• ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE RESIDENTIEPLICHT VAN OFFICIEREN

    (?1740-07-29) ten vervolge, gelast de landvoogdes alle raden-fiscaal om op te treden tegen officieren, die zich niet houden aan hun residentieplicht. Indien het collatierecht van een functie aan een onderheer toekomt en deze het niet-resideren van een officier heeft gedoogd, verliest hij het collatierecht aan Hare Majesteit.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER EN DOORVOER VAN GRAAN EN VEEVOER NAAR LUIK

    De uitvoer en doorvoer van graan en veevoer naar Luik wordt verboden op straffe des doods, of andere straffen zoals bedreigd in (?1740-05-28). Het graafschap Horn valt buiten de werking van de ordonnantie.
  • GENERAAL PARDON VOOR DESERTEURS

    Alle deserteurs van Hare Majesteits troepen in de Zuidelijke Nederlanden die voor 31 april 1741 terugkeren onder hun vaandel, wordt amnestie beloofd. Zij die er de voorkeur aan geven in een ander regiment te dienen, worden daartoe in de gelegenheid gesteld. Na 31 april zullen de straffen van de militaire artikelbrieven weer in alle gestrengheid worden toegepast.
  • DECREET TERZAKE VAN HET INSTELLEN VAN GERECHTELIJKE ACTIES TEGEN MILITAIREN

    De landvoogdes verklaart dat alle acties tegen militairen, ook die terzake van alimentatie, huishuur, loon van knechten en dergelijke, moeten worden ingesteld voor de bevoegde militaire rechter.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE HONGERSNOOD VAN 1740

    De verordening van 9 juni 1740 (ROPBa 3.5.364), (?1740-10-15) en de verordening van 1 februari 1741 (ROPBa 3.5.417) worden gedeeltelijk ingetrokken. Het stoken van brandewijn en het brouwen van bier wordt weer toegestaan. Bepalingen tegen de doorvoer van graan van de ene provincie naar de andere komen te vervallen. De uitvoer van boter en vee naar het buitenland wordt weer toegestaan. De export wordt echter dubbel belast. De tolvrijheid van ingevoerde buitenlandse oliën en vetten wordt opgeheven, evenals de moderatie van in- en uitgaande rechten.
  • DEPÊCHE (a) BETREFFENDE DE NALEVING VAN DE DEPÊCHE VAN 19 JULI 1732 (b) TERZAKE VAN HET RECHT VAN ASIEL

    De landvoogd, graaf van Harrach, gelast de hoven van justitie zich te richten naar de bijgaande depêche terzake van het asielrecht. Het behoort tot de competentie van de burgerlijke rechter om uit te maken of een delinquent zich terecht op het recht van asiel beroept. Indien naar het oordeel van de rechter het delict van dien aard is, dat het beroep op immuniteit niet mogelijk is, dan kan hij de delinquent uit een kerk of andere vrijplaats doen verwijderen, zonder dat daartoe de instemming van de ordinarius vereist is; de bisschop moet echter wel verwittigd worden. Desgewenst zal de landvoogd contact opnemen met de nuntius. De inmenging van kerkelijke rechtbanken in dergelijke affaires zal niet langer worden geduld.
  • DECREET BETREFFENDE DE NALEVING VAN EEN CONVENTIE AANGEGAAN TUSSEN HARE MAJESTEIT EN DE STATEN-GENERAAL DER VERENIGDE NEDERLANDEN TERZAKE VAN DE UITWISSELING VAN DESERTEURS

