• DECLARATIE TERZAKE VAN DE UITVAARTPLECHTIGHEDEN VOOR OVERLEDEN MILITAIREN

    Indien een militair buiten het bereik van de geestelijke van zijn regiment komt te overlijden, dan moet zijn uitvaart bij voorkeur worden geleid door een aalmoezenier van enige militaire afdeling ter plaatse en slechts in het uiterste geval door de parochiegeestelijke.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    (?1770-11-23) en (?1771-12-13) ten vervolge, wordt bepaald dat de uitvoer van graan vooralsnog verboden blijft. Eenieder is gerechtigd beslag te leggen op graan dat men tracht uit te voeren, mits hij daarvan kennis geeft aan de momber, die de overtreders zal vervolgen. Naast confiscatie van het graan, riskeert de overtreder een boete van tien gulden per zak. Het verkopen van graan met het oogmerk dat graan te exporteren is strafbaar met een boete van driehonderd gulden.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN GOUD- EN ZILVERSMEDEN

    De verordening fixeert de inkoopprijs van zilver ten behoeve van de edelsmeden. De straffen bedreigd tegen overtreding van (? 1749-09-19_2) worden verzwaard.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE "TERMIJNEN" VAN BEDELORDEN

    Kanselier en raden ontzeggen aan buitenlandse contemplatieve- en bedelorden het recht om in het Oostenrijkse Overkwartier op termijn te gaan. De door hen vergaarde aalmoezen zullen worden geconfisqueerd, om onder de armen ter plaatse te worden verdeeld. Zij die aan buitenlandse mendicanten iets geven, riskeren een boete van twee goudgulden. Het verbod geldt niet voor de geestelijkheid van Pruisisch en Staats Opper-Gelder. Bedelorden uit het Gulikse gedeelte van het Overkwartier vallen wel onder het verbod, aangezien de hertog van Gulik, bij ordonnantie van 1 juni 1770, aan bedelorden uit het Oostenrijks Overkwartier het recht heeft ontzegd om in Erkelenz op termijn te gaan. De oversten van de kloosters die zulks (mede) aangaat zullen worden verwittigd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN MILITAIRE PASPOORTEN

    Paspoorten van militaire verlofgangers, of van degenen die dienst doen op het platteland, moeten in de landstaal zijn gesteld, om te voorkomen dat deserteurs misbruik maken van de lichtgelovigheid van wachten en schepenen ten plattelande.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN VALSE MUNTEN

    Kanselier en raden waarschuwen, dat er valse rijksdaalders van Zeeland van de jaren 1762, 1764, 1769, 1770 en 1772 in omloop zijn. Het invoeren of het in circulatie brengen van deze munten wordt verboden, op straffe als bedreigd tegen de invoer van biljoen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    Het uitvoerverbod van graan zoals vervat in (?1770-11-23) en nader uitgewerkt in (?1771-11-12), (?1771-12-13) en (?1772-11-09) wordt wegens de gunstige vooruitzichten van de oogst opgeheven.
  • AKTE TERZAKE VAN DE HEFFING VAN IN- EN UITGAANDE RECHTEN TE ROERMOND

    Hare Majesteit stelt voor de stad Roermond een hoofdelijke omslag vast, door middel waarvan de stad haar aandeel zal moeten opbrengen in de in- en uitgaande rechten van het Overkwartier, die bij abonnement* worden geheven. De quote van de stad bedraagt tweeduizend gulden Brabants courant. Een tarieflijst is onder zegel bij de akte gevoegd. De belasting moet voornamelijk door de geestelijkheid, de kanselarij, de magistraat en de renteniers worden opgebracht.
  • OPEN BRIEF VAN PLACET TERZAKE VAN DE BULLE DOMINUS AC REDEMPTOR

    Maria Theresia hecht onder reserve van haar "rechten, hoogheden ende preëminentiën" en zonder anderszins de constituties van de provinciën en de privilegiën van de kerk te krenken, haar toestemming aan de uitvoering van de Bulle Dominus ac Redemptor van Clemens IV, die voorziet in de opheffing van de Societeit der Jezuieten. De afwikkeling van hun affaires wordt toevertrouwd aan een bijzondere directie. (?1773-09-15).
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE GOEDEREN EN EFFECTEN TOEBEHOREND AAN DE GEWEZEN JEZUÏETEN

