• PLAKKAAT TERZAKE VAN HET VERKOPEN OF VERVREEMDEN AAN BUITENLANDERS VAN STUKKEN GROND OF LENEN, GELEGEN OP DE GRENZEN VAN DE OOSTENRIJKSE NEDERLANDEN

    De verordening herhaalt de integrale tekst van de verordening van Karel V van 27 augustus 1539 (ROPBa 2.4.135) voor de inwoners van Luxemburg en Chiny en van (?1730-07-31), een plakkaat met algemene gelding in de Oostenrijkse Nederlanden.
  • Ordonnantie terzake van de uitwisseling van misdadigers

    Op basis van wederkerigheid moeten uit Frankrijk afkomstige zware misdadigers, die volgens het Romeins recht en de plakkaten niet voor asiel in aanmerking komen, worden aangehouden en overgeleverd aan de officieren van de Franse koning. De verordening heeft vooral betrekking op moordenaars, dieven, brandstichters, en struikrovers. In geval van twijfel moet de lokale magistraat zich eerst in tot Brussel wenden, alvorens tot uitlevering over te gaan.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE STRAFBAARHEID VAN DELICTEN, DOOR NIET- MILITAIREN BINNEN FORTIFICATIËN GEPLEEGD

    Het plegen van delicten door niet-militairen binnen fortificatiën moet worden beschouwd als verzwarende omstandigheid. De normale geldboete die bij de overtreding past moet worden verdubbeld. Lijfstraf zal worden verzwaard.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN LOTERIJEN

    Ten gunste van de loterijen die door de Staten van Brabant worden georganiseerd, worden alle andere loterijen in de Oostenrijkse Nederlanden verboden op straffe van verbeurte van de ingelegde gelden en een boete van duizend gulden. Uitvaardiging van deze verordening blijkt nodig, omdat het plakkaat van 10 juli 1736 (ROPBa 3.5.113), waarbij alleen nieuwe loterijen werden verboden, maar de reeds bestaande konden blijven, nog niet is gepubliceerd, terwijl de inhoud ervan reeds bekend is geraakt. Dientengevolge zijn veel nieuwe loterijen opgericht, die dan voor wat betreft het plakkaat van 10 juli 1736 als reeds bestaand zouden gelden.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Onder verwijzing naar (?1736-05-28) wordt nogmaals de invoer van gouden Carolienen verboden. De invoer van "Kopstucken", halve guldens & vijfentwintig kreutzers, gangbaar in de Bovenrijnse Kreits, wordt eveneens aan banden gelegd. Naast de gebruikelijke straffen voor overtreders behelst de verordening straffen voor nalatige officieren. De onderdanen van Zijne Majesteit krijgen zes weken respijt om zich van de verboden munten te ontdoen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Op last van de landvoogdes wordt het boekwerkje "Bericht van de snoode onderneming en vrouweroof gepleeght door den bisschop van Roermonde aan K.A. van Hartzheim, huysvrouwe van J.F. d'Eysschen, heer van Triest, etc.", gedrukt te 's-Gravenhage, 1737, verboden als schadelijk voor het publiek en lasterlijk ten opzichte van de Heilige Stoel. Het boek zal door beulshanden in het openbaar op de markt te Roermond worden verscheurd en verbrand.
  • DIPLOMA TERZAKE VAN DE RECHTERLIJKE EN BESTUURLIJKE ORGANISATIE TE ROERMOND

