• DECLARATIE TERZAKE VAN DE HUWELIJKSBELOFTEN VAN MILITAIREN

    De werking van een wet terzake van de huwelijksbeloften van militairen, die in 1756 is afgekondigd in de Duits-Oostenrijkse erflanden, wordt uitgebreid tot de Zuidelijke Nederlanden. Dientengevolge worden huwelijksbeloften, huwelijksovereenkomsten en dergelijke, door militairen zonder toestemming van hun oversten aangegaan, nietig verklaard. Geestelijke en militaire rechters mogen op dergelijke beloften en overeenkomsten geen acht slaan.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE ONBEVOEGDE UITOEFENING DER GENEESKUNST

    Kanselier en raden verbieden onder verwijzing naar (?1732-08-18) de uitoefening der geneeskunst door kwakzalvers en dergelijke, op straffe als in die verordening bedreigd. Eenderde deel van de boete komt ten profijte van de ontvanger der exploiten. De boeten zijn executabel krachtens deze verordening. Indien het een kwakzalver van buitenlandse origine betreft, kan beslag worden gelegd op diens goederen in het Overkwartier. Rechterlijke officieren, regenten en pastoors worden opgeroepen om de bevolking voor te lichten over de gevaren verbonden aan het consulteren van kwakzalvers.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DOOP-, TROUW- EN BEGRAFENISREGISTERS

    Onder verwijzing naar (?1778-08-06) worden de geestelijken van het Overkwartier vermaand om hun doop-, trouw- en begrafenisregisters nauwkeurig bij te houden en daarbij gebruik te maken van bijgaande standaard-formulieren. Men dient speciaal aandacht te besteden aan de registratie van het overlijden van kinderen. Nalatigheid wordt gestraft met vijftig gulden boete. De verordening moet aan alle pastoors en oversten apart worden aangezegd.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN ARRESTEN IN REËLE ACTIËN

    Het gebruik van "arresten, die allenelijk tot fonderinge der jurisdictie in reële actiën ten laste der uytheemsche ... syn worden geplogen" wordt afgeschaft.
  • EDICT TERZAKE VAN HUWELIJKSDISPENSATIES

    De onderdanen van Zijne Majesteit mogen zich ter verkrijging van huwelijksdispensaties niet langer wenden tot de Heilige Stoel of de nunciatuur. Zij moeten zich wenden tot hun ordinarius, op straffe van een boete van duizend gulden.
  • EDICT TERZAKE VAN HET BUITENLANDS GEZAG OVER KLOOSTERS IN DE ZUIDELIJKE NEDERLANDEN

    Alle religieuze gemeenschappen en kloosters in de Zuidelijke Nederlanden, die zijn onderworpen aan het gezag van buitenlandse generale oversten, worden daarvan losgemaakt. De kloosterlingen mogen niet langer gehoor geven aan mandementen van buitenlandse visitatoren, correctoren en andere kerkelijke commissarissen. De besluiten van buitenlandse congregaties hebben er geen gelding. Het edict schrijft de vorming van nationale congregaties voor aan ordes, die niet rechtstreeks onderworpen zijn aan het gezag der diocesane bisschoppen. Regels worden gegeven voor de inrichting van dergelijke congregaties. Er dienen vierjaarlijks generale vergaderingen te worden gehouden door elke congregatie, ter verkiezing van een visitator-generaal, vice-visitator en vier consultatores, die belast worden met de dagelijkse leiding van de congregatie. De aldus gevormde nationale congregaties worden voor wat de geestelijke discipline betreft gesteld onder de bisschoppelijke jurisdictie. De bisschoppen hebben inzage in de besluiten van de congregaties en mogen in overleg met de visitatoren de conventen visiteren. De oversten moeten zich richten naar de adviezen der bisschoppen; de provinciale hoven van justitie zullen de bisschoppen desgewenst bijstand verlenen. Indien er van een orde maar twee kloosters in de Nederlanden gelegen zijn, hoeven zij geen congregatie te vormen. Zij worden, evenals vrouwenconventen die geen deel uitmaken van een orde, rechtstreeks onder het gezag van de bisschop gesteld. De kloostergemeenschappen in de Zuidelijke Nederlanden mogen geen gelden overmaken naar het buitenland, op straffe van een boete van tienmaal het betaalde bedrag. Elke orde dient zich binnenlands te voorzien van de brevieren, missalen, koorboeken, regels en statuten die zij voor hun devoties behoeven, op straffe van tweeduizend guldens boete.
  • ORDONNANTIE TER VOORKOMING VAN DIEFSTAL

