• PLAKKAAT TERZAKE VAN HET PATROUILLEREN DER WEGEN EN TERZAKE VAN DE AANHOUDING VAN DESERTEURS EN VAGEBONDEN

    Hare Majesteit gelast de rechterlijke officieren wacht te doen lopen langs de wegen. Zij moeten met hulp van de door klokgelui gealarmeerde ingezetenen zwervers aanhouden. Zij mogen daarbij geweld met geweld keren, wederspannigen doden en de hulp van omliggende dorpen inroepen. Voor elke aangehouden zwerver die ter dood wordt veroordeeld ontvangen zij een beloning. De delinquent moet in het ressort van aanhouding worden berecht. Herbergiers mogen geen onderdak verschaffen aan vagebonden. Zij moeten de personalia van hun gasten doorgeven aan de rechterlijke officieren. In de steden moeten ordonnanties van die strekking worden uitgevaardigd. Schippers, brugwachters en voerlieden mogen na het luiden van de klok geen verdachte personages vervoeren of doorlaten. De hoofdofficieren der ommuurde steden mogen geen militairen zonder paspoort gedogen. Bij samenscholingen van vagebonden zal de stadscommandant drie kanonschoten doen lossen om de ingezetenen van de omringende dorpen te alarmeren. Wachtdiensten ten plattelande mogen niet worden vervuld door kinderen: de schildwachten moeten minimaal achttien zijn, goed bewapend en fysiek in staat om vagebonden aan te houden. De patrouilles ten plattelande moeten ook soldaten zonder paspoorten aanhouden en ze overleveren aan de garnizoenscommandant. Zij ontvangen een beloning voor man en paard, te betalen door de ontvanger van in- en uitgaande rechten, op ordonnantie van de commandant. Nalatige patrouilles betalen een vergoeding aan de compagnie, waaruit een doorgelaten deserteur is gevlucht. De vergoeding wordt eventueel voorgeschoten door de gemeente en later op hen verhaald. Onderdanen van Hare Majesteit mogen geen deserteurs verbergen, helpen of hun uitrusting kopen. De bepaling omtrent de jaarlijkse herpublicatie van (?1738-08-01) gaat over op deze verordening. Elke publicatieplichtige dient te beschikken over twee exemplaren: één om aan te plakken en één om jaarlijks opnieuw voor te lezen. Voor het overige blijven alle verordeningen tegen bedelaars en vagebonden van kracht.
  • PROVISIONELE ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Het Hof van Gelre verklaart, dat schellingen en blamusers tegen de oude koers zullen blijven getolereerd. Ten aanzien van de krachtens (?1749-09-19_1) gepermitteerde dukaten wordt een "remedie" van twee azen toelaatbaar geacht. De bepalingen van (? 1749-09-19_1) die betrekking hebben op de uitvoer van geld en edelmetaal moeten strikt worden nageleefd.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE MUNTSLAG EN TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De verordening behelst de specificaties van de nieuwe gouden, zilveren en koperen munten van Maria Theresia. Buitenlandse muntsoorten, waarvan de circulatie niet nadrukkelijk wordt toegestaan, worden verboden. Voordat buitenlandse munten uitgegeven mogen worden, moeten zij eerst worden gewogen. Vastgelegd wordt hoe het wegen moet geschieden en voor welk deel een betaling in klein geld mag geschieden. Dubbele en enkele gouden souvereinen van Oostenrijk zijn wettig betaalmiddel. Het niet accepteren van deze munten is strafbaar met een boete van duizend guldens. Lichte en geschroeide dukaten kunnen bij wisselaars worden ingeleverd;* evenals zilveren munten van goed allooi. De muntmeesters dienen vijfentwintig gulden per mark fijn zilver te vergoeden. Het is verboden niet-gangbare munten in betaling aan te nemen of gangbare te accepteren tegen een hogere koers, op straffe van confiscatie van de penningen en een boete. Meesters zijn aansprakelijk voor hun knechten; rentmeesters voor hun commiezen. Ontvangers (van in- en uitgaande rechten) die deze voorschriften overtreden worden voorbeeldig gestraft. Rentmeesters en ontvangers moeten alle betalingen zelf verrichten of ze doen verrichten door be0digde personen. Het wegen van goudstukken met het oogmerk de zwaardere stukken achter te houden is verboden, op straffe van tien jaar verbanning extra. Het omsmelten van munten is al evenmin toegestaan. Stipulaties in contracten over de muntsoort waarin de betaling moet worden verricht zijn nietig. Wie opzettelijk lichte dukaten invoert met het oogmerk ze in omloop te brengen, riskeert arbitraire straffen. Invoer ter ommunting is geoorloofd, mits aangifte wordt gedaan bij de kantoren van in- en uitgaande rechten. Valsemunters riskeren verbanning of arbitraire straffen. Om de daders van muntmisdrijven te kunnen achterhalen wordt de mogelijkheid geschapen degenen die geld van verdachte herkomst in betaling hebben aangenomen onder ede gerechtelijk te verhoren. De stedelijke overheden moeten wisselaars aanstellen om voor biljoen verklaarde munten in te kopen voor de munthuizen, die het alleenrecht hebben van munten om te smelten. De gezworen wisselaars mogen goud en zilver in baren laten gieten, mits het metaal naar de munthuizen wordt overgebracht. Goud- en zilversmeden behoeven speciale machtiging om als wisselaars op te kunnen treden (?1750-08-20). De uitvoer van edel metaal zonder toestemming is verboden. Tegen verdachten zal "bij apprehensie van hunne persoon" worden geprocedeerd. Indien zij deviezensmokkel vermoeden, mogen de rechterlijke officieren pakken, kisten, balen en andere verdachte verpakkingen aan een onderzoek onderwerpen, mits de visitatie geschiedt in aanwezigheid van afzender en geadresseerde. De rechterlijke officieren moeten strikt de hand houden aan de verordening. Indien zij nalatig zijn, zullen speciale commissarissen op hun kosten de naleving van de verordening verzekeren. Bij preventie mogen de officieren ook buiten hun ressort optreden. Indien een overtreder van het plakkaat gratie krijgt, zal toch het aandeel van de officier-exploitant worden uitbetaald. Muntprocessen mogen niet als civiele zaken worden geïnstrueerd. De verdachte zal als verstoorder van de publieke rust in persoon terecht staan, zonder rechtskundige hulp. De stijl van procederen in criminele zaken zal worden gevolgd bij het horen en recolleren van getuigen. Ook medeplichtigen worden toegelaten als getuigen. In zaken van minder belang zullen de getuigen op hun eed worden geloofd, tenzij er bijkomende circumstanties zijn. Vonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad, zonder appèl of reformatie. Insolvente veroordeelden riskeren arbitraire correctie. Indien een verdachte op heterdaad is betrapt of er twee getuigen zijn, dan mag hij zich niet in rechte verweren, tenzij hij borg stelt voor de boete waarin hij wordt geacht vervallen te zijn. Hare Majesteit behoudt zich de interpretatie van de verordening nadrukkelijk voor. De rechterlijke officieren moeten onder ede beloven haar strikt toe te passen. Beëdigde verklaringen terzake worden door tussenkomst van de raden-fiscaal ingewacht bij de Geheime Raad. Weigering van de eed leidt tot ontslag. Een officier die na het afleggen der eed in strijd handelt met de voorschriften zal op aanklacht van valsheid worden vervolgd. Alle bestuurlijke instellingen zullen via de raden-fiscaal regelmatig rapport uit moeten brengen over de effecten van de verordening. De privileges de non confisquando worden voor wat muntovertredingen betreft opgeheven.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN GOUD- EN ZILVERSMEDEN