    Het diploma regelt de samenvoeging van het Hof van Gelre en de magistraat van Roermond tot één lichaam met bestuurlijke, rechterlijke en financiële bevoegdheden, onder de naam van Provinciale Raad van het Hertogdom Gelre. De Provinciale Raad zal bestaan uit een kanselier, twee raden costumier en zeven gegradueerde raden. De Raad zal zitting houden in twee kamers. De eerste kamer, gevormd door de kanselier, de oudste costumiere raad, de twee oudste raden-ordinaris en de raad-fiscaal of momber, is competent voor de bestuurlijke en rechterlijke zaken die voorheen door het Hof werden behandeld. Bovendien is de Raad bevoegd in die zaken waarbij de tweede kamer, als opvolger van de magistraat, partij is. De eerste kamer spreekt recht bij arrest, zonder appèl. Revisie is slechts mogelijk "op propositie van erreur". In een dergelijk geval treden de jongste raad-costumier en vier raden-ordinaris, die niet bij de totstandkoming van het vonnis betrokken zijn geweest, op als reviseurs. Aanvulling van buitenaf is mogelijk als het belang van de zaak zulks vereist, of indien de magistraat partij in het geding is. De tweede kamer vervult de taken die van oudsher aan de magistraat van Roermond en het Hoofdgerecht waren toevertrouwd. Jaarlijks wordt door de voltallige raad een voordracht van drie opgemaakt uit de zes raden ordinaris de raad en momber is van de verkiezing uitgesloten waarvan één door de keizer tot burgemeester zal worden benoemd. De tweede kamer bestaat verder uit de jongste raad-costumier en de drie jongste raden-ordinaris. Voor zover appèl van magistraatsbeslissingen van oudsher mogelijk was, kan men thans in beroep gaan bij de kanselier en andere niet-betrokken raden. De tweede kamer onder leiding van de burgemeester is belast met de "politie" (taken van bestuur) en het beheer van de openbare (stads-) middelen. De kamers vergaderen gezamenlijk, indien de aard der problemen dat vereist. Beide kamers beschikken over een eigen griffier; het overige personeel bestaat uit de ontvanger en vier deurwaarders. Er is een afvloeiingsregeling getroffen voor de door de reorganisatie overbodig geworden raden en schepenen. De ontvanger van de Provinciale Raad moet jaarlijks een bedrag ter grootte van de uitgespaarde salarissen van de voormalige magistraat, secretarissen, ontvangers en deurwaarders van de stad Roermond betalen aan de ontvanger-generaal van het Overkwartier. Indien men binnen het Oostenrijks Overkwartier geen gequalificeerde edelen kan vinden om een vacante plaats van raad costumier op te vullen, dan mag men edelen uit de "gedemembreerde" delen van het Overkwartier daartoe aanzoeken. De Provinciale Raad krijgt het recht van voordracht op dezelfde voet als reeds bij patent van 12 september 1736 (ROPBa 3.5.119) werd toegestaan aan de provinciale hoven van Brabant, Luxemburg, Vlaanderen en Namen. Zijne Majesteit behoudt zich het recht voor om de verordening naar believen aan te passen en te wijzigen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE CONVERSIE VAN RENTEN GEVESTIGD OP DE DOMEINEN

    Zijne Majesteit heeft de Staten van Brabant bereid gevonden om garant te staan voor de betaling van de achterstallige renten ten laste van de domeinen tegen 3,5% interest, mits de achterstallen tot 30 juni 1734 worden kwijtgescholden. De crediteuren van Zijne Majesteit hebben de keuze tussen remboursement van het geleende kapitaal met verlies van de achterstallige rente, opgelopen tot 30 juni 1734, of continuering van de lening tegen een rente van 3,5%. Zij moeten hun keuze vóór 1 juni 1738 kenbaar maken aan de rentmeesters die tot dan toe de rente hebben betaald. Na onderzoek van hun aanspraken door de Rekenkamer, zal door de rentmeesters van Leuven, Brussel, of Antwerpen twee jaar achterstallige rente worden uitbetaald op de oude voet. Zij die na 6 juni van hun voorkeur doen blijken verliezen het recht op de uitbetaling van achterstallige rente tot 30 juni 1734 en krijgen voortaan een rentevergoeding van 3,5%. Zij die krachtens substitutie, fideïcommis, hypotheek of anderszins recht menen te hebben op een aandeel in de uit te betalen rente, moeten daarvan eveneens binnen dezelfde termijn doen blijken. De gebruikelijke bescherming van absenten, wezen, minderjarigen (?1735-11-02), geestelijken, militairen en anderen wordt voor deze gelegenheid opgeheven.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET RONSELEN VAN MILITAIREN VOOR VREEMDE KRIJGSDIENST