    De conventie is op 12 december 1742 te Brussel ondertekend door de hertog van Aremberg en J.A. Kinschot. Ze dient ter vervanging van de ontbonden conventie van Quievrain (?1742-08-16). De contracterende mogendheden zullen deserteurs op basis van wederkerigheid uitwisselen, ook in de Barrièresteden. De uitwisseling vindt plaats van commandant tot commandant, tegen betaling van onderhoudskosten van man, rij- en tuigpaarden. Een beloning wordt uitgeloofd voor het aanbrengen van deserteurs. Voor ruiters met paard geldt een dubbele beloning. Deserteurs uit de legers van de Republiek zullen, behalve wanneer zij worden aangehouden in het "Pays rétrocédé" (Yper, Veurne, Menen), na aanhouding worden bewaard door de Oostenrijkse commandant ter plaatse, die ook de beloning zal voorschieten. Ten aanzien van Oostenrijkse deserteurs wordt op overeenkomstige wijze gehandeld. Deserteurs van Hare Majesteits legers, die in het geretrocedeerde gebied worden aangehouden, moeten naar een der Barrièresteden gebracht worden ter uitwisseling. Deserteurs van de Staatse legers zullen in dat geval rechtstreeks aan de commandant van een Barrièrevesting worden overgedragen. Het vervolgen van deserteurs op het gebied van de andere mogendheid is niet geoorloofd; de officieren kunnen elkaar informeel verwittigen. Na ratificatie van het verdrag zullen van weerszijden strenge straffen worden gesteld op het aankopen van paarden en uitrusting of het anderszins helpen van deserteurs. Beroep op het kerkelijk asylrecht, dat de naleving van de conventie van Quievrain effectief belemmerde, wordt uitgesloten. Het verblijf van deserteurs op vrijplaatsen zal hun uitlevering niet verhinderen. In de Barrièresteden is het de taak van de (Oostenrijkse) burgerlijke officier van justitie om de deserteur uit het immuniteitsgebied te verwijderen en hem over te dragen aan de (Staatse) commandant. Het verdrag treedt twee weken na ratificatie in werking.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE AANSTELLING VAN RAADSHEREN EN TERZAKE VAN DE SALARISSEN EN BEVOEGDHEDEN VAN ADVOCATEN EN PROCUREURS

    Onder verwijzing naar het plakkaat van 12 september 1736 (ROPBa 3.5.118), waarbij aan de Raden van Brabant, Luxemburg, Vlaanderen en Namen permissie wordt gegeven om bij het vaceren van de zetel van een raadsheer een nominatie van drie personen op te maken - een voorrecht dat de Soevereine Raad van Roermond eerst later verwierf (?1737-10-02) -wordt bepaald, dat nieuw benoemde raadsheren voortaan niet het volledige medianaat zullen hoeven betalen. Zij hoeven slechts het verschil bij te passen tussen het medianaat dat zij voor een eerdere functie hebben betaald en het verschuldigde bedrag voor een functie als raadsheer. De regering tracht op deze wijze meer bekwame juristen voor de lange tabbaard te interesseren. Teneinde de kwaliteit van advocaten en procureurs te verbeteren, wordt de Universiteit van Leuven vermaand om zich strikt te houden aan de voorschriften die bij gelegenheid van de "visite" van de Universiteit in 1617 zijn opgesteld (PB 3.89). Zij dient erop toe te zien, dat aan niemand de graad van licentiaat in de rechtsgeleerdheid wordt verleend, die daartoe nog niet de vereiste rijpheid heeft bereikt. Onder verwijzing naar de ordonnantie van 25 october 1741 (ROPBa 3.5.479, noot 1) wordt het de Universiteit verboden om dispensatie te verlenen van het volgen van enig studie-onderdeel. Ten aanzien van advocaten en procureurs wordt bepaald, dat zij genoegen moeten nemen met het honorarium, zoals dat door het provinciale hof zal worden "getaxeerd". Indien zij zich laten betalen, alvorens hun honorarium door de griffier is vastgesteld, dan kunnen hun cliënten een vordering instellen wegens "qualijcke" betaling. Advocaten kunnen in zo'n geval crimineel worden vervolgd. Het provinciale hof kan verdienstelijke jonge advocaten een aanmoedigingspremie toekennen. Rechters, pensionarissen, secretarissen en griffiers die in eerste instantie als neutrale partij bij een proces betrokken zijn geweest, mogen niet in tweede instantie als advocaat voor een der partijen optreden. Dit geldt ook voor rechtsgeleerden, wier advies model stond voor het in eerste aanleg gevelde vonnis. De verordening moet jaarlijks opnieuw worden gepubliceerd.*
  • CONVENTIE MET DE PRINSBISSCHOP VAN LUIK TERZAKE VAN DE WEDERKERIGE UITWISSELING VAN DESERTEURS

