• PLAKKAAT TERZAKE VAN DE REKENPLICHTIGHEID VAN RECHTERLIJKE OFFICIEREN

    Rechterlijke officieren mogen geen compositie aangaan terzake van lijfstraffelijke delicten. Bij boetestraffelijke overtredingen moet de compositie tot stand komen door tussenkomst van de rechter. De delinquent heeft na betaling recht op een kwitantie. Gefixeerde boeten en composities van "verborgen of occulte" misdaden mogen zonder tussenkomst van de rechter worden geïnd. Inkomsten uit dergelijke bronnen moeten in de rekening ten behoeve van de Rekenkamer worden verantwoord, op straffe van een boete van viermaal het onjuist geïnde of niet aangegeven bedrag. Nalatige officieren worden in geval van recidive uit hun functie ontzet. De rechterlijke officieren moeten een register bijhouden van alle inkomsten uit boeten, composities, officie-rechten en andere emolumenten, om jaarlijks rekening en verantwoording af te kunnen leggen aan de Rekenkamer. In hun rekening moeten de officieren aangeven welk aandeel in de inkomsten moet worden overgedragen aan de "smalle" heren. Hun rekening moet een beëdigde verklaring bevatten, dat geen inkomsten zijn verzwegen. De officieren mogen niet gedogen dat hun familie of domestieken er iets van genieten.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DOOP-, TROUW- EN BEGRAFENISREGISTERS

    Hare Majesteit gelast alle pastoors zich exact te houden aan art. 20 van het Eeuwig Edict van 1611 (PB 4.517; KDB 3, fol. 67), terzake van de registratie van geboorten, huwelijken en overlijdens, waarvan de herpublicatie reeds is gelast bij depêche van 21 maart 1751 (ROPBa 3.7.100, noot 3). De pastoors dienen elk jaar binnen zes weken na het verstrijken van het kalenderjaar kosteloos een afschrift van hun registers te verschaffen aan de wethouders ter plaatse. De wethouders verstrekken daartoe jaarlijks een blanco register. Weigerachtige geestelijken zullen tot vervulling van hun plicht worden "gepraemt" door beslag op hun wereldlijk goed.
  • NIEUW REGLEMENT VOOR HET HOSPITAAL-GENERAAL TE ROERMOND

    (?1738-08-25) ten vervolge, geeft de landvoogd nadere instructies met betrekking tot de samenstelling van het bestuur van het Hospitaal-Generaal. Dit dient te bestaan uit vijf directeuren, van wie er vier ambtshalve zitting hebben en de vijfde vrij gekozen kan worden. De beide weeshuizen en het bejaardentehuis te Roermond worden administratief met het gasthuis verenigd. De fundaties blijven echter gescheiden. Voor wat betreft de inkomsten ervan dient rekening en verantwoording te worden afgelegd aan de oorspronkelijke proveniers. Om het Hospitaal in staat te stellen zich financieel te bedruipen, krijgt het als baten toegewezen: aalmoezen, de opbrengsten van pieuze stichtingen ten behoeve van de armen, waarvan de baten voorheen ten goede kwamen aan de Kruisheren en de Jezuïeten, de boetes opgelegd door de gilden, de verplichte schenkingen van gilden-meesters en dekens en overeenkomstige schenkingen van ambtenaren bij het aanvaarden van enigerlei ambt of functie. Het Hospitaal geniet het monopolie van dragers bij uitvaarten. Pupillen van het Hospitaal genieten de voorkeur als zangers in de kathedrale kerk. De Heilige-Geesttafel wordt in het Hospitaal geïncorporeerd: dientengevolge geniet het Hospitaal voortaan vrijdom van rechten geheven op meel. De stadcommandant verliest ten gunste van het Hospitaal de jaarlijkse erkentelijkheid van vijftig pistolen, die hem in weerwil van zijn patent door de stad werd betaald. Een overzicht van pieuze fundaties en tarieflijsten voor de verplichte bijdragen van gilden en ambtenaren completeert het reglement.
  • DECREET TERZAKE VAN DE VERKOOP VAN NIET GEAMORTISEERD GOED

