• RESOLUTIE(a) VAN DE STATEN-GENERAAL AANGAANDE DE AFKONDIGING IN HET OVERKWARTIER VAN EEN PLAKKAAT TERZAKE VAN VAGEBONDEN(b)

    Onder verwijzing naar hun plakkaat van 20 october 1693 (GPB 4.507), verplichten de Staten-Generaal alle overheden en particulieren om rovers en vagebonden, militairen en niet-militairen, over de grenzen van hun jurisdictie heen te vervolgen en ze over te leveren aan de justitie in het ressort van arrestatie. De officier, belast met het in verzekerde bewaring houden van de aangehouden vagebonden, is persoonlijk aansprakelijk voor de schade voortvloeiend uit een eventuele ontsnapping. De bevolking dient bij geconstateerde aanwezigheid van vagebonden bij klokslag te worden gealarmeerd. Degenen die dit signaal negeren, zullen als "fauteurs" (begunstigers) van vagebonden worden gestraft. Zij zijn aansprakelijk voor de aangerichte schade. In afwachting van het definitieve schadeverhaal moet de schade door de wethouders hoofdelijk over de ingezetenen worden omgeslagen. Een vagebond, die zich tegen zijn aanhouding verzet, mag worden gedood, zonder dat men zich daarvoor in justitie zal hoeven verantwoorden. Het is verboden vagebonden te huisvesten, te voeden of te kleden. Bedreiging ontslaat ingezetenen niet van de verplichting vagebonden bij de autoriteiten aan te geven. De Staten-Generaal stellen zich garant voor de vergoeding van de schade, ten gevolge van eventueel geëffectueerde bedreigingen. De rentmeester ter plaatse zal een beloning uitkeren per gevangen of gedode vagebond, te verhalen op de gerede goederen van de onderhavige vagebond. De officieren moeten summier en zonder figuur van proces tegen vagebonden procederen. Bij veroordeling moeten zij worden verbrand of geradbraakt. Op het "composeren" (het treffen van een schikking) met vagebonden staat de doodstraf.
  • Bevel aangaande de publicatie van het verdrag van 30 september 1706 ter zake van de contributies

    Het verdrag tussen de koning van Frankrijk en de Staten-Generaal van de Verenigde Provinciën behelst de voorwaarden waarop de contributies in de bezette gebieden van de Spaanse Nederlanden zullen worden geïnd. De artikels V en XVII behandelen de condities van inning in het Staats-bezette Overkwartier.
  • PUBLICATIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN PAARDEN

    Het uitvoerverbod van paarden, zoals vervat in de plakkaten van 13 februari, 12 april en 28 december 1701 (zie: (?1702-12-16) en (?1703-01-02)) komt te vervallen. De uitvoer van paarden wordt weer gepermitteerd tegen betaling van een heffing van zes gulden voor elk paard, dat geen veulen meer is.
  • PUBLICATIE TERZAKE VAN DE INTREKKING VAN DE RETORSIONELE PLAKKATEN DER STATEN-GENERAAL VAN 29 JUNI EN 14 OCTOBER 1699

    Naar aanleiding van het herstel van (?1680-12-21), een voor de Republiek gunstig douanetarief, in dat deel van de Spaanse Nederlanden, dat althans in naam onderworpen is aan het gezag van Karel III, worden voor dat deel van de Zuidelijke Nederlanden de plakkaten van 29 juni en 14 october 1699 (GPB 4.233, 234), die een invoerverbod behelzen van Spaanse manufacturen en gewassen, opgeheven.
  • RENOVATIEPLAKKAAT TERZAKE VAN HET REVINDICEREN VAN SCHEPEN DER "GROTE VISSERIJ"

    De werking van het plakkaat van 28 februari 1678 en van (?1705-10-22), terzake van het gerechtelijk terugvorderen van door de vijand in beslag genomen en in de Republiek te koop aangeboden schepen van de "kleine visserij", wordt uitgebreid tot de schepen van de "grote visserij" (haringvangst).
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BETALING VAN HAND- EN SPANDIENSTEN AAN HET LEGER