    Deserteurs uit de legers van beide contracterende mogendheden zullen worden aangehouden om op basis van wederkerigheid te worden overgeleverd aan het land van herkomst tegen vergoeding van de gemaakte kosten. De overdracht zal geschieden met wapens, uitrusting en paarden. Achtervolging van deserteurs op het gebied van de andere contracterende mogendheid is niet toegestaan. De officieren kunnen elkaar echter wel informeren. Een ordonnantie zal worden uitgevaardigd, die het burgers verbiedt deserteurs te helpen of hun uitrusting te kopen. De rechter ter plaatse zal overtredingen van de conventie summier moeten berechten en de bedreigde boetes vorderen. De helft van de boete zal worden genoten door de burgerlijke officieren. De commandant van de plaats waar een deserteur wordt aangebracht dient een beloning uit te betalen op kosten van de mogendheid waaraan de deserteur wordt uitgeleverd. Veiligheidshalve zullen ook vagebonden van militaire gestalte ter uitwisseling worden aangehouden. Worden zij echter verdacht van capitale delicten, dan worden zij "geabandonneerd" aan de competente rechter ter plaatse van hun aanhouding. De conventie wordt aangegaan voor de duur van tien jaar en is op 15 mei 1742 op de gebruikelijke wijze te Brussel geratificeerd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN WOEKER EN TERZAKE VAN DE "BERGEN VAN BARMHARTIGHEID"

    Alle wetten ter bestrijding van woeker worden geacht opnieuw te zijn afgekondigd. Alleen de Bergen van Barmhartigheid en de Tafel van Belening te Leuven mogen geld uitlenen tegen onderpand. Het uitlenen van geld tegen interest zal als woeker worden gestraft met confiscatie van roerende en onroerende goederen en naar de strengheid der plakkaten. Degenen die geld geleend hebben van woekeraars mogen hun onderpand terugvorderen, zonder dat zij het geleende kapitaal terug hoeven geven.
  • PLAKKAAT TER REVOCATIE VAN ONDERDANEN VAN HARE MAJESTEIT UIT DE SPAANSE EN NAPOLITAANSE DIENST

    Hare Majesteit beveelt, wegens de vijandelijkheden in Itali‰, haar onderdanen om binnen zes weken de Spaanse of Napolitaanse dienst te verlaten op straffe van confiscatie van hun goederen. Hare Majesteit garandeert de militairen die aan haar oproep gehoor geven een passende betrekking in haar legers.
  • DEPÊCHE TERZAKE VAN DE VERHOUDING VAN HET MILITAIRE EN BURGERLIJK GEZAG IN OORLOGSTIJD

    De burgerlijke overheden moeten in oorlogstijd onmiddelijk gehoor geven aan bevelen van militaire commandanten, zonder bevestiging van de centrale regering af te wachten. De militaire bevelhebbers mogen orders uitvaardigen aan de Staten der provincies en aan de lagere overheden. De provinciale hoven moeten de centrale regering op de hoogte houden van de uitgevaardigde orders.
  • AKTE TERZAKE VAN DE INKOMSTEN VAN HET HOSPITAAL-GENERAAL VAN ROERMOND

    Ten verzoeke van de directeuren van het Hospitaal-Generaal wordt het reglement van (?1739-10-09) gewijzigd. Het Hospitaal doet ten gunste van de scholtis van Roermond afstand van de inkomsten uit boeten.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE AMBTSVERVULLING VAN DE BODEN VAN DEN HOVE

    De beide boden van het Hof van Gelre worden geacht hun werkzaamheden te verrichten terwijl ze niet in kennelijke staat verkeren, op straffe van schorsing voor de tijd van een jaar. Bij recidive volgt ontslag. De boden dienen zich te houden aan de reglementen met betrekking tot hun salaris.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE STUDIE DER RECHTSGELEERDHEID EN DER MEDICIJNEN TE LEUVEN

