• DECREET TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Hare Majesteit verbiedt de invoer, verkoop en het lezen, danwel laten lezen van het te Luik gedrukte "Traité du pouvoir irréfragable de l'église sur le marriage des catholiques" van Jacques Clemens, wegens aantasting van de rechten en de hoogheid van de souverein, het aanzetten tot ontucht en het aantasten van het vaderlijk gezag. Alle exemplaren van dit "traité" moeten worden ingeleverd bij de raden-fiscaal, op straffe van driehonderd gulden per verzwegen exemplaar.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN EEN BESMETTELIJKE ZIEKTE ONDER HET HOORNVEE IN DE MEIERIJ VAN 'S-HERTOGENBOSCH EN IN KLEEF

    Het Hof van Gelre verbiedt de invoer van hoornvee dat niet is voorzien van een gezondheidsverklaring. In de verordening worden de vereisten van dergelijke paspoorten omschreven. Voor de invoer van huiden en vellen gelden dezelfde voorwaarden. Overtreding van de voorschriften wordt gestraft met confiscatie van vee, huiden of vellen en een boete van tien ducatons per hoornbeest. Bij recidive riskeert men arbitraire lijfstraf.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET INENTEN TEGEN KINDERPOKKEN

    Om te voorkomen dat ten gevolge van het inenten tegen kinderpokken besmettelijke ziekten zouden kunnen ontstaan, wordt bepaald dat het inenten moet geschieden op meer dan tweehonderd "toisen" (vadem) van steden en huizen, op straffe van duizend gulden boete.
  • EDICT TERZAKE VAN DE COMPAGNIE VAN DE PROVOOST VAN DEN HOVE

    Wegens ontduiking van de voorschriften met betrekking tot het uitschrijven van "biljetten van goed order" (?1755-03-01) door de wethouders der plaatsen, waar soldaten van de Compagnie van de Provoost van den Hove fourageren, worden nadere instructies terzake gegeven. Tevens wordt er straf gesteld op het in rekening brengen van niet geleverde waren.
  • EDICT TERZAKE VAN HET ONDERHOUD EN HERSTEL VAN KERKGEBOUWEN, PASTORIEËN EN DERGELIJKE

    Het edict beoogt de jurisprudentie te uniformeren, die is gevolgd op de plakkaten van 28 maart 1611 (PB 1.62) en van 2 october 1613 (PV 2.37). De kosten van het herstel van kerkgebouwen en pastorieën moeten worden bestreden uit de tienden. Voor zover tienden in bezit zijn van wereldlijke personen althans, indien ze door hen zijn verworven sedert het concilie van Lateranen in 1179 en vóór de publicatie van de verordening van 1 juni 1587 (PV 2.88) moeten ook deze tiendheffers daarin bijdragen. Deze tiendheffers zullen echter eerst dan worden aangeslagen, nadat de inkomsten van de kerkfabriek reeds voor dit doel zullen zijn gebruikt. Ook houders van beneficia dragen naar rato en volgens het gemene recht bij. Indien de inkomsten uit deze bronnen niet toereikend zijn, moeten de parochianen bijdragen. Voor een dergelijke heffing moet echter octrooi worden verleend. Indien tiendheffers het oneens zijn over de onderlinge verdeling van de lasten, moeten zij hangende de oplossing van het probleem deze lasten solidair dragen. De verordeningen van 1611 en 1613 komen te vervallen. Eventuele transacties strijdig met deze onderhavige ordonnantie worden nietig verklaard, tenzij zij, zonder precedent, zijn aangegaan voor een enkel bijzonder geval, zulks ter beoordeling van de raden-fiscaal en behoudens goedkeuring van het provinciaal hof.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DOOP-, TROUW- EN BEGRAFENISREGISTERS

    De geestelijkheid van het Overkwartier dient voortaan alle dopen, huwelijken en begrafenissen op uniforme wijze, volgens bijgaand formulier, te registreren. Krachtens (?1754-03-06) moeten zij jaarlijks een authentiek afschrift van hun registers ter beschikking stellen van de wethouders ter plaatse, die daartoe het nodige papier zullen verschaffen. De wethouders op hun beurt dienen nogmaals een afschrift te laten vervaardigen ten behoeve van het Hof van Gelre. Zij dragen ook zorg voor het inbinden en bewaren van de registers. De exemplaren van de afgelopen twee jaar zijn bij controle ondeugdelijk bevonden en moeten opnieuw worden gecollationeerd. De kosten hiervan zullen worden gedragen door de gemeenten en door de defaillanten, elk voor de helft.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE IN POLEN "GRASSERENDE" PEST