    Aangezien ploegkouters een zeer effectief instrument voor inbrekers blijken te zijn, mogen boeren hun ploegen niet onbeheerd op het veld achterlaten, op straffe van een amende van drie ducatons. Zij moeten bovendien hun naam aanbrengen op hun ploeg.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE BISSCHOPPELIJKE JURISDICTIE

    De verordening heeft betrekking op de zeggenschap van de bisschoppen over kloosters, die conform (?1781-11-28) in congregaties verenigd zijn. Er worden voorschriften gegeven ten aanzien van de bevestiging van de verkozen oversten van de congregatie, de wijze waarop die oversten hun geestelijke bevoegdheden aan de bisschoppen ontlenen, en ten aanzien van de hiërarchieke weg waarlangs geestelijken zich tot hun bisschop kunnen richten. De bisschoppen dienen een afschrift te ontvangen van alle besluiten van de congregaties, voor zover zij de spiritualiteit of de discipline betreffen.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN HET RECHT VAN MEDIANAAT

    Het recht van medianaat, waarmee de plaatsen van raadsheer bij de provinciale hoven van justitie zijn belast, wordt met de helft verminderd.
  • EDICT TERZAKE VAN DESERTIE EN HET VERBERGEN VAN DESERTEURS

    Militairen, die door hun rechters schuldig worden bevonden aan desertie, zullen niet alleen hun terechte straf moeten ondergaan, maar bovendien ook nog gehouden zijn tot schadevergoeding aan hun regiment. De raden-fiscaal worden belast met het vorderen van de schadevergoeding, die executabel is krachtens het onderhavige edict. De revenuen moeten worden gestort in de Militaire Kas. Om dit schadeverhaal mogelijk te maken wordt het militairen verboden om zonder toestemming van hun regiment bij akte inter vivos te beschikken over hun goederen. Deserteurs worden beroofd van hun erfrecht. Het edict bedreigt straffen tegen het verbergen en helpen van deserteurs. Het hinderen van opsporingsdetachementen, het verwekken van oproer, of het verwonden van militairen wordt gestraft met de dood. Voor mindere delicten riskeert men tuchthuis of gevangenisstraf. Bloedverwanten die militairen verbergen kunnen echter met meer mildheid worden behandeld. Er worden straffen gesteld op het aankopen van de uitrusting van deserteurs en het verschaffen van burgerkleding. Deserteurs die worden opgebracht door de wachtpatrouilles ten plattelande, of worden overgeleverd door hun ouders, zullen in geen geval met de dood worden gestraft: hun wacht "een enckele kasteydinge van het regiment". De verordening vervangt alle oudere wetten terzake, met uitzondering van (?1738-07-31) en (?1749-07-26) voor zover die althans niet door de onderhavige verordening zijn gewijzigd en moet samen met die verordeningen jaarlijks binnen vijftien dagen na Pasen opnieuw worden gepubliceerd.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE REGISTRATIE EN UITGIFTE VAN ZEEBRIEVEN

    Zijne Majesteit beveelt de registratie van alle zeebrieven, verleend aan bestaande schepen, ten kantore van de Commissarissen van de Admiraliteit te Oostende, Brugge of Nieuwpoort. Ook de zeebrieven van nieuwe schepen moeten aldaar worden gevidimeerd. Zodra een schip wordt verkocht moeten de oude zeebrieven worden ingeleverd. Het niet voldoen aan deze verplichtingen, het vervalsen van zeebrieven, het varen onder de vlag der Zuidelijke Nederlanden met vreemde zeebrieven, verwisseling van zeebrieven en dergelijke delicten worden gestraft met boetes die tot zesduizend guldens kunnen oplopen.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE ONAFHANKELIJKHEID VAN RELIGIEUZE ORDES

    De landvoogden verklaren dat lekebroeders niet het recht hebben zich te bemoeien met de keuze van de visitator, vice-visitators en consultatores die krachtens (?1781-11-28) aan het hoofd der nationale congregaties staan.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE "TOEKOMSTIGE" SAMENSTELLING VAN HET HOF VAN GELRE

    Het Hof van Gelre zal na het overlijden of vertrek van de zittende raden Van der Vekene en Van den Bergh en van secretaris Van Dunghen voortaan bestaan uit de kanselier, twee raden van wie er een tevens als raad-fiscaal zal fungeren en één griffier. Het Hof is bevoegd alle processen te behandelen in een kamer van drie rechters. Op verzoek van partijen en in fiscale zaken mag het Hof naar believen jurisconsulten assumeren. Voor grote revisies zal de regering evenveel buitenlandse adjuncten aanwijzen als er rechters zijn geweest in het oorspronkelijke proces.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BURGERWACHT VAN ROERMOND