    Hare Majesteit gelast de strikte naleving van de "Visite" van de Universiteit van Leuven (PB 3.89) en van (?1742-04-24). Dit geldt vooral ten aanzien van de vierjarige residentieplicht voor studenten. Alvorens studenten tot de examens mogen worden toegelaten, dienen zij ten overstaan van de voorzitter van het college te verklaren, dat zij vier jaar metterwoon te Leuven gevestigd zijn geweest en dat zij niet meer dan drie maanden per jaar afwezig zijn geweest. Misleiding wordt gestraft met een boete van tweehonderd patakons. De studenten moeten ook testimonia overleggen, waaruit blijkt dat zij hun colleges met vrucht hebben gelopen. Licentiaten in de wijsbegeerte, die zich verder wensen te bekwamen in de medicijnen of rechtsgeleerdheid, mogen reeds na drie jaar tot de examens worden toegelaten.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE BESTRAFFING VAN VALSHEIDSDELICTEN

    Naast die vormen van valsheid, die volgens het "geschreven recht" met de dood strafbaar zijn, worden ook andere valsheidsdelicten, als het moedwillig produceren van valse akten, het opzettelijk vals beschuldigen van kapitale misdrijven, het geven van valse getuigenis terzake, en het aanzetten tot dergelijke delicten, met de dood strafbaar gesteld. Zelfs indien het ius scriptum of de plakkaten de doodstraf niet dwingend voorschrijven, wordt het de rechter aanbevolen toch naar deze remedie te grijpen. Indien de rechter tijdens een proces met enig valsheidsdelict wordt geconfronteerd, moet hij de officier van justitie een criminele actie terzake doen instellen. Rechterlijke officieren die nalaten valsheidsdelicten te vervolgen, riskeren ontzetting uit hun ambt. Indien zij de bedrijvers van dergelijke delicten begunstigen, dan wacht hun de doodstraf. Teneinde het aantal processen wegens meineed te beperken, wordt het notarissen verboden om bij het passeren van akten eden af te laten leggen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BETALING VAN DE KOSTEN VAN PASSAGE EN LOGEMENT VAN TROEPEN OP MARS

    Militaire officieren en burgerlijke overheden mogen niet onderhandelen over het afkopen van de passage van troepen om daardoor de lasten af te wentelen op andere delen van het platteland. Zij moeten daarentegen proberen elke afwijking van de marsorders te redresseren, op straffe van "privatie" van hun functie en aansprakelijkheid voor kosten en schade. Indien de inwoners van een clandestien van dergelijke overlast bevrijd dorp voor schadeloosstelling worden aangesproken, dan kunnen zij de schade op de verantwoordelijke overheden verhalen. De raden-fiscaal en lagere rechterlijke officieren dienen toe te zien op de naleving van de ordonnantie. Plichtsverzuim resulteert in mede-aansprakelijkheid in de schade.
  • DECLARATIE (a) TERZAKE VAN DE VERKLARING VAN DE STAAT VAN OORLOG MET FRANKRIJK (b)

    Hare Majesteit verklaart zich in staat van oorlog met Frankrijk en beveelt de onderdanen in de Oostenrijkse erflanden waar mogelijk aan Frankrijk afbreuk te doen. Zij verbiedt het onderhouden van handelsbetrekkingen en briefwisseling op straffe des doods. Alle Franse onderdanen dienen binnen veertien dagen haar landen te verlaten. Een uitzondering wordt gemaakt voor Franse kloosterlingen in Oostenrijkse kloosters, wier overste bereid is voor hen in te staan en voor personen die reeds langdurig metterwoon in haar erflanden gevestigd zijn, mits zij zich onthouden van verdachte correspondentie. Het verbergen of niet aanbrengen van verdachte Fransen zal streng worden gestraft. De koop- en wisselhandel met Frankrijk wordt verboden. Franse produkten zullen bij invoer worden geconfisqueerd. Onderdanen van Hare Majesteit, die Franse effecten of actiën beheren of daarvan weet hebben, zijn tot aangifte verplicht, op straffe van confiscatie van hun eigen goederen. Een speciale commissie zal met de confiscatiën worden belast. Franse beleggingen bij de Bank van Wenen zijn krachtens art. 9 van het octrooi van de bank exempt van confiscatie. De overheden moeten erop toezien, dat geen levensmiddelen, paarden of krijgsvoorraad aan de Fransen worden geleverd. De bewindhebbers der posterijen en hun postmeesters moeten Franse briefwisseling en verdachte koeriers onderscheppen: de rechterlijke officieren lenen hun daartoe de sterke arm (b). Voor wat betreft de Zuidelijke Nederlanden zal Hare Majesteit zich in nadere plakkaten nog uitspreken over de uitvoering van de diverse met de staat van oorlog verband houdende maatregelen, die voorlopig alleen verbindend zijn voor de Oostenrijkse erflanden. De plicht Franse onderdanen vijandig te bejegenen en het verbod op het onderhouden van handelsrelaties geldt echter wel reeds(a).
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BESMETTELIJKE ZIEKTE ONDER HET VEE IN DE GRENSGEBIEDEN MET FRANKRIJK