    (?1753-09-15) ten vervolge wordt de termijn, waarbinnen niet-geamortiseerd goed van de dode hand weer in de levende hand moet worden teruggebracht, met nogmaals zes maanden verlengd. Het decreet geeft voorschriften over de wijze waarop de niet-geamortiseerde goederen publiek moeten worden geveild.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Het Hof van Gelre verbiedt ten verzoeke van de momber de circulatie van nieuwe dubbele stuivers van Kleef.
  • REGLEMENT TERZAKE VAN DE UNIVERSITEIT VAN LEUVEN

    De "Visite" van 1617 (ROPBa&i 2.2.327) ten vervolge, stelt Maria Theresia opnieuw voorschriften vast ten aanzien van de studieduur aan de theologische, juridische en medische faculteiten van Leuven. Er worden tarieven vastgesteld van hetgeen bij het afleggen van examens en dergelijke moet worden betaald aan de pedel en de drukker. De festiviteiten ter gelegenheid van het afstuderen worden aan banden gelegd. Drinkgelagen en bals, de zgn. "consequences" worden verboden, evenals het uitdelen van handschoenen. Men mag geen kind met de lauwerkrans voor de nieuwe licentiaat uit laten schrijden. Het aantal gasten op de promotiediners wordt beperkt. Overtreding van deze voorschriften wordt gestraft met driehonderd gulden boete. De overtredingen worden in eerste instantie afgedaan door de rechters van de universiteit. Indien deze een zaak langer dan drie maanden onvervolgd laten, gaat de bevoegdheid over op de Raad van Brabant. Indien de overtreder zich in een ander gewest ophoudt, moet het provinciale hof aldaar ingeschakeld worden. Alle voorgaande reglementen, voor zover niet nadrukkelijk gewijzigd, blijven van kracht. Het reglement moet jaarlijks op 10 en 15 october opnieuw worden gepubliceerd. De rector van de universiteit moet na gedane publicatie een bericht sturen aan de koninklijke commissaris voor de zaken van de Universiteit van Leuven. Een "tarif général des droits" completeert het reglement.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN EEN BESMETTELIJKE ZIEKTE ONDER HET HOORNVEE

    Om te voorkomen dat een besmettelijke ziekte, die heerst onder het vee in de Republiek, Luik en de aangrenzende delen van het Rijk, zich in het Overkwartier verspreidt, worden beperkende maatregelen van kracht voor de invoer van vee, vlees en huiden. Hoornvee dat wordt ingevoerd moet zijn voorzien van een gezondheidscertificaat van ten hoogste drie dagen oud, af te geven door de wethouders in de plaats van herkomst. Het vee moet voor de slacht opnieuw worden gekeurd. Vlees van elders geslachte dieren moet in de vleeshal te Roermond door de gezworen keurmeester van de stad worden goedgekeurd. Daartoe moeten hart, longen, lever en maag worden meegebracht. Hoornvee mag alleen via Roermond worden ingevoerd. Overtreding van de voorschriften wordt gestraft met vernietiging van het vee, confiscatie van transportmiddelen en een boete. Een afwijkende regeling wordt getroffen voor het land van Weert, Nederweert en Wessem: gezond vee dat bestemd is voor uitvoer naar Brabant moet geoormerkt worden met het wapen der stad. Het vee moet ter keuring worden aangeboden bij de kantoren van in- en uitgaande rechten te Baelen, Desschel of Veerle bij Turnhout. Hier worden na de keuring nieuwe passavants verstrekt.
  • REGLEMENT VOOR DE COMPAGNIE VAN DE PROVOOST-GENERAAL DER NEDERLANDEN

    De verordening heeft betrekking op de omvang, de betaling en het onderhoud op mars van de compagnie van de "lieden van de rode roede", die zijn belast met het bewaken van de grote wegen van Brabant. Conform de ordonnantie van 30 april 1729 (ROPBa 3.4.145) wordt het deze soldaten verboden erkentelijkheden en fooien van de bevolking te eisen. Zij moeten voor hun onderdak genoegen nemen met de kwartieren die de wethouders hun toewijzen. Hun declaraties zullen alleen worden betaald, indien de "lieden van de rode roede" een bewijs van goed gedrag, ondertekend door de wethouders, kunnen overleggen. Bij het vorderen van voertuigen en gidsen moet men zich richten naar het reglement van 12 augustus 1749 (ROPBa 3.6.445). Gedurende hun ambtsverrichtingen zijn de provoost-generaal en zijn soldaten vrijgesteld van de betaling van barriŠre-, brug- en veergelden. Een aantal specimina van formulieren, die maandelijks door de provoost-generaal moeten worden ingediend, completeren het reglement.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN EEN BESMETTELIJKE ZIEKTE ONDER HET HOORNVEE