    Alle huizen en kloosters zullen bijdragen in de wacht die bij toerbeurt door de kwartieren der stad wordt vervuld. Vrijgesteld worden slechts degenen die te arm zijn om in persoon wachtdienst te doen, die dienst af te kopen of een remplaçant te stellen. De verordening regelt de wijze waarop de wachtdienst moet worden vervuld, het afkopen ervan en het stellen van remplaçanten. De burgerwacht bestaat uit tien man, de officier, onderofficier en tamboer inbegrepen. De wacht moet vierentwintig uur van te voren worden aangezegd. Wijzigingen in het reglement kunnen slechts met toestemming van het Hof van Gelre worden aangebracht.
  • EDICT TERZAKE VAN DE ONGEOORLOOFDE AANWEZIGHEID VAN SOLDATEN EN ONDEROFFICIEREN IN DIENST VAN VREEMDE MOGENDHEDEN

    Joseph II bepaalt dat onderofficieren en soldaten in dienst van vreemde mogendheden zich zonder speciale permissie niet mogen ophouden in de Oostenrijkse Nederlanden, op straffe als bedreigd in (?1751-05-11). Op deze algemene regel zijn drie uitzonderingen mogelijk. Indien de aangehouden buitenlandse militair een onderdaan blijkt te zijn van Zijne Majesteit, die zich in vreemde krijgsdienst heeft begeven, dan wacht hem bestraffing conform (?1738-07-31_1). Indien het een deserteur blijkt te zijn uit het leger van een der mogendheden, waarmee een kartel tot uitlevering van deserteurs is gesloten, dan moet hij worden uitgeleverd. Indien het een gewone militair betreft, dan moet hij worden overgedragen aan het Departement Militair, dat hem voor de keuze zal stellen tussen dienst nemen in de legers van Zijne Majesteit, of vervolgd worden krachtens (?1765-12-14). Nalatige rechterlijke officieren riskeren minimaal vijftig patakons boete.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN HET BEHEER VAN DE GOEDEREN VAN DE OPGEHEVEN KLOOSTERS DER TRINITARISSEN EN VAN DE "BROEDERSCHAPPEN TER VERLOSSING VAN DE SLAVEN DER BARBARIJSCHE MOGENDHEDEN"

    De inkomsten van de in het kader van de strijd tegen de onnutte kloosters (?1783-03-17) opgeheven Trinitarissen en van de Broederschappen ter verlossing van de slaven dienen te vloeien in de "Casse der religie", die voortaan zal instaan voor het vrijkopen der bedoelde slaven, voor zover het althans onderdanen van Zijne Majesteit betreft. De verordening verplicht pastoors, kerkmeesters en ontvangers der broederschappen rekening en verantwoording af te leggen aan de Religiekas. Het collecteren voor de verlossing der slaven wordt verboden.
  • ORDONNANTIE TER STIMULERING VAN DE VISVANGST

    Gezouten vis mag, mits voorzien van een nationaal certificaat van herkomst en verpakt in tonnen voorzien van het merk van de visserij van Oostende en Nieuwpoort, vrijelijk worden vervoerd en verkocht binnen de Zuidelijke Nederlanden. Deze vis is niet langer onderworpen aan de "mynne"(recht van vis-mijn), stedelijke rechten, of de tussenkomst van enig corpus van visverkopers. Alle arresten, klachten en beletselen ter contrarie zijn nietig. Degenen die dergelijke middelen instellen zijn aansprakelijk voor schade en interessen.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE ONTGINNING VAN WOESTE GRONDEN TE WEERT, WESSEM EN NEDERWEERT

    Zijne Majesteit staat degenen die woeste gronden in het land van Weert tot ontginning brengen gedurende dertig jaar vrijdom toe van alle publieke lasten. De volgende dertig jaar zal slechts de helft der lasten betaald hoeven worden.
  • EDICT TERZAKE VAN DE COLLATIE VAN BENEFICIËN EN TERZAKE VAN HOGER BEROEP VAN VONNISSEN, DOOR KERKELIJKE RECHTERS GEWEZEN

    Op grond van het edict van 17 september 1484 verbiedt Joseph II de Heilige Stoel of de Nunciatuur de "provisie" van beneficiën, krachtens "reserve" of "devolutie". Dit verbod geldt niet voor bisschoppelijke beneficiën. De "reserven", voorgeschreven door de Apostolische Kanselarij, zullen, evenmin als de pauselijke decreten, indulten en concordaten terzake, ongeacht het eenmaal verworven placet, worden gerespecteerd, ook niet waar het de Universiteit van Leuven betreft. Indien een beneficie voortaan niet binnen zes maanden door de eigenlijke collator is begeven, "devolveert" het benoemingsrecht op het Gouvernement-Generaal. "Resignatie" ten gunste van vrienden of verwanten wordt verboden. Voor "permutatie" van beneficiën is toestemming van de regering vereist. Deze toestemming zal slechts worden verleend, indien de bisschop verklaart, dat de ruiling in het belang van kerk en staat is. Hoger beroep van vonnissen door kerkelijke rechters gewezen wordt verboden, indien het vonnis in tweede instantie gelijk is aan het vonnis dat in eerste instantie was gewezen. In het geval er sprake is van discrepantie, dan mag in derde instantie worden geprocedeerd. De rechtspleging in tweede instantie wordt voorbehouden aan de diocesane bisschop; in derde instantie treedt de metropolitane bisschop als rechter op. De nuntius heeft geen jurisdictie meer. Delegatie van synodale rechters wordt verboden.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE AMBACHTEN