    De verordening behelst strafbepalingen tegen ronselaars zonder keizerlijke permissie en tegen degenen die zich door hen voor de vreemde krijgsdienst laten aanwerven. Recruten die zich binnenlands laten aanwerven riskeren de doodstraf en confiscatie van have en goed. Recrutering buitenlands wordt gestraft met levenslange verbanning en verbeurte van hetgeen de recruut als erfdeel bij testament, of ab intestato zou zijn toegevallen. Deze straffen zullen ten uitvoer worden gelegd, zodra men de hand op de overtreder kan leggen, ook als hij inmiddels de vreemde krijgsdienst zou hebben verlaten. Herbergiers die verzuimen ronselaars die onder hun dak verblijven aan te geven riskeren een boete. De aanbrenger krijgt een aandeel in de opbrengst van de verbeurde goederen, door de rentmeester van de domeinen aan te vullen tot een bedrag van honderd schulden. De instructie van processen tegen ronselaars en hun recruten zal geschieden door de ordinaris rechters van het ressort van aanhouding. De verordening moet jaarlijks twee weken na pasen opnieuw worden gepubliceerd.
  • PLAKKAAT EN REGLEMENT TERZAKE VAN DESERTIE

    Om het euvel van desertie tegen te gaan dient elke ommuurde stad een verordening uit te vaardigen, die het de inwoners gebiedt om vreemdelingen aan te brengen bij de hoofdofficier ter plaatse. De officieren in de steden en ten plattelande dienen alle militairen zonder geldig paspoort aan te houden. Deze verplichting rust ook op degenen die op het platteland wachtdiensten vervullen. Arrestanten moeten worden overgebracht naar de garnizoenscommandant. De ontvangers van in- en uitgaande rechten betalen op recu van de commandant een beloning uit. Nalatige (burger-) officieren riskeren een boete, waarvoor de gemeente garant staat. De gemeenten betalen bovendien een schadevergoeding aan het regiment van de ten gevolge van hun nalatigheid niet gerecupereerde deserteur. Insolvente overtreders zullen worden verbannen. De verordening moet jaarlijks veertien dagen na pasen opnieuw worden gepubliceerd. Het plakkaat moet ook worden toegepast ten aanzien van Franse deserteurs, en ten aanzien van deserteurs uit de legers van mogendheden waarmee conventies ter uitlevering van deserteurs zullen zijn gesloten.
  • REGLEMENT VOOR HET HOSPITAAL-GENERAAL TE ROERMOND

    Het reglement beschrijft "en détail" de samenstelling, bevoegdheden, rechten en verplichtingen van het bestuur en het personeel van het Hospitaal-Generaal. Er wordt bepaald welke categorieën van armen in het hospitaal moeten worden opgenomen en hoe ze eventueel op een andere wijze moeten worden ondersteund. Het reglement schept administratieve waarborgen voor het beheer van hun goederen. Er worden aparte voorzieningen getroffen voor de verzorging van kinderen onder de leeftijd van zeven jaar en voor gehuwden. Passende arbeid voor alle armen wordt voorgeschreven. Alleen de armste armen hebben recht op een kosteloze begrafenis. Aan het Hospitaal-Generaal wordt het reeds bestaande ziekenhuis verbonden. Het eigen reglement van het ziekenhuis van 4 december 1734 blijft voor zover onderhavig reglement er niet aan derogeert van kracht. De magistraat van Roermond draagt de lasten van het medisch personeel. Verder behelst het reglement ook bepalingen ten aanzien van brooduitdelingen aan de niet-interne armen. De Heilige Geesttafel en zijn inkomsten worden in het Hospitaal-Generaal geïncorporeerd. Als inkomsten worden aan het hospitaal toegewezen: aalmoezen, legaten aan de armen, een heffing van 1% op het transport van onroerend goed, de inhoud der armenbussen, het brood dat op begrafenissen wordt uitgedeeld, een aandeel in de opbrengst van de boeten opgelegd aan de ontduikers van stedelijke belastingen, verplichte gratificaties bij het aanvaarden van ambten en de opbrengst van te houden collectes. Leden van de tweede kamer van het Hof mogen, wanneer zij aanwezig zijn bij het opmaken van testamenten, op discrete wijze het gasthuis aanbevelen in de welwillendheid van de testaris. De directeuren mogen in het belang van de stichting nieuwe maatregelen uitvaardigen.
  • ORDONNANTIE TER VOORKOMING VAN DE VERSPREIDING VAN EEN BESMETTELIJKE ZIEKTE UIT HONGARIJE