    Hoornvee, afkomstig uit de Republiek, Staats-Vlaanderen, het Ambacht van Assenede en de Kasselrij van Oudenburg, mag niet langer in de Oostenrijkse Nederlanden worden ingevoerd, wegens een besmettelijke ziekte. Vee dat in weerwil van het verbod is ingevoerd, moet ter plaatse worden vernietigd. Dit geldt ook voor vlees en huiden van dergelijk vee. De importeurs riskeren geseling en een brandmerk; de kopers een boete van vijfentwintig patakons. Het vervoer van hoornvee wordt gebonden aan een stelsel van paspoorten en gezondheidscertificaten. De lokale wethouders mogen voor het verstrekken van dergelijke verklaringen twee stuivers rekenen. Meerdere runderen kunnen op een pas reizen, zonder prijsverhoging. De wachters van de grote wegen moeten niet-gecertificeerd vee zeer behoedzaam opbrengen. Indien de herkomst van het vee twijfelachtig blijft, vervallen de "stauwers" (drijvers) in de vermelde straffen.
  • GENERAAL REGLEMENT TERZAKE VAN DE BRANDPREVENTIE TEN PLATTELANDE

    Het reglement behelst bouwvoorschriften voor schoorstenen en daken van huizen, brouwerijen, smederijen, "esdens" (droogovens) en dergelijke. De opslag van brandstoffen en brandgevaarlijke stoffen wordt aan regels gebonden. Het roken van tabak, het afschieten van snaphanen en het onzorgvuldig omgaan met ongebluste as in een brandgevaarlijke omgeving wordt verboden. Indien ergens brand uitbreekt, dient men onmiddellijk de naburen te waarschuwen, evenals de rotmeester, die verantwoordelijk is voor het blusmateriaal, en de wethouders, die moeten beslissen of het noodzakelijk is de belendende percelen neer te halen. Indien een aanpalende opstal moet worden neergehaald om uitbreiding van de brand te voorkomen, wordt een schadevergoeding uitgekeerd (GLS 5.1.16). In het reglement wordt gespecificeerd hoeveel blusmateriaal, waar voorhanden moet zijn. Waar onvoldoende bluswater is moeten brandkuilen worden aangelegd. Tweemaal per jaar dienen schoorstenen en blusmateriaal geïnspecteerd worden door de rechterlijke offfcieren, twee schepenen en de secretaris, in gezelschap van een timmerman en een metselaar. Veertien dagen voor de visitatie moet het reglement opnieuw worden gepubliceerd. Eventuele boetes zijn onmiddellijk invorderbaar. De opbrengst ervan komt ten goede aan de ontvanger der exploten van het Hof van Gelre.
  • DEPÊCHE TERZAKE VAN DE AANBESTEDING VAN OPENBARE WERKEN

    Publieke werken moeten in het openbaar worden aanbesteed en worden gegund aan de laagste inschrijver. Slechts op verzoek van de Staten, corpora of administratieve lichamen kan door de landvoogd ontheffing van deze verplichting worden verleend.* De ordonnantie moet ter rolle worden gepubliceerd door de provinciale hoven en ter kennis worden gebracht van de plaatselijke overheden.**
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE AFKOOPBAARHEID VAN "ONLOSBARE" TIENDEN EN ANDERE PRESTATIES IN NATURA, VERSCHULDIGD AAN DE DOMEINEN

    Hare Majesteit bepaalt tegen welk tarief cijnzen, grondrenten, erkentelijkheden of "redevances", zoals "espiers" (rente betaalbaar in koren) en "lardiers" (spekcijns, rente betaalbaar in hoenders, kapoenen en dergelijke) kunnen worden afgekocht. Gedurende drie maanden worden de onderdanen van Hare Majesteit in de gelegenheid gesteld, door betaling van een afkoopsom aan de ontvangers der domeinen, zich van deze verplichtingen te bevrijden.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DESERTIE