    De verordeningen van 20 october 1608 (ROPBa&i 2.1.360), 14 april 1612 (ROPBa&i 2.2.132) en 24 juli 1688 (PV 4.1272) ten vervolge, behelst het plakkaat voorschriften voor goud- en zilversmeden. Klerenverkopers, cremers en uitdragers mogen geen goud- en zilverwerk verkopen, met uitzondering van wat op veilingen "met den klockslagh" of op gerechtelijke verkopingen te koop wordt aangeboden. Een uitzondering wordt verder nog gemaakt voor "minuterijen" en horloges. De dekens en gezworenen van het edelsmedenambacht zijn bevoegd in weerwil van dit verbod te koop aangeboden artikelen in beslag te nemen. De verordening geeft voorschriften omtrent het gehalte van goud- en zilverwerk - minuterijen en grosserijen, gesoldeerd en niet-gesoldeerd - het toetsen, keuren en wegen, de toetsnaalden waarover de ambachtslieden dienen te beschikken, evenals gewichten en balansen. Bovendien wordt een nieuw "poinçoen" (merkteken) voor elke aparte zilversmid voorgeschreven en een overgangskeur voor reeds bestaand, maar nog niet verkocht werk. Van de merktekens moet een koperen merkplaat worden aangelegd door het gilde. Elk stuk moet van een jaarcijfer worden voorzien, dat de gebruikelijke jaarletter moet vervangen. De goud- en zilversmeden moeten bij elk stuk een gedrukt certificaat leveren, dat gewicht en gehalte vermeldt. Deken en gezworenen van het gilde zijn in eerste instantie met het toezicht belast. Zij nemen ondeugdelijke waar in beslag en controleren gewichten en balansen. Bij overtredingen verwittigen zij de rechterlijke officieren ter plaatse, die tot confiscatie van de gewraakte waar procederen. Te goeder trouw ter keuring aangeboden doch ondeugdelijk bevonden waar zal worden gebroken. Het metaal wordt aan de edelsmid teruggegeven. Verzet tegen visitatie wordt gestraft met een boete van honderd gulden. Insolvente overtreders worden arbitrair gestraft. Overtreders die op heterdaad worden betrapt, zullen zich niet in rechte mogen verweren, dan na namptissement van de boete, waarin zij geacht worden te zullen zijn vervallen. De edelsmeden moeten een exemplaar van de verordening zichtbaar in hun winkel ophangen. Zij moeten onder ede verklaren zich aan de verordening te houden. Een afschrift van hun verklaring wordt ingewacht bij de raden-fiscaal. Weigering de gevraagde eed af te leggen wordt gestraft met uitstoting uit het ambacht. Dekens en gezworenen, die zelf de regels overtreden, riskeren verdubbeling van de straf. Indien zij daartoe niet speciaal gemachtigd zijn, mogen edelsmeden geen muntmetaal inkopen. Zulks is voorbehouden aan gezworen wisselaars. Deze zijn herkenbaar aan het houten uithangbord met het wapen van Hare Majesteit en het Bourgondisch kruis, dat alléén zij mogen voeren (?1750-08-20).
  • INTERIM-ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BETALING VAN BEDE EN SUBSIDIE