    De kosten van dienstverlening aan militairen mogen niet morgentalsgewijs worden omgeslagen om zo ten laste te worden gebracht van de grondeigenaren, maar zij moeten hoofdelijk worden omgeslagen over de ingezetenen. Het plakkaat van de Staten-Generaal van 31 october 1695 (?1705-04-29)( GPB 4.1198) zal daartoe nogmaals worden gepubliceerd in het Overkwartier. Het is verboden om bij de omslag van bede, subsidie en "onraedt" zonder consent van de Staten-Generaal af te wijken van de gewone voet. Voor de betaling van hand- en spandiensten zal men zich richten naar (?1704-04-11); voor het omslaan van de contributiën naar de resolutie van de Raad van State van 16 october 1703; en naar het plakkaat van 31 october 1695 (zie boven) voor wat betreft het omslaan der interesten.
  • Bevel aangaande de publicatie van de plakkaten van 13 februari 1701 (b), 12 april 1701 (c) en 28 december 1701 (d) ter zake van de uitvoer van paarden

    (b) De verordening van 13 fe\nuari behelst een algemeen verbod van de uitvoer van paarden. Overtreders riskeren een boete en confiscatie van de paarden. Zij kunnen, indien zij niet op heterdaad worden betrapt, ook achteraf nog worden vervolgd. <\n>(c) Het plakkaat van 12 april beoogt een meer effectieve belemmering van de uitvoer van paarden. Het vervoer van paarden in de grensstreken wordt gebonden aan een vergunningenstelsel. Paspoorten met bijbehorende attache\nief zijn verkrijgbaar bij de Colleges ter Admiraliteit. Opzettelijke overtreding van de voorschriften kan tot drie jaar na dato worden gestraft met de galg. Om nachtelijke overschrijding van de rivieren tegen te gaan, moeten de officieren van convooien en licenten veerponten en dergelijke 's nachts aan de ketting leggen. Veerlieden die paarden zonder paspoorten overzetten, riskeren geseling en een \nandmerk. In de grensstreken mogen geen paarden worden gestald buiten de ommuurde steden. Ontheffing kan worden verleend voor ploeg-, rij- en trekpaarden, mits zij zijn geregistreerd op het plaatselijke kantoor van convooien en licenten. De admiraliteiten zullen van tijd tot tijd door hun officieren met behulp van de militie de schuren ten plattelande laten visiteren. Overtredingen van het reglement moeten worden berecht door het College ter Admiraliteit waaronder de plaats van overtreding ressorteert. Om te voorkomen dat de baten van de verkoop van de geconfisqueerde paarden te zeer gedrukt worden door de kosten van onderhoud, wordt bepaald dat zij onmiddellijk ad opus ius habentium verkocht zullen worden. <\n>(d) Het plakkaat geeft een aanvulling van de verordeningen van 13 fe\nuari en 12 april 1701 (? 1703-01-02) terzake van de uitvoer van paarden. Om het rendement van beide verordeningen te vergroten wordt bepaald, dat in de Generaliteitslanden de "calange" (het aanhangig maken) van de confiscatie van paarden niet alleen mag geschieden door de advocaten-fiscaal van de Colleges ter Admiraliteit, maar door alle andere officieren van justitie ten overstaan van schepenen als gedelegeerde rechters, met appel op de Raad van State. "Reclame" (terugvordering) van door militairen in beslag genomen paarden kan geschieden bij de krijgsraad van het desbetreffende garnizoen, of bij de Raad van State. Alvorens paarden worden geveild, moeten zij in bewaring worden gegeven bij de auditeur-militair. De rechtspleging in deze materie zal geschieden "bij korte en peremptoire termijnen".
  • RENOVATIEPLAKKAAT TERZAKE VAN HET "REVINDICEREN" <\n>(TERUGVORDEREN) VAN SCHEPEN VAN DE KLEINE VISSERIJ