    Vanwege de landvoogdes wordt verboden, dat personen uit Duitsland, die niet in het bezit zijn van geldige gezondheidsverklaringen, de grenzen overschrijden. De gezondheidsattesten moeten aan de grenzen en aan de poorten der steden worden getoond.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Onder verwijzing naar de verordeningen van 1 maart 1566 (PV 2.22), 17 februari 1593 (PV 2.24) en (?1669-04-20), wordt verklaard dat de straffen, bedreigd tegen het schrijven, drukken en verspreiden van "diffamatoire libellen" (smaadschriften) streng zullen worden toegepast. Injurieuze geschriften tegen de Heilige Stoel, de keizer, of de landvoogdes worden gestraft met de doodstraf en verbeurte van goederen. Geschriften tegen andere kerkelijke of wereldlijke ambtsbekleders worden gestraft met arbitraire lijfstraf en verbeurte van goederen. Smaad tegen particuliere personen wordt gestraft met verbanning en de verbeurte van het halve goed. De straffen zullen worden opgelegd, ongeacht of het libel enige grond van waarschijnlijkheid bezit.
  • NAERDER REGLEMENT VOOR HET HOSPITAAL-GENERAAL TE ROERMOND

    ( 1738-08-25) ten vervolge, wordt bepaald dat vanaf acht dagen na de publicatie van het onderhavige reglement niemand te Roermond meer zal mogen bedelen. Valide bedelaars moeten gaan werken. Invalide bedelaars moeten zich voor ondersteuning wenden tot het Hospitaal-Generaal. Minderjarige kinderen zullen hier verblijven totdat zij zelfstandig in staat zijn hun brood te verdienen. Armlastige vreemdelingen die geen woonrecht hebben te Roermond moeten de stad verlaten. Aan zieken zal daartoe de nodige middelen worden verschaft. Herbergiers mogen aan armlastigen geen onderdak verschaffen. Bedelaars en arme studenten mogen niet langer om aalmoezen vragen. De tweede kamer van het Hof van Gelre (d.i. de magistraat) mag alleen aan personen met voldoende middelen van bestaan het woonrecht te Roermond toekennen. De nieuwkomers moeten van hun gegoedheid doen blijken door een borgsom van honderd ducatons te storten. Bedelaars die zich verzetten tegen de dienaars van het Hospitaal-Generaal kunnen desgewenst aan den lijve worden gestraft.
  • ORDONNANTIE AANGAANDE DE NALEVING VAN EEN CONVENTIE TERZAKE VAN DE UITLEVERING VAN DESERTEURS UIT HET GARNIZOEN VAN DENDERMONDE