    Ingevolge van de wijzigingen van (?1749-09-19_1), die bij decreet van 7 en 12 januari 1750 (CB 14, fol. 139-140) voor het Overkwartier zijn toegestaan, wordt bepaald dat de nieuwe munten van Maria Theresia in het Overkwartier en de daarvan dependerende vrijheerlijkheden geen koers zullen hebben, en dat bede en subsidie voorlopig zullen moeten worden betaald in andere munt, waarvan de circulatie ook in Brabant toegelaten moet zijn.
  • REGLEMENT VAN MODERATIE EN MODIFICATIE OP HET STUK VAN DE MUNT

    Op grond van de daartoe bij decreet van 7 en 12 januari 1750 (CB 14, fol. 139-140) door de Geheime Raad verleende bevoegdheid, stellen kanselier en raden voor het Oostenrijkse Overkwartier en de dependerende Vrije Heerlijkheden de wijzigingen vast, die van toepassing zullen zijn ten aanzien van (?1749-09-19_1). De verordening behelst een opsomming van de muntsoorten waarvan de circulatie in het Overkwartier blijft toegelaten. De uitvoer van edel metaal wordt alleen verboden voor zover er sprake is van "agiotage" (speculatie). De nieuwe munten van Maria Theresia zullen conform (? 1750-03-05) geen koers hebben. Voor het overige blijft (?1749-09-19_1) ongewijzigd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Vanwege Hare Majesteit wordt de koers van plaquetten of blamusers van Luik in het Oostenrijks Overkwartier vastgesteld op vijftien liards van Luik of Maastricht.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De plaquetten of blamusers van Luik worden voor biljoen verklaard. Zij mogen in de Zuidelijke Nederlanden met ingang van de datum van publicatie van het plakkaat niet meer in omloop zijn, behalve in Limburg en het Overkwartier, waar zij nog één maand gedoogd zullen worden tegen een koers & dertien Luikse oorden. De nog aanwezige exemplaren kunnen bij de gezworen wisselaars worden aangeboden. De bepalingen van (?1749-09-19_1) moeten daarbij strikt worden nageleefd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE AANSTELLING VAN EEN GEZWOREN WISSELAAR TE ROERMOND

    Het Hof van Gelre maakt, vanwege de Junta tot Directie der Munt, bekend dat Carel Aegidius Hendrix, goudsmid te Roermond, benoemd is tot gezworen wisselaar. Eenieder ander dient zich van het wisselen van munten te onthouden, op straffe als bedreigd in (? 1749-09-19_1).
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN MEINEED

