen. De verordening moet op 2 februari 1734 worden gepubliceerd.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE VERKOOP VAN AMBTEN

    De verordening behelst de vernieuwing van de verordening van 2 mei 1626 (?1698-07-30_2). Het is personen, die ambtshalve bevoegd zijn tot de collatie van enig ambt, niet geoorloofd dat ambt te verkopen of te verpanden, danwel enige recognitie voor de begeving ervan te aanvaarden. Ambten die tegen betaling zijn verworven worden geacht ipso facto vacant te zijn, evenals het ambt van de collator. In elke commissiebrief dient de zuiveringseed (eed van niet te hebben gegeven) te worden opgenomen. In elk ressort moet de griffier van het provinciale hof aantekening houden van substitutie, resignatie of verkoop van ambten. Stadhouders en andere hoge ambtenaren mogen naast hun gewone salaris geen betalingen in geld of natura vergen van de bevolking bij wijze van emolument.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN ILLEGAAL WAPENBEZIT

    De verordeningen van 22 juni 1589 (PV 2.169), 31 januari 1614 (PV 2.710) en 16 october 1640 (PV 4.125) ten vervolge, behelst de verordening een integraal verbod van het dragen en gebruiken van zakpistolen, vuurwapens vermomd als stokken of steekwapens. De verordening voorziet in diverse straffen, al naar gelang men dergelijke wapens slechts bezit, ermee dreigt, er iemand mee verwondt, of er iemand mee doodt. De straffen variëren van een geldboete, water en brood of tepronkstelling met een ijzeren halsband, via geseling, geseling onder de galg en een brandmerk, tot eeuwige verbanning, confiscatie van goederen en de dood door de strop. Indien de opbrengst van de confiscatie niet voldoende is om de schuld te delgen, wordt verbanning als supplementaire straf opgelegd. De verordening heeft afschaffende werking ten aanzien van contrariërende bepalingen van costumier recht. Slagers mogen onder bepaalde voorwaarden voor hun ambacht gebruik maken van gepunte messen. Andere bezitters van dergelijke messen moeten de punt ervan verwijderen. Herbergiers dienen messentrekkers over te leveren aan de justitie. De rechterlijke officieren moeten van tijd tot tijd huiszoeking doen naar verboden wapens. Boeten die krachtens dit plakkaat zijn opgelegd, zijn onmiddellijk executabel. Bezwaar kan slechts worden aangetekend nadat de penningen zijn gestort (na "namptissement" der penningen). De rechterlijke officieren mogen geen schikking treffen met overtreders, op straffe dat hierin te hunner laste zal worden voorzien.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Wegens de schandaleuze strekking van de periodiek, wordt de twee maal per week verschijnende "Gazette d'Utrecht" van H.P. de Limiers in de Zuidelijke Nederlanden verboden. Directeuren der posterijen mogen exemplaren van de gazet niet laten passeren. Boekhandelaren en houders van koffiehuizen mogen het blad niet ter inzage leggen. Personen die het blad onder couvert ontvangen moeten de exemplaren onmiddellijk ter hand stellen aan de hoofdofficier ter plaatse of aan de raad-fiscaal.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE HUUR VAN (POST-)PAARDEN

    Ten behoeve van de posthouders in de grote steden wordt het de paardenverhuurders rondom de grote steden verboden paarden te verhuren aan reizigers, tenzij die tenminste één overnachting hebben doorgebracht in de woonplaats van de verhuurder. Posthouders en hun koeriers dienen, evenals andere reizigers, langs de grote wegen en door de steden te reizen op straffe van een forse geldboete. Indien een koetsier door zijn passagiers is gedwongen van de grote weg af te wijken, dan zal de boete op de passagiers worden verhaald. Meesters zijn verantwoordelijk voor de overtredingen van hun knechten. Indien men bezwaar wenst aan te tekenen tegen de boete, moet daarover de plano en zonder vorm van proces worden recht gedaan door de burgemeester of eerste schepen van de meest nabijgelegen plaats. Appèl valt op de voltallige magistraat. Borgstelling is dan vereist.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN CONTRABANDE EN PAARDEN

    Militairen en kooplieden mogen geen contrabande of paarden uitvoeren, op straffe van een boete van honderd gulden en confiscatie van hun koopwaar. Indien men goederen, waarvan de uitvoer is toegestaan, wil transporteren per paard, dan moet men zekerheid stellen bij het kantoor van in- en uitgaande rechten, dat het paard niet aan gene zijde van de grens zal worden verkocht. De rechterlijke officieren moeten een lijst opstellen van alle paarden in hun district. Het is "roskammers" (paardenhandelaren) verboden hun voorraad te weiden binnen vier mijl van de grenzen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE VRIJDOM VAN WACHT