    Zijne Majesteit heft de beperkingen op, die door de ambachten zijn gesteld aan het aantal werknemers dat elke meester in dienst mag hebben. Hij geeft de meesters alle vrijheid zoveel knechten in dienst te nemen als zij zelf willen. Hij herroept alle ordonnanties, reglementen, statuten en schikkingen ter contrarie.
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE SOUVEREINITEIT EN JURISDICTIE OVER KESSENICH EN HUNSEL

    Het land van Kessenich en Hunsel gehoort onder de souvereiniteit van Zijne Majesteit. Zijn wetten, die er door het Hof van Gelre worden toegezonden, moeten er onverwijld worden gepubliceerd. Kessenich en Hunsel vallen in zaken van justitie en politie onder de jurisdictie van het Hof van Gelre, dat met uitsluiting van alle andere rechters fungeert als hof van appèl voor Kessenich en Hunsel. Indien de inwoners de verordening niet naleven, zullen zijn als ontrouwe onderdanen worden gestraft. De verordening moet te Kessenich worden gepubliceerd, "voorts oock ten protocolle der wette aldaer geregistreert".
  • EDICT TERZAKE VAN BEGRAFENISSEN

    Joseph II verbiedt met onmiddellijke ingang het begraven in kerken. Na 1 november 1784 mogen ook geen begrafenissen meer plaatsvinden op kerkhoven binnen de steden en dorpen, op straffe van opgraving van het lijk en herbegraving op een kerkhof buiten de stad. Degenen die voor de onreglementaire teraardebestelling verantwoordelijk zijn betalen "solidairelijck" de kosten van deze operatie en bovendien een boete van duizend guldens, waarvan éénderde deel ten bate van de Religiekas. De verordening stipuleert de aanleg van nieuwe kerkhoven buiten de steden, die onder meer moeten zijn voorzien van een grafmakerswoning en een "lijkkamer". De kosten van aanleg en exploitatie worden gedragen door de parochies die van de begraafplaats gebruik maken. Armlastige parochies kunnen bij de Religiekas aankloppen om een voorschot. De parochies dienen ook lijkwagens te exploiteren. De kerkhoven binnen de steden zullen bij opbod en openbaar worden verkocht. Bebouwing ervan is slechts mogelijk met toestemming van de magistraat. Indien de kerkhoven ten dienste van het publiek gebruikt kunnen worden, kunnen de gemeenten ze met permissie van het gouvernement tegen taxatieprijs overnemen van de parochie. De magistraten moeten inlichtingen verstrekken om de vaststelling van een billijk uitvaarttarief mogelijk te maken. Protestanten hebben recht op een eigen hoek van de algemene begraafplaats, of een eigen begraafplaats naar keuze. Zelfs de plaatsing van grafmonumenten wordt bij de wet geregeld.
  • DECLARATIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Zijne Majesteit gelast de herpublicatie van (?1739-02-12). De strafbepalingen worden gewijzigd. Indien iemand wegens het uitgeven van vlugschriften of seditieuze libellen tot verbanning en confiscatie van goederen veroordeeld zou worden, dan moet hij voortaan ook nog een boete van duizend gulden betalen. Insolvente overtreders riskeren vijf jaar gevangenisstraf. De aanbrenger wacht, indien de verdachte schuldig wordt bevonden, een beloning van duizend gulden. (?1739-02-12) wordt als bijlage bij de declaratie gevoegd.
  • EDICT TERZAKE VAN DE VERDUISTERING VAN PUBLIEKE MIDDELEN

    Beëdigde ontvangers, die publieke penningen verduisteren, kunnen wegens als meinedig te kwalificeren diefstal met de dood worden gestraft. Strafvermindering kan worden verleend bij restitutie van de verduisterde gelden of indien de omvang van de verduistering gering is. Als "publieke penningen" moeten worden aangemerkt, naast de inkomsten der domeinen, beden en subsidiën, gemeentelijke inkomsten en dergelijke, ook die der kerken, gasthuizen en andere fundaties.