    Het Hof van Gelre gelast in stad en buitenie van Weert de herafkondiging van (?1744-01-04) terzake van meineed, opdat niemand onwetend zal zijn van de daarop gestelde straffen, wanneer de verdachten van de op 21 september te Weert voorgevallen oproerigheden zullen worden berecht. Scholtis en magistraat van Weert moeten de momber een "behoirlijck" relaas van publicatie zenden.
  • AKTE TERZAKE VAN HET STEDELIJK BESTUUR VAN ROERMOND

    (?1737-10-02) ten vervolge, wordt de tweede kamer van het Hof van Gelre [de magistraat van Roermond, dus] uitgebreid met "raadsverwanten". Deze zullen jaarlijks worden benoemd door de landvoogd, op voordracht van het Hof van Gelre. Zij dienen te worden gekozen uit de renteniers, goede burgeren en handelaren van Roermond. Hun taak zal bestaan uit het verlenen van medewerking bij de administratie van politie en justitie, het passeren van testamenten en andere instrumenten van volontaire jurisdictie. Zij mogen zich niet inlaten met proceshandelingen, zoals die vóór 1737 aan de schepenen waren voorbehouden. Het salaris van de raadsverwanten zal voorlopig worden betaald uit de "recette générale des finances aux Pays-Bas", totdat de inkomsten van de magistraat voldoende zullen zijn om deze kosten te kunnen bestrijden uit de "excressance". (?1737-10-02) blijft overigens onverkort.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET VERDELGEN VAN RUPSEN

    Alle eigenaren, tochtenaren (vruchtgebruikers) of huurders van hoven, landerijen en beemden moeten voor 25 april alle rupsen op hun terrein verdelgen. Daarna zullen de rechterlijke officieren dit werk tegen dubbel tarief ten laste van de nalatigen doen uitvoeren. De lokale overheden zijn verantwoordelijk voor de verdelging van rupsen op gemeentelijke grond. Nalatige overheden stellen zich bloot aan vervolging door het Hof van Gelre.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN HET VERBLIJF VAN ONDEROFFICIEREN EN SOLDATEN VAN VREEMDE MOGENDHEDEN IN DE OOSTENRIJKSE NEDERLANDEN

    Alle onderofficieren en soldaten in dienst van vreemde mogendheden, die zich in de Oostenrijkse Nederlanden bevinden, moeten zich daaruit binnen één week na publicatie verwijderen. Zij die nadien nog worden aangetroffen of er terugkeren riskeren gevangenisstraf op water en brood. Arrestanten zullen daartoe van het platteland naar stedelijke gevangenissen worden overgebracht. Militairen van de Staatse garnizoenen van de Barrièresteden vallen, mits voorzien van paspoorten, buiten deze verordening. Niet-geüniformeerde militairen zullen als vagebonden worden vervolgd. Rechterlijke officieren die nalatig zijn bij de tenuitvoerlegging van de verordening riskeren een boete van vijftig patakons en arbitraire correctie.
  • PROVISIONELE ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Naar aanleiding van een koersverlaging van "oude" schellingen in de omringende gebieden, wordt ter voorkoming van "dumping" van deze munten in het Overkwartier, de koers der schellingen aangepast.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Hare Majesteit verlaagt de koers van "oude" schellingen in het Overkwartier tot 9 stuivers Luiker of Maastrichter koers. De betaling van de diverse lasten van het Overkwartier mag echter niet lijden onder deze koerswijziging.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN HET "DENOMBREMENT" DER LENEN