    Personen die een ambt of functie bekleden waaraan vrijdom van wacht is verbonden, verliezen de aanspraak op dit privilege, indien zij tegelijkertijd handel drijven of er een nering op na houden.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN BOUWMATERIALEN

    ( 1727-04-03) ten vervolge, wordt nogmaals de uitvoer van bomen, palissaden, balken en dergelijke, die geschikt zijn voor de constructie van fortificati‰n, dijken en gebouwen, verboden. De uitvoer van brandhout blijft geoorloofd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE INSTRUCTIE VAN STRAFPROCESSEN TEGEN VOORTVLUCHTIGE VERDACHTEN

    De landvoogdes verklaart dat voortaan de artikelen 53, 54 en 56 van de Criminele Ordonnantie op de stijl van procederen van 9 juli 1570 (PB 2.399) strikt onderhouden moeten worden. Dit impliceert dat een voortvluchtige verdachte, die drie maal bij edict is geciteerd en ten overvloede nog een vierde maal is gedaagd, maar aan deze oproepen geen gehoor heeft gegeven, als contumax (wederspannige) bij verstek veroordeeld zal worden. Na de vierde "proclama" (roep) zal de officier zijn "intendit" (criminele eis) mogen overleggen. De rechters dienen hem vervolgens toe te laten "ten thoon" en tot het "produceren" en "recolleren" van getuigen. De voortvluchtige mag niet opnieuw worden geciteerd.* Om het laatstgenoemde onmogelijk te maken van "reprochiën" te dienen - d.w.z. de getuigen te wraken - zullen hun namen niet worden gepubliceerd. Nadat het proces op deze wijze is geïnstrueerd, zullen de rechters zonder verdere vertraging moeten sententiëren.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN ADELSTITELS EN ADELLIJKE PRIVILEGES

    De verordening van 14 augustus 1734 (ROPBa 3.4.557) waarvan de uitvoering voorlopig was opgeschort ten vervolge, wordt bepaald dat al degenen, die zich adelsbrieven hebben verworven van andere instanties dan de Hoge Raad der Nederlanden te Wenen, hun patenten ter bevestiging mogen aanbieden aan deze instantie. Bij wijze van uitzondering zal voor de confirmatie van de patenten slechts de helft van de leges worden geheven, die er krachtens de verordening van 2 october 1637 (PV 3.1395) verschuldigd geweest zouden zijn. Deze reductie blijft van kracht totdat een nader reglement terzake zal zijn uitgevaardigd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Zijne Majesteit gelast de intrekking van (? 1734-06-07) terzake van de verspreiding van de Utrechtsche Gazette.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN "INTERDICTEN" OF "PROVISIONELE SURCEANTIËN" VAN PROCESSEN

    Degene die provisionele surceantie van een proces heeft verkregen om advies te vragen van een hogere rechter, is gehouden, indien het advies is verzocht van rechters in Limburg, Luxemburg of Gelre, binnen drie weken nadat het advies is "geëxpedieerd" het advies ter griffie te lichten en het aan de subalterne rechter te bezorgen, op straffe dat anders de schorsing van de procedure ongedaan gemaakt zal worden.
  • ORDONNANTIE EN DECLARATIE TERZAKE VAN DE ONTBINDING VAN ONVRIJWILLIGE CONTRACTEN

    Bij wijze van interpretatie van art. 29 van het Eeuwig Edict van 1611 (PB 4.527) wordt ter bescherming van minderjarigen bepaald, dat zelfs indien zij vroegtijdig handelingsbekwaam zijn geworden door hun huwelijk of door het aanvaarden van een ambt, ook voor hen de regel geldt dat de tienjarige termijn, waarbinnen een onvrijwillig aangegaan contract geannuleerd kan worden, pas ingaat op het moment dat de minderjarige contractant "de volle ouderdom van 25 jaren compleet" heeft bereikt.
  • DECREET (a) AANGAANDE DE AFKONDIGING VAN HET PLAKKAAT (b) TERZAKE VAN DE ORGANISATIE VAN DE MILITAIRE JUSTITIE