    Ter vernieuwing van het plakkaat van 28 fe\nuari 1678 bepalen de Staten-Generaal dat alleen de oorspronkelijk gedupeerde vissers bevoegd zijn tot het aankopen van de kleine vissersschepen, die door de Fransen zijn buitgemaakt en hier te koop worden aangeboden. Zij kunnen "zonder refusie van kosten" beslag laten leggen, zodra zij hun eigendom binnen de Republiek signaleren.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE "COMMISSIEVAART" (KAPERIJ)

    Het plakkaat geeft een opsomming van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een "commissie van retorsie" (kaper\nief) te verwerven. Onder meer moet op het schip een schrijver worden aangesteld door het College ter Admiraliteit. Het salaris van deze schrijver komt ten laste van de ontvanger van het verhoogde last- en veilgeld. <\n> Het plakkaat specificeert welke schepen waar niet mogen worden aangetast. Bij het op\nengen van schepen die contrabande vervoeren, moeten de kapers zich richten naar (?1705-07-28_2).<\n>Ten aanzien van het tot zinken \nengen van vijandelijke schepen en het bevrijden van gijzelaars dienen zij zich te reguleren naar (?1705-07-28_1) en de verordening van 6 juni 1702 (GPB 5.300).De verordening geeft aan de Raden ter admiraliteit instructies, hoe te komen tot een uitspraak omtrent de rechtmatigheid van een kaping. Het College ter Admiraliteit moet wekelijks als prijzengerecht zitting houden. De wijze van procederen in eerste aanleg en revisie wordt eveneens uiteengezet.
  • PLAKKAAT TER REGULERING VAN DE HANDEL OP VIJANDELIJKE LANDEN EN TERZAKE VAN CONTRABANDE

    (Zee-)handel op de vijand is alleen toegestaan, indien men beschikt over een paspoort van de Staten-Generaal, dat is voorzien van een attachebrief van een der Raden ter Admiraliteit. Het plakkaat behelst bepalingen ten aanzien van de wijze van verkrijgen, de geldigheid en het gebruik van bedoelde paspoorten. Voor wat betreft de rivierhandel zijn de Raden ter Admiraliteit zelfstandig bevoegd om permissie te verlenen. Verder behelst de verordening de omschrijving van goederen, die als contrabande aangemerkt zullen worden en maatregelen om het vervoer van dergelijke artikelen tegen te gaan. Een opsomming wordt gegeven van redenen om schepen op te brengen naar de havens van de Republiek, waarbij het bepaalde in (?1705-07-28_1) terzake van de commissievaart in acht genomen dient te worden. Indien er geschillen voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van deze verordening, zullen die worden berecht door de Raden ter Admiraliteit. Het formulier van een zeebrief is bijgevoegd.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE VERHOGING VAN HET PRIJSGELD VOOR COMMISSIEVAARDERS

    Het plakkaat behelst een verhoging van de vergoedingen voor het opbrengen van vijandelijke schepen, het bevrijden van gijzelaars en het heroveren van door de vijand opgebrachte eigen schepen zoals vervat in het plakkaat van 6 juni 1702 (GPB 5.300). Alvorens de "ontvanger-generaal van het verhoogde last en veilgeld" tot uitbetaling mag overgaan, moet de belanghebbende hem, naast de "sententie van adjudicatie" (vonnis waarbij het prijsgeld wordt toegewezen), een akte van de Raad ter Admiraliteit tonen, waaruit blijkt dat hij de vereiste periode op de Noordzee heeft gekruist. Per 31 december vervallen de premies voor het opbrengen van Turkse rovers. Ter aanmoediging van de kapers wordt bepaald, dat geënterde schepen eventueel ook in vreemde havens kunnen worden opgebracht. De vereiste bewijsstukken dienen in dat geval in handen te worden gesteld van de consul ter plaatse. Fraude zal daarbij streng worden gestraft. Voor het overige blijft het plakkaat van 6 juni 1702 onverkort.
  • RESOLUTIE (a) AANGAANDE DE AFKONDIGING IN HET OVERKWARTIER VAN HET PLAKKAAT VAN 31 OCTOBER 1695 (b) TERZAKE VAN HET AANGAAN VAN LENINGEN DOOR LOKALE OVERHEDEN