    Om besmetting van het hoornvee in de Zuidelijke Nederlanden tegen te gaan, wordt de invoer van hoornvee uit Frankrijk en de bezette gebieden verboden, evenals die van vlees en huiden. In weerwil van het verbod ingevoerd vee zal worden vernietigd; vlees en huiden in de aarde gedolven. De overtreders van het verbod zullen worden gegeseld en gebrandmerkt. Hoornvee mag binnenlands worden vervoerd, mits voorzien van een certificaat van herkomst, dat niet ouder mag zijn dan vier dagen, af te geven door de wethouders tegen vergoeding van twee stuivers. De paspoorten moeten worden getoond aan de patrouilles van de grote wegen. In geval van twijfel zal het vee worden opgebracht. De wethouders mogen desnoods "domineren" (dwangmiddelen toepassen) om achter de herkomst van het vee te komen. Het "stauwen" (drijven) van vee is alleen overdag toegelaten langs de grote wegen. Hoornvee mag niet worden geslacht voor en aleer het is gekeurd. Om buitenlands vee en vlees te kunnen onderscheiden van Frans vee en vlees, dienen de importeurs zich in het land van herkomst te voorzien van certificaten. Deze herkomstverklaringen moeten worden overlegd op de kantoren van in- en uitgaande rechten. De uitvoer van vee naar Frankrijk is verboden op straffe van confiscatie en een boete. Armlastige overtreders riskeren gevangenisstraf.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN EEN BESMETTELIJKE ZIEKTE ONDER HET VEE IN DE REPUBLIEK

    De maatregelen zoals vervat in (?1744-10-01) worden ook van toepassing verklaard op de invoer van hoornvee, afkomstig uit de Republiek, in de kwartieren van Brugge, Gent, Antwerpen, Turnhout, Tienen en Roermond.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DESERTIE EN TERZAKE VAN VAGEBONDEN

    De verordening behelst aanvullingen op (? 1738-08-01), welke verordening opnieuw wordt gepubliceerd.* De verplichting dag en nacht te patrouilleren en deserteurs en vagebonden aan te houden wordt benadrukt. Franse deserteurs, mits voorzien van paspoorten, dient men ongemoeid te laten. Nalatigheid wordt gestraft.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRANEN

    Het Hof van Gelre beveelt de intrekking van een ordonnantie, geëxpedieerd op 27 augustus 1746, houdende verbod van de uitvoer van graan uit het Overkwartier.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN VOLMACHTEN AD LITES VOOR PRACTIZIJNEN

    Practizijnen die optreden voor het Hof van Gelre of een der ondergerichten moeten in hun schrifturen en bij hun comparitie ter rolle doen blijken van de landrechtelijk vereiste procuratie ad lites. De griffiers van beide kamers en de secretarissen der ondergerichten zullen bij het vidimeren van de stukken moeten controleren of aan deze verplichting is voldaan. De ordonnantie zal ter rolle worden gepubliceerd bij alle gerichten. Bovendien zal ze worden aangeslagen aan de deur van de griffie.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De invoer van lichte en geschroeide dukaten wordt verboden op straffe van confiscatie der dukaten en tienjarige verbanning. De raden-fiscaal, de rechterlijke officieren en "buralisten" van in- en uitgaande rechten worden vermaand streng op te treden tegen overtreders.