    De landvoogdes beveelt de naleving van het verdrag terzake van de voorwaarden voor de wederkerige uitwisseling van deserteurs uit de legers van de keizer en die van de Republiek, dat op 25 december 1739 is gesloten tussen de hertog van Aremberg en W. van Assendelft Binnen vierentwintig uur na de aanhouding van een deserteur moet de meest nabije commandant van het verlaten leger verwittigd worden. De deserteur zal met wapens, uitrusting en paard worden overgedragen, tegen vergoeding van de onderhoudskosten van man en paard. Bij de uitlevering van deserteurs zal de ontvangende partij een premie betalen. De benodigde gelden zullen in de Barrièresteden door de Staatse commandant worden gefourneerd; elders door de ontvangers van in- en uitgaande rechten. Bij de vervolging van deserteurs moeten de wederzijdse grenzen worden gerespecteerd. Het staat de commandanten vrij om elkaar van desertie te verwittigen. Er zijn straffen voorzien van landzaten die hulp verlenen aan deserteurs, of hun uitrusting aankopen. Helpers van voortvluchtige deserteurs zijn gehouden tot een schadevergoeding, waarvan de hoogte door de rechter zal worden bepaald. De wethouders moeten het toegekende bedrag ten laste van het gemeentelijk budget voorschieten. Het verdrag zal onmiddellijk na ratificatie in werking treden. Eventuele wijzigingen in de aanspraken van beide partijen doen daaraan niets af.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN EN VEEVOER

    Kanselier en raden verbieden de uitvoer van graan en veevoer uit het ressort van het Hof, op straffe van verbeurte van het graan of veevoer, van schepen, wagens en andere vervoersmiddelen en een boete ten bedrage van viermaal de waarde. Bij provisie blijft uitvoer toegestaan naar de landen van de koning van Pruisen en naar de Republiek.
  • DECREET TERZAKE VAN PROCESSEN MET BETREKKING TOT DE DOMEINEN

    De ordonnantie heeft betrekking op de afbakening van de bevoegdheid van de provinciale hoven en van de gedelegeerde rechters van de domeinen (gedelegeerde rechters van in- en uitgaande rechten, tollen en licenten). Processen die de domeinen "au fond" betreffen moeten worden berecht door de provinciale hoven. Het is de taak van de raden-fiscaal om daar alle petitoire en possessoire zaken met betrekking tot de domeinen te doen beslechten. De bevoegdheid van de gedelegeerde rechters beperkt zich tot geschillen over de baten van de domeinen (bijv. in- en uitgaande rechten, tollen en dergelijke).
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    Naar aanleiding van de intrekking van een verbod om vanuit Gulik en Berg graan uit te voeren naar het Overkwartier, wordt (?1740-03-23) voor wat betreft Gulik en Berg buiten werking gesteld.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    Onder verwijzing naar de verordening van 28 november 1739 (ROPBa 3.5.318)*, wordt de uitvoer van graan en meel uit de landen van Zijne Majesteit verboden op straffe des doods.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN BEDELAARS, VAGEBONDEN EN LIEDEN ZONDER MIDDELEN VAN BESTAAN

    De verordening behelst een bevel aan alle uitheemse bedelaars, vagebonden en lediggangers om binnen vijftien dagen het land te verlaten, op straffe van geseling. Het bevel is gericht tegen alle vreemdelingen die geen beroep uitoefenen of eigen middelen van bestaan hebben. Inheemse bedelaars dienen zich naar hun geboorteplaats te begeven, of naar de plaats waar zij zich bijvoorbeeld door huwelijk woonrecht hebben verworven. Op straffe van opsluiting op water en brood worden zij verplicht binnen korte tijd werk te vinden. Indien ze daarin na hun vrijlating opnieuw niet slagen, volgt verbanning. Armen, die niet tot werk in staat zijn, mogen mits voorzien van een attestatie van pastoor of armenmeester en een herkenningsteken bedelen binnen hun geboorte- of woonplaats. Pastoor en armenmeester zijn verantwoordelijk voor ten onrechte afgegeven attesten. De wethouders ter plaatse moeten binnen een maand een lijst indienen van alle bedelaars in hun ressort. De rechterlijke officieren worden vermaand de straffen der ordonnanties strikt toe te passen, op straffe van ontzetting uit hun functie. (?1740-07-14) moet strikt worden toegepast.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE RESIDENTIEPLICHT VAN OFFICIEREN

    Onder verwijzing naar de Vlaamse ordonnantie van 30 juli 1672 (PV 3.353) worden alle rechterlijke officieren vermaand zich metterwoon in hun ressort te vestigen en er hun ambt in persoon te vervullen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BESCHERMING VAN HET GEWAS