    (?1749-07-26) en (?1753-05-18) ten vervolge, worden de straffen, gesteld op het verbergen en helpen van deserteurs, verzwaard. Bij een eerste overtreding riskeert men geseling en een brandmerk, gevolgd door drie jaar verbanning. Bovendien moet men een vergoeding betalen aan het regiment van de deserteur en aan de aanbrenger. Een tweede overtreding wordt met de dood gestraft. (? 1738-07-31_1) en (?1749-07-26) moeten samen met onderhavige ordonnantie jaarlijks vijftien dagen na Pasen opnieuw worden gepubliceerd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE PUBLICATIE VAN PLAKKATEN

    De verordening legt aan alle subalterne en hoofdofficieren de verplichting op om binnen twee weken na de publicatie van een plakkaat een "relaes" daarvan te zenden aan de raad fiscaal van de provincie. De raden-fiscaal moeten binnen zes weken na de afkondiging van een plakkaat een verzamellijst van deze relazen indienen bij de raad gecommitteerd tot de fiscale zaken bij de Geheime Raad en de Raad van Financiën. In de lijst moet worden aangegeven waar het plakkaat is gepubliceerd en welke officieren in gebreke gebleven zijn.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE RECHTSPLEGING IN ZAKEN VAN IN- EN UITGAANDE RECHTEN

    De ordonnantie van 3 maart 1751 (ROPBa 3.7.9) ten vervolge, geeft de verordening aanvullende voorschriften met betrekking tot de wijze van procederen in eerste aanleg voor de rechters van in- en uitgaande rechten en in tweede instantie voor de "chambres superieurs". Van vonnissen, houdende een veroordeling tot een boete van minder dan tweehonderd gulden, valt geen appèl. De griffiers van de betrokken rechtbanken moeten jaarlijks een overzicht verstrekken van de aanhangige procedures. Zij worden vermaand zich voor wat de griffierechten betreft strikt te reguleren naar de ordonnantie van 3 maart 1751 (ROPBa 3.7.9).
  • EDICT TERZAKE VAN ADELSTITELS, BLAZOENEN EN ERETEKENS

    Het edict van 14 december 1616 (?1724-02-14) blijft de basis van de wetgeving terzake van adelstitels, blazoenen en eretitels. De inhoud van de verordening wordt opnieuw weergegeven. Daarnaast worden ceremoniële voorschriften gegeven voor begrafenissen, waartoe (?1720-02-06) aan het eind van het edict ingevoegd wordt. Bovendien wordt het edict aangevuld met bepalingen ten aanzien van het dragen van degens, de versierselen van karossen, de aanspreektitels van ridders van het Gulden Vlies, gevolmachtigd ministers, veldmaarschalken, dames en andere notabelen. Het toezicht op de naleving van de verordening wordt toevertrouwd aan de wapenkoning en zijn herauten, verenigd in de heraldieke kamers, gevestigd in de residentie van elk provinciaal hof. De heraldieke kamer rapporteert elk trimester aan de raad-fiscaal over de aanhangige procedures. In overleg met hem moeten de wapenherauten zorg dragen voor de afhandeling van de thans hangende en onvervolgde processen. De raden-fiscaal kunnen bij preventie procederen tegen overtreders van onderhavige verordening. De proceskosten zullen pas worden voldaan aan het eind van elke procedure.
  • DIPLOMA TERZAKE VAN DE RECHTERLIJKE EN BESTUURLIJKE ORGANISATIE VAN ROERMOND

    De vereniging van het Hof van Gelre met de magistraat van Roermond tot één bestuurlijk lichaam met twee kamers, zoals voorgeschreven krachtens (?1737-10-02) wordt bij provisie ongedaan gemaakt. Het Hof zal voortaan bestaan uit de kanselier, twee raden costumier, vijf raden ordinaris en één griffier. De magistraat zal bestaan uit de schout, zeven schepenen voor het leven en één burgemeester, jaarlijks door het Gouvernement-Generaal aan te wijzen uit de burgerij. De twee raadsverwanten, aangesteld krachtens (?1750-11-14) worden gehandhaafd. De stad zal verder beschikken over twee secretarissen, één ontvanger, één deurwaarder en twee boden. Zolang degene, die vóór deze hervorming griffier van de tweede kamer van het Hof was, de functie van secretaris vervult, zal de tweede secretarisplaats niet worden vervuld. De landvoogd is gerechtigd een en ander naar believen verder uit te werken. Een authentieke copie van het diploma, getekend F.J. Misson, wordt aan het Hof van Gelre toegezonden.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE DRUKPERS