    In opdracht van Hare Majesteit moeten alle houders van lenen en heerlijke rechten, die van haar leenroerig zijn, een specifiek overzicht van lenen en rechten indienen bij de stadhouder der lenen van het leenhof, alwaar zij onderhavige lenen en rechten hebben verheven. Deze verplichting geldt ook voor de houders van achterlenen, die via een heerlijk leenhof indirect van Hare Majesteit afhangen. Houders van goederen "in de dode hand" moeten daarbij authentieke afschriften overleggen van gift-, consent- en amortisatiebrieven, op straffe van het verlies van de effecten van dien. De leengriffier zal aantekening houden van de ingediende overzichten in een register van denombrementen. De denombrementen zullen met oudere lijsten worden vergeleken. Indien beide niet met elkaar in overeenstemming zijn, volgt een summiere procedure voor het leenhof. Indien de antwoorden van de houder van het leen onbevredigend zijn, worden de revenuen van het leen voorlopig in beslag genomen door de stadhouders der lenen, die over het beheer rekening en verantwoording schuldig zijn aan de Rekenkamer. De Rekenkamer zal de stadhouders der lenen autorisatie verlenen om tegen nalatige leenmannen te kunnen procederen. De houder van het leen dient de griffier op de hoogte te brengen van nieuwe splijtingen en afdelingen van het leen, onder overlegging van authentieke afschriften van de akten van "goedenisse" en transport. Elke "afdeling" van een "gespleten" leen moet afzonderlijk worden verheven, alle costumen ter contrarie worden opgeschort. Hare Majesteit wijst er verder nog op dat, volgens art. 183 van de instructie van de Raad van Financiën (ROPBa 3.4.471), omzetting van "quade" lenen (alleen in mannelijke linie vererfbare lenen) in "goede" of "perpetuele" lenen niet mogelijk is.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE COLLATIE VAN BENEFICIËN EN TERZAKE VAN DE TOELATING VAN NOVICEN

    Hare Majesteit verbiedt de collatoren van kerkelijke beneficiën om priorijen, kannunikdijen, pastorijen en dergelijke te verlenen aan religieuzen van Franse herkomst, op straffe van confiscatie van de inkomsten uit deze beneficiën. Rechters die zijn belast met de berechting van possessoire zaken dienaangaande zijn niet gebonden aan eerdere provisies van justitie ten gunste van Franse onderdanen. Kloosters en andere religieuze instellingen mogen geen Franse onderdanen als novicen aannemen, op straffe van confiscatie van hun inkomen uit beneficiën. Priores van vrouwenkloosters van Franse origine moeten het land verlaten. Franse onderdanen die reeds in kloostergemeenschappen zijn opgenomen mogen blijven, zolang zij geen aanstoot geven.
  • PROVISIONELE ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De verordening behelst een nieuwe koersaanpassing van "oude" schellingen. Voor de inning van Hare Majesteits rechten blijft het Brabantse tarief van toepassing.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE LENEN

    De verordening wijzigt en vervangt (?1752-06-22). De wijzigingen hebben betrekking op het aantal leenmannen dat nodig is om de "bestendigheid" van denombrementen te beoordelen en op de verplichtingen van personen die op enigerlei wijze heerlijke rechten of lenen verwerven.
  • EDICT TERZAKE VAN DE GEESTELIJKE JURISDICTIE VAN DE KAPELAAN-MAJOOR MILITAIR EN ZIJN "VELDPATERS-MILITAIR" (AALMOEZENIERS)

    De verordening geeft richtlijnen met betrekking tot de vraag, welke personen onttrokken zijn aan de geestelijke jurisdictie van de bisschoppen in hun diocees en ressorteren onder het geestelijk machtsgebied van de kapelaan-majoor en zijn aalmoezeniers. In het algemeen zijn alle militaire personen, die in wereldlijk opzicht onderworpen zijn aan de Opperste Hofkrijgsraad, aan de diocesane jurisdictie onttrokken. Dit geldt echter niet voor militairen buiten dienst en voor de weduwen en wezen van militairen, ook al genieten zij een militair pensioen. Een overzicht van de militaire rangen die exempt zijn van de diocesane jurisdictie is in de verordening opgenomen.
  • AMPLIATIE EN EDICT TERZAKE VAN DESERTIE

    Ter aanvulling van (?1749-07-26) worden nieuwe en zwaardere straffen gesteld op het helpen van deserteurs. De verordening moet samen met (?1738-07-31_2) en (?1749-07-26) jaarlijks binnen veertien dagen na Pasen opnieuw worden gepubliceerd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET VERSTREKKEN VAN KREDIET AAN MILITAIREN

    Officieren vanaf de rang van vaandrig en hoger mag men op onderpand van hun gage slechts honderd gulden krediet geven, mits de militair schriftelijke permissie heeft van zijn commandant. Indien aan deze voorwaarde niet is voldaan, heeft de geldschieter geen verhaal op de gage van de militair. Op onderpand van renten of grond kan meer krediet worden verstrekt. Indien een officier ambtshalve genoodzaakt is om geld op te nemen, dient hij zich te wenden tot de krijgscommissaris van zijn departement. Indien geld geleend moet worden voor de regimentskas, dan is toestemming van de Opper Hofkrijgsraad of van de krijgscommissaris-generaal vereist. Aan onderofficieren en soldaten mag men geen geld lenen. Militairen, die burgers mishandelen naar aanleiding van hun terechte weigering om op krediet te leveren, moeten door hun commandant onmiddellijk worden gestraft. Wil de klacht ontvankelijk verklaard kunnen worden, dan moet zij binnen het etmaal zijn ingediend.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE VERWERVING VAN ONROEREND GOED DOOR DE DODE HAND