    Het Hof van Gelre gelast de strikte naleving van (?1765-12-14) en (?1749-07-26) terzake van het bewaken der wegen en het weren van vagebonden. Gedurende de tijd van één jaar mogen geen joodse marskramers of Poolse berengeleiders in het Overkwartier worden toegelaten. Indien zij in weerwil van dit verbod toch worden aangetroffen, dan moeten hun pakken worden verbrand. Zij zelf worden op straffe van geseling en verbanning over de grens gezet. Herbergiers mogen geen onderdak aan hen verschaffen. Veerlieden mogen ze niet over de Maas zetten. Nalatige officieren en wachters riskeren een boete. De verordening draagt een voorlopig karakter.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE PEST DIE IN POLEN HEERST

    Hare Majesteit beveelt de strikte naleving van ( 1765-12-14). Op grond van deze verordening wordt aan joodse marskramers en Poolse berengeleiders bij provisie de toegang tot de Nederlanden ontzegd. De invoer van oude kleren, vodden en lappen wordt verboden. De pakken en voddenbalen der marskramers moeten worden verbrand. Herbergiers en wachten die verzuimen de verplichtingen, die krachtens ( 1765-12-14) op hen rusten, uit te voeren, riskeren een boete van vijftig gulden per door hun toedoen niet aangehouden persoon. Het is verboden produkten die de besmetting zouden kunnen overbrengen, zoals wol, katoen, garen, huiden en vellen, al dan niet in stro verpakt, per schip in te voeren. Deze produkten mogen wel uit andere streken worden ingevoerd, mits uit de bijgaande gezondheidsverklaring blijkt dat de besmettelijke ziekte niet heerst in de streek van herkomst. Voor schepen onderweg uit Spanje en Portugal met bestemming Nieuwpoort of Oostende geldt een overgangsregeling. Het invoeren van verboden produkten zonder attest, of met een vals attest, wordt met de dood gestraft. Voor schepen afkomstig uit Danzig, Pommeren, Pruisen en Lijfland gelden de quarantainebepalingen zoals vervat in de verordening van 1 augustus 1743 (ROPBa 3.5.562). Naast de gebruikelijke voorzorgen ten aanzien van schepen uit de Levant worden ook dergelijke maatregelen getroffen voor schepen afkomstig van de Griekse eilanden. De quarantaine kan door de havenautoriteiten naar believen worden verlengd. Indien produkten waarvan de invoer verboden is op de kust aanspoelen, moeten ze worden verbrand. Op clandestiene invoer en opzettelijke ontduiking van de diverse bepalingen van deze ordonnantie staat de doodstraf.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN EN LEVENSMIDDELEN EN TERZAKE VAN HET DISTILLEREN VAN BRANDEWIJN

    De uitvoer van graan, meel, brood, veevoer en andere levensmiddelen uit het Overkwartier wordt verboden op straffe van confiscatie van de levensmiddelen, de transportmiddelen en het dubbele van de waarde. Binnen het Oostenrijkse, Pruisische en Staatse deel van het Overkwartier gelden echter geen belemmeringen. Een stelsel van certificaten moet dienen om te garanderen dat levensmiddelen inderdaad niet worden uitgevoerd of gehamsterd. Ook de uitvoer naar het graafschap Horn blijft geoorloofd, mits de levensmiddelen voor de eigen consumptie aldaar zijn bestemd.* Tegen graanhandelaren die voorraden opkopen en vasthouden in hun magazijnen zullen de bepalingen van het Landrecht terzake worden ingeroepen.** Het distilleren van brandewijn en het stoken van jenever wordt verboden. De jeneverstokers moeten binnen acht dagen na publicatie van de verordening de helmen van hun ketels inleveren op de "stadt- of gerichtshuijsen".
  • ADDITIONELE ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE PEST DIE IN POLEN HEERST