    Hare Majesteit gelast de inventarisatie van goederen en effecten toebehorend aan de Sociëteit der Jezuïeten, die is opgeheven krachtens de Bulle Dominus ac Redemptor (? 1773-09-13). Huurders en pachters van goederen toebehorend aan Jezuïeten moeten zich, evenals andere debiteuren, melden bij de raden-fiscaal der provincies. Daar moeten zij ook roerende goederen van de Sociëteit, die zij onder zich mochten hebben, inleveren. De lokale overheden dienen bij hen een overzicht in te dienen van renten en pensioenen die door hen aan de Jezuïeten werden betaald en derhalve nu vrij vallen.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BELONING AAN RECHTERLIJKE OFFICIEREN UIT TE KEREN WEGENS HET OPBRENGEN VAN VAGEBONDEN

    Indien als vagebonden aangehouden personen achteraf geen vagebonden blijken te zijn, dan zal voortaan geen premie meer worden uitgekeerd aan de rechterlijke officier.
  • REGLEMENT TERZAKE VAN HET ONDERWIJS IN DE HUMANORIA TE ROERMOND

    Wegens de opheffing van de Sociëteit der Jezuïeten moet het onderwijs in de Humanoria te Roermond op een andere leest worden geschoeid. Het reglement voorziet in de vaststelling van het leerprogramma, de inrichting van het schooljaar en de wedde van de docenten. Tot docenten worden benoemd de priesters Leonardus Theunissen, principale regent en docent retorica, Jean Francis Schoolmeesters, docent poësis, Wilhelm Gheyst, docent syntaxis, Gerardus Vossen, docent grammatica, en Jean Theodoor Bruno Ramaeckers, docent figura. De raadsheer Luytgens wordt aangewezen als commissaris.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE AFWIKKELING VAN DE FINANCIËLE AANGELEGENHEDEN DER GEWEZEN SOCIËTEIT DER JEZUÏETEN

    Middels deze verordening wordt eenieder die nog iets te vorderen heeft van de Sociëteit, opgeroepen om zich met de bewijsstukken van zijn vordering te melden bij de raden-fiscaal. Na verloop van twee maanden zullen hun vorderingen anders geacht worden verjaard te zijn. Restitutio in integrum zal niet worden verleend. Vorderingen van buitenlands verblijvende crediteuren verjaren na vier maanden. De raden-fiscaal houden aantekening van de overgelegde stukken. Zij moeten een lijst van vorderingen indienen bij het Generaal-Gouvernement. De regeling geldt niet voor grondrenten en "reële rechten gecreëerd bij reservatie op den grond".
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE GEÏNFEODEERDE TIENDEN

    (?1769-09-25) ten vervolge, verklaart Hare Majesteit, dat ook de vóór het Concilie van Lateranen (1179) in leen uitgegeven tienden niet vrij gesteld zijn van het bijdragen in de kosten van herstel van kerkelijke gebouwen. Zij dienen te worden aangesproken na de zuiver geestelijke tienden, maar vóór de parochianen.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE INMENGING VAN HET HOF VAN GELRE IN DE DOMESTIEKE AANGELEGENHEDEN VAN DE STAD ROERMOND

    (?1757-01-20) ten vervolge, verklaart de Geheime Raad, dat het Hof van Gelre krachtens (?1683-09-30) niet in eerste aanleg kennis mag nemen van politieke aangelegenheden van de stad, indien deze niet nadrukkelijk aan het Hof zijn voorbehouden. Men kan er echter wel in tweede instantie reformatie vragen van beslissingen van de magistraat.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE BURGERLIJKE BEKWAAMHEID DER GEWEZEN JEZUÏETEN

    Hare Majesteit verleent met terugwerkende kracht tot 20 september 1773 aan gewezen Jezuïeten het recht om, ook anders dan krachtens intestaat erfrecht, lijfrenten dan wel het vruchtgebruik van dergelijke renten of onroerend goed te verwerven. Zij moeten zich daartoe melden bij de raad-fiscaal, op straffe van verbeurte van bedoelde inkomsten. De gewezen Jezuïeten kunnen ook kerkelijke of wereldlijke beneficiën verwerven, na daartoe toestemming van Hare Majesteit te hebben verkregen.
  • ORDONNANTIE (a ) AANGAANDE DE NALEVING VAN EEN CONVENTIE TERZAKE VAN DE BEGEVING VAN REGULIERE BENEFICIËN (b)