    De verordening voorziet in de opheffing van alle militaire privileges en van alle militaire tribunalen in de Nederlanden, die bestaan krachtens anterieure ordonnanties en reglementen. Een nieuwe rechterlijke organisatie neemt hun plaats in. Men kan voortaan twee klassen van militaire justiciabelen onderscheiden: militairen der eerste klasse, namelijk zij die rechtstreeks ten laste komen van de keizerlijke krijgskas en militairen der tweede klasse, namelijk zij die ten laste komen van de Raad van Financiën. Ten behoeve van de militairen van de tweede klasse wordt een luitenant-auditeur-generaal benoemd. Deze moet zich in civiele zaken richten naar de militaire artikelbrieven (zoals die gelden voor de militairen van de eerste klasse) en het Romeins recht. Criminele processen van militairen der eerste klasse worden ge9nstrueerd door krijgsraden. Vonnis wordt gewezen door de keizerlijke Hofkrijgsraad. Militaire delicten van soldaten der tweede klasse zullen via de landvoogd aan de Hofkrijgsraad worden doorgegeven. Niet-militaire criminele en civiele delicten van deze klasse van justiciabelen zullen, na instructie door de krijgsraden, worden afgehandeld door de landvoogd, met assistentie van een speciale junta. Ten behoeve van de militaire strafrechtspleging zullen de verordeningen terzake van duellen, gegeven te Ebersdorf, 23 september 1682 en de penale en criminele ordonnanties van Karel V (Constitutio Criminalis Carolina) in het Frans en Vlaams worden vertaald. In eerste instantie zal men zich bij de instructie van processen naar deze verordeningen richten, met recours op de oude Nederlandse militaire wetgeving en tenslotte op het Romeinse recht. De verhouding tussen de krijgsraden en provinciale hoven van justitie op het stuk van de delicten die traditioneel tot de competentie van de hoven behoren wordt geregeld. Naast strafrechtelijke zaken worden onderwerpen van meer privaatrechtelijke aard aan de orde gesteld. De ordonnantie voorziet in speciale regelingen terzake van erfenissen van militairen: inventarissen en boedelbeschrijvingen zullen worden bewaard door de luitenant-auditeur-generaal. Er worden voorzieningen getroffen voor het aanstellen van mombers voor militaire wezen. Weduwen van militairen behouden het militair statuut, totdat zij door huwelijk met een burger van status veranderen. Voor zover zij handel drijven, vallen processen dienaangaande onder de burgerlijke rechter. De verordening behelst bepalingen terzake van huwelijkse voorwaarden van militairen, het instellen van reële actiën met betrekking tot onroerend goed, de vervolging van schuldenaren die dienst nemen om hun crediteuren te ontgaan, en bepalingen met betrekking tot criminelen die militair worden om zich aan hun competente rechter te onttrekken. Het wordt rentmeesters en thesauriers verboden zoals ook ten tijde van Karel II reeds verboden was arresten aan te nemen op de gage, of de onroerende goederen van militairen, anders dan krachtens sententie van de competente militaire rechter. Er worden voorzieningen getroffen voor de betaling van de luitenant-auditeur-generaal, zijn griffiers, "alguazils" (deurwaarders) en suppoosten; terwijl ook zijn plaats in de militaire hiërarchie wordt gedefinieerd. Voor de revisie van vonnissen van de krijgsraad wordt een speciale junta aangesteld onder voorzitterschap van de opperbevelhebber der strijdkrachten. De wijze waarop rechtsingang kan worden verkregen bij deze "Jointe suprême aux Pays Bas" en hoe men moet procederen tot cassatie, wordt uiteengezet. De landvoogdes is bevoegd om voorzieningen te treffen met betrekking tot hetgeen onverhoopt niet geregeld zou mogen blijken te zijn.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De verordening behelst een verbod van het in omloop brengen van gouden "Carolienen", wegens variaties in de intrinsieke waarde van de onder deze verzamelnaam begrepen munten. Naast de gewone straffen, die voor alle overtreders gelijkelijk van toepassing zijn, voorziet de ordonnantie in speciale straffen voor winkeliers, groothandelaren en bankiers. Zij riskeren een verbod hun beroep nog langer uit te oefenen. Ouders zijn verantwoordelijk voor de overtredingen van hun kinderen, bazen voor die van hun knechten en domestieken. Het invoeren of verzamelen van Carolienen wordt gestraft als publieke diefstal. Schippers en voerlui die hun medewerking verlenen aan clandestiene invoer riskeren confiscatie van schepen en andere transportmiddelen en bovendien van de goederen die gebruikt zijn om de smokkelwaar te bedekken. Ook het verzwijgen van overtredingen is strafbaar. Aangifte wordt beloond met de helft van de baten der confiscatie. De thans nog aanwezige Carolienen moeten binnen zes weken zijn uitgevoerd.