    (?1770-10-27) ten vervolge, wordt bepaald dat ook voor alle niet aan quarantainebepalingen onderworpen produkten gezondheidscertificaten zijn vereist. Deze certificaten moeten zijn voorzien van een vidimus van de magistraat van de grensstad waarlangs ze zijn ingevoerd. Het certificaat moet ook gevidimeerd worden door de officier van in- en uitgaande rechten ter plaatse. De stedelijke overheden moeten gratis dergelijke certificaten afgeven voor exportartikelen, op straffe van persoonlijk aansprakelijk gesteld te worden voor de schade. De quarantaineverplichting wordt uitgebreid tot schepen afkomstig uit Samogetië, Courland, Hamburg en Bremen.
  • ADDITIONELE ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE PEST DIE IN POLEN HEERST

    (?1770-10-27) en (?1770-11-19) ten vervolge, worden nadere instructies gegeven met betrekking tot gezondheidsverklaringen voor diverse produkten. Ook de quarantainebepalingen worden verder verfijnd. Alle rechterlijke officieren worden vermaand om clandestien ingevoerde waren onmiddellijk te verbranden "sigh houdende boven den windt". Clandestiene invoer wordt met de dood gestraft, tenzij de importeur kan bewijzen dat de produkten afkomstig zijn uit niet besmet gebied. In dat geval zal hij worden vervolgd wegens gewone fraude.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET LICHTVAARDIG PROCEDEREN OP KOSTEN VAN DE GILDEN

    Alvorens een ambacht een proces mag aanspannen, moet eerst permissie worden gevraagd aan de magistraat. De verordening beschrijft de formele vereisten waaraan moet zijn voldaan, alvorens de magistraat toestemming mag geven. In ieder geval moet men eerst pogen tot een minnelijke schikking te geraken ten overstaan van gecommitteerden uit de magistraat, of met hulp van drie "intelligente" advocaten. De beslissing van de magistraat is niet vatbaar voor beroep of herziening. Indien de gevraagde toestemming wordt verleend, kan een gewone communicatoire procedure worden aangespannen, waarbij zowel ten principale als ten aanzien van de incidenten alle gebruikelijke geschriften zijn toegelaten. In eerste instantie is de magistraat van de plaats waar het gilde is gevestigd de competente rechter. In tweede instantie kan het proces vervolgd worden voor het provinciaal hof, binnen welks ressort de stad is gelegen. Procederen in derde instantie is verboden.
  • ORDONNANTIE TER BESTRIJDING VAN DE BESMETTELIJKE ZIEKTE ONDER HET VEE IN HET OVERKWARTIER

    De verordening behelst speciale maatregelen ter indamming van de veeziekte die in het Overkwartier heerst, alsmede preventieve maatregelen ter voorkoming van nieuwe ziekten in de toekomst. De invoer en doorvoer van hoornvee en ossen zelfs indien voorzien van gezondheidscertificaten wordt verboden. Aan de grenzen zullen borden worden geplaatst met het opschrift: "Verbod van invoer en passagie van hornvehe met ofte sonder pas". Slachtvee of vlees mag wel worden ingevoerd, mits aan de gebruikelijke vereisten is voldaan. Beestenverkopers en vleeshouwers mogen geen stallen betreden waarin onbesmet vee huist. De "buitenslachters" die hun vlees in Weert of Roermond ter markt brengen, moeten de organen van het geslachte vee aan de gezworen keurmeesters tonen. De preventieve maatregelen bestaan onder meer uit een meldingsplicht voor besmet vee en het afzonderlijk bewaren van vee, voer en mest. Na melding van een mogelijke besmetting moet het vee worden geschouwd door deskundigen in speciale linnen gewaden, die na elk bezoek moeten worden gewassen. De wethouders moeten de eigenaar van het verdachte vee ondervragen en hun bevindingen rapporteren aan de momber. Zodra een besmettelijke ziekte is vastgesteld wordt een publicatie uitgevaardigd en worden de volgende maatregelen van kracht: Voor de ingang van de besmette stal wordt een paal geplaatst met daarop een vierkante plaat. Tamme konijnen en katten moeten worden gedood; honden aangelijnd. De bewoners van de boerderij moeten zich gedurende zes weken van kontakt met de andere dorpsbewoners onthouden. De wethouders dienen hun het nodige te bezorgen voor hunzelf en hun vee. Na afloop van de besmetting mag men zonder permissie van de wethouders geen nieuwe veestapel beginnen. Men dient vreemdelingen uit de stallen te weren, tenzij zeker is dat zij geen contact met besmet vee hebben gehad. Zonder dringende noodzaak mag men geen betrekkingen onderhouden met mensen in besmet gebied.
  • EDICT TERZAKE VAN DE ADMISSIE TOT RELIGIEUZE ORDES