    Hare Majesteit beveelt de naleving van de overeenkomst die op 14 october 1775 te Brussel is gesloten door De Neny, namens de Oostenrijkse Nederlanden en D'Adhemar, namens Frankrijk. Krachtens deze overeenkomst mogen oversten proosdijen, priorijen en andere reguliere beneficiën vergeven aan ordeleden van beide nationaliteiten, mits de collatie herroepbaar is. Om een beneficium voor het leven te kunnen verwerven, moet de begunstigde zich laten naturaliseren. Hij wordt daartoe gedurende zes maanden na het verwerven van een beneficium in de gelegenheid gesteld. Voor de verwerving van herroepbare beneficiën volstaat registratie ter griffie van het provinciaal hof, in welks ressort de proosdij gelegen is. Reguliere beneficia van een abdij, horend onder de ene mogendheid, maar gelegen in het gebied van de andere mogendheid, worden geacht wettig in de abdij te zijn geïncorporeerd. Alle wetten die met deze overeenkomst in strijd zijn worden afgeschaft.
  • AKTE TERZAKE VAN DE BESCHERMING VAN HET OCTROOI VAN BOEKDRUKKER DIONYSIUS MACKAY

    Ten behoeve van de gezworen drukker van het Hof van Gelre wordt het aan anderen verboden om boeken, almanakken en dergelijke te verkopen op straffe van een boete van twaalf gulden Brabants voor de eerste overtreding. De opbrengst wordt gedeeld door Dionysius Mackay en de ontvanger der exploiten.
  • DECLARATIE TERZAkE VAN DE AANSPRAKELIJKHEID VAN RECHTERS

    De verordening regelt de wijze waarop men zijn schade kan verhalen op rechters, die zich schuldig maken aan bedrog of plichtsverzuim.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE UITWISSELING VAN DESERTEURS TUSSEN DE PRINSBISSCHOP VAN LUIK EN HARE MAJESTEIT

    (?1767-05-20) wordt opnieuw aangegaan voor de duur van tien jaar, ingaande per 20 mei 1777.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BEZOLDIGING VAN DOCENTEN DER HUMANIORA

    Jaarlijks dienen de scholieren een bijdrage te betalen in de bezoldiging van hun docenten, de zgn. Minervalia. Dit bedrag loopt op naar rato van het genoten onderricht. Voor externe leerlingen kan een hoger bedrag worden vastgesteld. Begaafde, doch armlastige leerlingen kunnen door tussenkomst van de "Commission royal des Études" ontheffing van het schoolgeld krijgen. De rector int en verdeelt de Minervalia. Voor leken en geestelijken geldt een afzonderlijke verdeelsleutel. De verordening dient op 1 october in werking te treden.
  • EDICT TERZAKE VAN DOOP-, TROUW- EN BEGRAFENISREGISTERS

    Het Eeuwig Edict van 12 juli 1611 (PV 2.753) en (?1754-03-06) ten vervolge, geeft Hare Majesteit voorschriften aan de pastoors en andere geestelijken met betrekking tot de formaliteiten die in acht genomen moeten worden bij de registratie van normale dopen, "versekeringe" (nooddopen), huwelijken en begrafenissen. Met ingang van januari 1780 moet elke pastoor een exemplaar van zijn in tweevoud bijgehouden registers opsturen naar het provinciaal hof. Zij ontvangen daarvoor een vergoeding "op den voet van den binne-kosten". De griffier verstrekt in februari een overzicht van de ingekomen registers aan de momber. Bij het indienen van de registers over 1779 moeten de pastoors een overzicht geven van de doop-, trouw- en begrafenisregisters die zij onder hun berusting hebben. Ook dekens van kapittels, aartspriesters en andere geestelijken met recht van begrafenis moeten zich aan deze verordening conformeren. Een exemplaar van de verordening moet in elke sacristie worden aangeplakt.
  • EDICT TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Hare Majesteit verbiedt de invoer, het lezen, laten lezen en distribueren van de Courier du Bas Rhin* en de Courier politique & litteraire of Courier de l'Europe**. Directeuren der posterijen, hun commiezen en bodes, boekverkopers, koffiehuishouders en herbergiers dienen zich op straffe van geldboete te onthouden van de verspreiding van deze periodieken. Insolvente overtreders riskeren arbitraire straffen. Onder couvert verzonden exemplaren moeten worden ingeleverd bij de raad-fiscaal van de provincie.
  • EDICT TERZAKE VAN MISDADEN, BEGAAN UIT "CIJNSHAAT"

    Degenen die door middel van bedreigingen trachten te voorkomen, dat de pacht wordt verhoogd, of dat de eigenaar zijn goederen aan een ander verpacht, zullen worden gegeseld en voor tien jaar verbannen. Indien zij bovendien hun bedreigingen effectueren, zullen zij worden gebrandmerkt en levenslang verbannen. Een beloning van tweehonderd gulden wordt uitgeloofd voor het aangeven van delicten uit "cijnshaat".