    Het Hof van Gelre verbiedt alle boekverkopers in het ressort van den Hove om boeken die handelen over eigentijdse problemen te verkopen zonder permissie van de momber. Manifesten van belligerente mogendheden zijn van dit verbod uitgezonderd.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN EEN BESMETTELIJKE ZIEKTE ONDER VEE IN HET OVERKWARTIER

    In verband met de opnieuw uitgebroken veeziekte in het Land van Weert de gehuchten De Biest en Leuken beveelt het Hof van Gelre de strikte naleving van (?1755-03-22). Gedurende één jaar wordt de invoer in het Overkwartier van hoornvee, vlees en huiden uit de Republiek, de Meierij van 's-Hertogenbosch, het Land van Maas en Waal en Kleef verboden, op straffe van vernietiging van het vee, confiscatie van vervoermiddelen en lijfstraf. De uitvoer van vee, vlees en huiden uit het Land van Weert naar enig land van Hare Majesteits onderdanigheid wordt verboden; evenals vervoer van De Biest of Leuken naar Weert. De stallen waarin besmet vee huist moeten worden gesloten tot twee maanden na het uitwoeden der ziekte. Kadavers moeten zo dicht mogelijk bij de stallen worden begraven. Nieuw vee mag pas worden gestald, nadat de wethouders de stallen zuiver bevonden hebben. Op het slachten van kalveren die immers nodig zijn voor de opbouw van de nieuwe veestapel wordt een boete gesteld van tien ducatons. De lokale overheden moeten het Hof van Gelre onmiddellijk verwittigen, indien de veeziekte zich in hun ressort openbaart. Vervolgens moeten zij wekelijks rapporteren. Een beschrijving van ziekteverschijnselen en mogelijke "precautiën" besluit de verordening.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN, MEEL, BROOD EN VELDVRUCHTEN

    Onder verwijzing naar het nog niet afgekondigde uitvoerverbod van 28 september 1756 (?1757-04-21/2), waarvan de strikte naleving wordt geboden, worden strengere straffen gesteld op overtreding van het uitvoerverbod van graan, meel, brood en veldvruchten. De maximale boete bedraagt duizend gulden en kan tot één jaar na dato worden gevorderd. Insolvente overtreders worden gestraft met geseling, een brandmerk en verbanning. Bierbrouwers mogen alleen gerst, boekweit en haver gebruiken. Molenaars mogen geen andere melanges voor de brouwerij leveren. Graan mag alleen worden verhandeld op de openbare markten onder toezicht van twee commissarissen uit de magistraat. Dit met het oogmerk om prijsopdrijving te voorkomen. Het is verboden binnen twee mijl van de grens graan met paarden te vervoeren. Vervoer of doorvoer per schip is al evenmin geoorloofd. Alleen indien het echt niet anders kan, mag men graan buiten de landsgrenzen laten malen. Een attest van de pastoor is dan vereist. Grensbewoners dienen altijd een dergelijk attest te kunnen tonen. Indien overtreders van de verordening zich gewapenderhand tegen de officieren van in- en uitgaande rechten verzetten, moet door het luiden van de klok het volk gealarmeerd worden. Wederspannige delinquenten mogen straffeloos worden gedood. Indien men verzuimd zou hebben van de verordening voldoende exemplaren toe te zenden, dan dient de verantwoordelijke officier er desnoods elders te lenen. Nalatige officieren worden gestraft met het verlies van hun functie.
  • REGLEMENT TERZAKE VAN HET BESTUUR EN DE FINANCIËLE ADMINISTRATIE VAN ROERMOND