    Kloosters en andere religieuze gemeenschappen mogen geen admissiegeld heffen onder het mom van bruidschat, tafelkosten, kleedgeld of wat dies meer zij. Alle verbintenissen van dien aard tussen het klooster en de ouders of voogden van de novice aangegaan zijn nietig. Art. 17 van (? 1753-09-15) wordt herroepen om te voorkomen dat entreegelden worden betaald onder het mom van schenkingen. Het is verboden om lijfrenten te schenken van meer dan vijftig gulden per jaar. Schenkingen in weerwil van deze stipulaties gedaan vervallen aan de armentafel van de parochie, terwijl zowel begunstiger als begunstigde een boete betalen ter hoogte van het geschonken bedrag. Bloed- en aanverwanten kunnen nog dertig jaar na dato een illegitieme donatie terugvorderen. De schenker zelf kan zijn gift alleen terugvorderen, indien hij zulks doet voordat de raad-fiscaal naar aanleiding van die schenking tegen hem in rechte ageert. "Biddende" ordes, die zelf geen bezit hebben, worden in geval zij admissiegelden vragen, gestraft met een bedelverbod van zes maanden. Novicen die willen uittreden betalen een vergoeding voor elk jaar dat zij in het klooster doorbrachten. Gedurende de tijd dat zij in het klooster verblijven verliezen zij het vruchtgebruik van hun goederen, zonder dat het klooster echter in hun plaats treedt. Zij herkrijgen het vruchtgebruik bij hun uittreden, zonder rekening en verantwoording te kunnen vragen over het beheer van hun goederen. Novicen mogen hun noviciaat niet buiten de Oostenrijks Nederlanden doorbrengen. Overtredingen tegen deze verordening verjaren pas na dertig jaar. Alle gebruiken en costumen ter contrarie worden geschorst.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE INVENTARISATIE VAN DE GRAANVOORRAAD IN HET OVERKWARTIER

    Het Hof van Gelre gelast de lokale overheden van het Overkwartier graanvoorraden en graanbehoeften te inventariseren. Zij die opzettelijk onjuiste of onvolledige aangifte doen riskeren arbitraire straffen. Bij provisie wordt de uitvoer van graan uit de stad Roermond verboden op straffe van confiscatie, onverminderd de straffen bedreigd in (?1770-11-23). De stedelijke verordening van 15 mei 1771 komt te vervallen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE JACHT

    Aangezien de oogst van het te velde staande gewas door de aanhoudende regen is vertraagd, stelt het Hof van Gelre het begin van het jachtseizoen op 12 september. Overtreding van het jachtverbod wordt gestraft naar de plakkaten.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET WACHTLOPEN TEN PLATTELANDE

    Het Hof van Gelre gelast de strikte naleving van (?1749-07-26). Om te verhoeden dat vagebonden bij nacht op eigen gelegenheid met pontveren de Maas oversteken, worden veerlieden verplicht om 's avonds hun boten met kettingen en sloten vast te leggen op straffe van vijf patakons boete. Indien zij in gebreke blijven, mogen de rechterlijke officieren hun vaartuigen "arresteren". De officier van Dalenbroek moet een exemplaar van de verordening ter hand stellen aan de veerman van Buggenum, graafschap Horn.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN EN LEVENSMIDDELEN

    Aangezien Pruisisch Opper-Gelder zich heeft teruggetrokken uit de overeenkomst terzake van het vrije vervoer van graan binnen de grenzen van het oude Overkwartier, wordt het uitvoerverbod zoals vervat in (?1770-11-23) tot Pruisisch Opper-Gelder uitgebreid.
  • NADERE ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TRANSPORT VAN GRAAN