    Opdat de oogst optimaal zou zijn - een eerste vereiste gezien de grote levensmiddelenschaarste - mag het jachtseizoen pas op 1 september worden geopend en waar het gewas nog op het veld staat nog later. Voortijdig jagen wordt gestraft met honderd gulden boete. Militaire privileges worden opgeschort, zodat de burgerlijke rechters deze boete ook van militairen kunnen vorderen. Het stelen van veldvruchten of het beschadigen van gewas wordt als roof en overtreding tegen de publieke trouw met de dood gestraft. Speciale patrouilles zullen de velden bewaken. Op schadelijk wild moet met los kruit worden geschoten om het te verjagen. Het lezen van aren mag, op straffe van gevangenis- en lijfstraf, pas geschieden nadat de schoven gebonden zijn en alleen tussen zonsopgang en zonsondergang. Pachters en boeren mogen niet zelf aren lezen, of door familie of knechten doen lezen, danwel vee op de akkers drijven. De hoofdofficieren en schepenen moeten sergeanten of oogsthoeders aanstellen, opdat het aren-lezen een ordelijk verloop zal hebben. Landarbeiders die niet willen oogsten, tenzij hun alléén het lezen der aren wordt gepermitteerd, riskeren het verlies van hun loon en arbitraire correctie. De ingezetenen mogen alleen binnen hun kasselrij aren lezen. De rechterlijke officieren mogen huiszoeking doen om te controleren of iemand meer graan bezit dan hij met lezen zou hebben kunnen vergaren.
  • ORDONNANTIE TER BESTRIJDING VAN HONGERSNOOD

    Kanselier en raden verbieden de uitvoer van allerhande granen en zaden, meel, zemelen en gebakken brood; zo ook de uitvoer van rapen, wortelen, aardappelen, boter en olie. Het uitvoerverbod geldt voor die landstreken waar de overheid reeds een dergelijk verbod ten aanzien van het Overkwartier heeft ingesteld. Levensmiddelen mogen niet worden gebruikt om "hitzige wateren" te distilleren of bier te brouwen. De stokers van brandewijn en "wachelter" (jenever) moeten binnen een etmaal de "helmen" van hun ketels op de raadhuizen der gemeentes inleveren. Molenaars mogen geen "geschoten" granen (d.i. een speciaal voor het brouwen van bier samengestelde melange van gerst, spelt, boekweit en haver) malen, op straffe van nimmer meer hun ambacht te mogen uitoefenen. Om een goede prijsbeheersing mogelijk te maken, mag graan alleen nog maar op de publieke markten worden verhandeld. Voor elke verplaatsing van graan is toestemming van de plaatselijke overheid vereist. Elk transport moet vergezeld gaan van een certificaat. Niet-gecertificeerde transporten kunnen door iedereen worden aangehouden. Graan moet binnen het ressort van het Hof van Gelre worden gemalen. Indien men gedwongen is van buitenlandse molens gebruik te maken, dan mag men slechts geringe hoeveelheden tegelijk laten malen. Ter bevordering van de invoer van buitenlandse levensmiddelen, waaronder Ierse boter, worden de inkomende rechten en tollen op deze waren voorlopig niet geheven. De heffing op olijfolie, koolzaad- en raapolie, zoals voorgeschreven in (?1670-07-18) en (? 1680-12-21), wordt gematigd tot vijftien stuivers per aam. De uitvoerheffing op vee wordt verdubbeld. (?1734-01-12) en (?1740-07-14) terzake van bedelaars en vagebonden zullen strikt worden toegepast. Officieren die overtredingen oogluikend toestaan zullen hun ambt verliezen en worden "inhabiel" ooit nog een andere functie te bekleden.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN "GASTARBEIDERS"

    Omdat zij de ingezetenen van hun middelen van bestaan zouden beroven, moeten alle "gastarbeiders" het land verlaten op straffe van als vagebonden te worden vervolgd. De ordonnantie is speciaal gericht tegen degenen, die werkzaam zijn als handwerkslieden, dragers en houtklievers.