    De verordening herneemt de verordening van 19 october 1520 (ROPBa 2.2.36). Het is verboden kapittels, kloosters, gasthuizen en pieuze stichtingen op te richten zonder koninklijk consent.* Geestelijke instellingen dienen nauwkeurig aantekening te houden van de onroerende goederen en "onquytbare" renten die gij in de dode hand bezitten, waarvan zij het vruchtgebruik hebben, of waarover zij anderszins middellijk, danwel onmiddellijk beschikken. Binnen drie maanden moeten zij een afschrift van dit denombrement ter hand stellen aan de raad-fiscaal van hun provincie.** Zij dienen hem desgewenst inzage te geven in alle akten van koop, schenking, vererving, verpachting, immissie en dergelijke, die er op betrekking hebben. Eenzelfde denombrement moeten zij inleveren van de goederen die ze in de levende hand bezitten. Hieronder worden verstaan alle goederen die niet geamortiseerd zijn en waarover zij beschikken door vererving, koop, wisseling, verpanding wegens schuld, consolidatie van dienstschuldig goed, confiscatie, vernaardering, uitwinning, saisie (beslag) of desaisinement (afstand door hypotheekgever). Deze goederen en al hetgeen zij hebben bezet of bepand voor rente, pacht of erfpacht, moeten publiekelijk worden verkocht. Zij moeten binnen drie jaar afstand doen van het genot van goederen, die zij zelf in pacht hebben. Het aanvaarden van dergelijke goederen in de dode hand leidt tot verbeurte van de waarde, zowel door de schenker als door de geestelijke instelling die de gift aanvaardt. Indien geestelijke instellingen door middel van tussenpersonen over onroerend goed beschikken, zijn die tussenpersonen aangifteplichtig, op straffe van verbeurte van de waarde van het verzwegen goed. Ter aanmoediging van de denunciatie wordt een derde deel van de waarde van aangegeven goederen als beloning in het vooruitzicht gesteld. Ten aanzien van ten onrechte door geestelijke instellingen verworven goed geldt geen prescriptie. De vorderingen van rechthebbenden terzake verjaren niet. Tegen de kosten van "wettelijke vernaarding" kunnen zij weer in hun bezit hersteld worden. Religieuze instellingen mogen wel geld uitlenen op onderpand. Indien de hypotheekgever niet aan zijn betalingsverplichting kan voldoen, moet het onderpand openbaar worden verkocht. Geestelijken mogen geen "quytbare" renten vestigen op goederen die zij volgens de termen van onderhavig plakkaat niet zouden mogen bezitten. Notarissen, wethouders en leenmannen, die zich lenen voor ongeoorloofde transacties met goederen van religieuze instellingen, riskeren een boete van vijfhonderd gulden. De betreffende handelingen zijn ipso facto nietig. Bij het transport van onroerend goed dienen zij van partijen een beëdigde verklaring te vragen, dat het goed niet in de dode hand geraakt. Tussenpersonen die zulks verzwijgen worden als meinedigen gestraft. Schenkingen van roerend goed en geld die een bepaalde waarde te boven gaan, moeten door de lokale rechters worden geregistreerd. Bovendien moet hiervoor octrooi worden verleend.*** Een uitzondering wordt gemaakt voor schenkingen aan de armen in gasthuizen, lazerijen en dergelijke. Ter bescherming van het patrimonium der kerke-armen wordt het verboden om geamortiseerd goed zonder consent van Hare Majesteit te vervreemden.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN VAGEBONDEN

    Het Hof van Gelre gelast de herpublicatie van (?1740-07-14). In overleg met de naburen is bepaald, dat men vagebonden op elkaars grondgebied zal mogen achtervolgen en aanhouden.* Aan de officier van het ressort van aanhouding wordt de keuze gelaten of hij de arrestant zal overnemen om te berechten, of dat hij hem zal overlaten aan degene die de aanhouding heeft verricht.