    (?1770-11-23) ten vervolge, wordt een uniform formulier voorgeschreven voor de certificaten behorend bij graantransporten. De certificaten moeten door twee schepenen worden getekend en gezegeld met het schepenzegel. Zij worden gratis verstrekt, maar moeten 's anderendaags getekend door de ontvanger van het getransporteerde graan weer worden ingeleverd. Een lijst van verstrekte certificaten moet worden bijgehouden. Een afschrift van de lijst moet om de tien dagen bij de momber worden ingeleverd.
  • DECREET TERZAKE VAN DE BETALING VAN BARRIÈRE-RECHTEN

    Onder verwijzing naar de ordonnantie van 16 october 1713 (ROPBa 3.2.483) en de decreten van 12 september 1749 en van 24 september 1749, verklaart de landvoogd dat voor niet beladen postpaarden en voor lege postkoetsen geen barrière-rechten betaald hoeven worden op de straatwegen. Barrière-houders mogen geen koeriers aanhouden om hen de verschuldigde rechten te laten voldoen. Deze moeten worden betaald door de posthouder van het departement, die ze weer verhaalt op de koeriers. Indien er twist valt over de vraag of een koerier al dan niet exempt is van deze rechten, dan moeten ze voorlopig door hem worden voldaan, totdat daarover door de bevoegde rechter is beslist.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DESERTIE EN TERZAKE VAN HET WACHTLOPEN TEN PLATTELANDE

    Kanselier en raden gelasten de jaarlijkse herpublicatie van (?1738-08-01),(?1745-06-12), (?1749-07-26), (?1753-05-18) en (?1755-11-14_1) op de in die verordeningen genoemde tijdstippen. De burgerlijke overheden dienen de militaire overheden bijstand te verlenen bij het aanhouden van deserteurs. Aan de deserteurs wordt beloofd, dat zij bij hun arrestatie niet zullen worden gedood. Ook deze verordening moet jaarlijks opnieuw worden gepubliceerd.
  • ADDITIONEEL EDICT TERZAKE VAN DE ADMISSIE TOT RELIGIEUZE ORDES

    (?1771-05-13) ten vervolge, wordt bepaald dat contemplatieve ordes van uittredende novicen een vergoeding van honderdenvijftig gulden per jaar mogen vragen. Bedelordes mogen in het geheel geen vergoeding vragen. Het kapitaal van pensioenen en lijfrenten van religieuzen mag niet aan het klooster in beheer worden gegeven. Lijfrenten moeten worden besteed onder supervisie van de overste, zonder dat er echter iets van mag worden ingehouden voor de normale verzorging van de begunstigde. Novicen mogen pas op hun vijfentwintigste tot de geloften worden toegelaten, op straffe van vierduizend gulden boete. Een maand tevoren moet de overste een uittreksel uit het doopregister van de postulant ter hand stellen van de raad-fiscaal, op straffe van tweehonderd patakons boete. Oversten die bij herhaling deze regels overtreden zullen worden verbannen. Vrouwelijke oversten zullen worden gedegradeerd en naar een ander convent verbannen. Bij aanhoudende overtreding zal tenslotte het convent worden opgeheven.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE ONBEVOEGDE UITOEFENING VAN DE GENEESKUNST

    Het Hof van Gelre verbiedt de uitoefening van de geneeskunde aan degenen, die zich niet hebben onderworpen aan examinatie door de protomedicus van het Overkwartier, op straffe van zes goudguldens boete.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE ADMISSIE TOT RELIGIEUZE ORDES

    (?1771-05-13) en (?1772-04-18) ten vervolge, worden nadere bepalingen gegeven terzake van de overdracht van onroerend goed door de vruchtgebruikers, indien een novice uittreedt en derhalve weer in het volle genot van zijn of haar eigendommen moet worden gesteld. Tevens wordt bepaald, dat oversten die postulanten jonger dan vijfentwintig jaar tot de geloften hebben toegelaten, daarvoor niet zullen worden vervolgd, indien zulks gebeurde vóór de publicatie van (?1772-04-18).