    (?1756-06-12) ten vervolge, worden voorschriften gegeven ter sanering van de openbare financiën van Roermond. De inkomsten van de stad dienen verpacht te worden. De magistraat wordt in de gelegenheid gesteld de pachtvoorwaarden te ontwerpen. De magistraat mag geen openbare werken, waarvan de kosten de honderd gulden te boven gaan, aanbesteden zonder toestemming van de regering. De stedelijke ontvanger mag geen betalingen verrichten zonder ordonnantie van de magistraat. De magistraat mag geen leningen aangaan of nieuwe gemeentelijke heffingen invoeren zonder toestemming van de regering. Men mag geen nieuwe ambtenaren benoemen, laat staan hun salaris verhogen. De ambtsduur van de stedelijke ontvanger wordt van een tot drie jaar verlengd. Er worden kortingen doorgevoerd op de salarissen van de stadsdokter en van de "fourrier du cour". Verder wordt er bezuinigd op pensioenen, het aantal klepperlieden en de logementskosten van invalide officieren. Ter bestrijding van ontduiking van de stedelijke belastingen dienen de bressen in de wallen te worden gedicht. Diverse tarieven worden verhoogd volgens een bijgevoegde lijst. De magistraat dient voortaan haar ochtendvergaderingen op maandag, donderdag en vrijdag aan het beheer der financiën te wijden. De stadsrekeningen moeten openbaar en ten overstaan der tienmannen worden afgehoord. Hare Majesteit behoudt zich het recht voor om de rekeningen door een auditeur van de Rekenkamer te doen afhoren. Onder verwijzing naar art. 41 van het reglement voor de stad Weert (?1740-08-29) wordt het Hof van Gelre erop gewezen, dat het zich ook niet mag inlaten met de domestieke aangelegenheden van Roermond.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE CULTUUR VAN TABAK

    Vanwege de schade die aan de graanoogst wordt toegebracht, doordat een groot deel van het akkerbouw-areaal voor het telen van tabak wordt gebruikt, wordt de cultuur van tabak gedurende twee jaar verboden, op straffe van vernietiging van de oogst en een boete van vierhonderd gulden per bunder. De helft van de boete dient ten goede te komen aan de armen. De andere helft is voor de exploiterende officier. De raden-fiscaal vervolgen nalatige officieren. Alle landbouwers dienen in het komende seizoen nuttige produkten te zaaien. Tabaksverbouwers, wier grond braak moet liggen alvorens ze opnieuw kan worden bezaaid, kunnen zich voor schadeloosstelling wenden tot het Gouvernement-Generaal.
  • AVOCATOIRE BRIEF

    Als reactie op de "avocatoire brief" van de koning van Pruisen, gedateerd 2 november 1756, beveelt Hare Majesteit al haar onderdanen de Pruisische dienst te verlaten en terug te keren onder haar gehoorzaamheid, op straffe van confiscatie van hun goederen. De verbeurde goederen zullen worden gebruikt om trouwe onderdanen, die schade lijden ten gevolge van Pruisische misdragingen, schadeloos te stellen.
  • ORDONNANTIE EN CONVENTIE TERZAKE VAN DE UITWISSELING VAN DESERTEURS

    Hare Majesteit gelast de naleving van de conventie, die op 16 december 1756 te Wenen is gesloten tussen Willem Reinard, graaf Von Neiperg en Louis Cesar, comte D'Estrées. De conventie regelt de uitwisseling van deserteurs uit de legers van Hare Majesteit en uit die van de Franse koning. Soldaten, die vóór 1 februari 1757 zijn gedeserteerd uit de legers van een der contracterende mogendheden en dienst hebben genomen onder de vaandels van de andere mogendheden, mogen in vreemde krijgsdienst blijven. Voor zover zij zich reeds in het buitenland bevinden, kunnen zij zich ook na 1 februari 1757 nog voor vreemde krijgsdienst melden. Soldaten, die na 1 februari 1757 zijn gedeserteerd, zullen onder de termen van de conventie worden uitgewisseld. De burgerlijke overheid moet alle deserteurs aanhouden. De aanbrengers van deserteurs ontvangen een beloning, uit te betalen door de hoofdofficier van het ressort. Franse deserteurs zullen worden overgedragen aan de legers die zich thans in het Duitse Rijk bevinden. Indien in de buurt geen Franse legers aanwezig zijn, zullen de deserteurs worden verzameld te Livorno, Vieux-Brissac, Keil, Luxemburg, Bergen of Yper. Deserteurs uit de Oostenrijkse legers worden verzameld te Toulon, Neuf-Brissac, Straatsburg, Thionville, Maubeuge of Rijssel. Er wordt een transportvergoeding uitgekeerd per mijl. De begeleiders van de deserteurs moeten een certificaat overleggen, waaruit de afgelegde afstand blijkt. De deserteurs worden overgedragen met hun paarden en uitrusting. Het aankopen daarvan wordt strafbaar gesteld. De overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van zes jaar en is geldig in heel Europa.