    Het plakkaat van 31 october 1695 behelst een verbod aan de lokale overheden onder het ressort van de Generaliteit om zonder permissie van de Staten-Generaal leningen aan te gaan onder verband van de onroerende goederen van de dorpen, heerlijkheden en dergelijke, die zij ambtshalve besturen. Obligaties zonder permissie aangegaan na afkondiging van onderhavige verordening zullen nietig worden verklaard, het geld verbeurd en de lokale overheden persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de schade. De rentmeesters der domeinen kunnen bij geconstateerde overtreding de lokale overheden "paratelijk" en "de plano" executeren. Bedoelde rentmeesters zijn bevoegd inzage te vragen van de gemeenterekeningen en dienen de Raad van State op de hoogte te stellen van elke geconstateerde onrechtmatigheid.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE DESERTEURS UIT HET STAATSE LEGER IN PORTUGAL

    De Staten-Generaal stellen een beloning in het vooruitzicht van eenieder die een deserteur uit het Staatse leger in Portugal aanbrengt. Deserteurs die zich eigener beweging vóór 1 december 1704 opnieuw voor het convooi naar Portugal aanmelden wordt amnestie beloofd. Na 1 december zullen zij weer naar de rigeur der plakkaten met de dood worden gestraft.
  • Bevel (a) aangaande de publicatie van de plakkaten van 13 februari 1701 (b), 12 april 1701 (c) en 28 december 1701 (d) ter zake van de uitvoer van paarden

    (b) De verordening van 13 fe\nuari behelst een algemeen verbod van de uitvoer van paarden. Overtreders riskeren een boete en confiscatie van de paarden. Zij kunnen, indien zij niet op heterdaad worden betrapt, ook achteraf nog worden vervolgd. <\n>(c) Het plakkaat van 12 april beoogt een meer effectieve belemmering van de uitvoer van paarden. Het vervoer van paarden in de grensstreken wordt gebonden aan een vergunningenstelsel. Paspoorten met bijbehorende attache\nief zijn verkrijgbaar bij de Colleges ter Admiraliteit. Opzettelijke overtreding van de voorschriften kan tot drie jaar na dato worden gestraft met de galg. Om nachtelijke overschrijding van de rivieren tegen te gaan, moeten de officieren van convooien en licenten veerponten en dergelijke 's nachts aan de ketting leggen. Veerlieden die paarden zonder paspoorten overzetten, riskeren geseling en een \nandmerk. In de grensstreken mogen geen paarden worden gestald buiten de ommuurde steden. Ontheffing kan worden verleend voor ploeg-, rij- en trekpaarden, mits zij zijn geregistreerd op het plaatselijke kantoor van convooien en licenten. De admiraliteiten zullen van tijd tot tijd door hun officieren met behulp van de militie de schuren ten plattelande laten visiteren. Overtredingen van het reglement moeten worden berecht door het College ter Admiraliteit waaronder de plaats van overtreding ressorteert. Om te voorkomen dat de baten van de verkoop van de geconfisqueerde paarden te zeer gedrukt worden door de kosten van onderhoud, wordt bepaald dat zij onmiddellijk ad opus ius habentium verkocht zullen worden. <\n> (d) Het plakkaat geeft een aanvulling van de verordeningen van 13 fe\nuari en 12 april 1701 (? 1703-01-02) terzake van de uitvoer van paarden. Om het rendement van beide verordeningen te vergroten wordt bepaald, dat in de Generaliteitslanden de "calange" (het aanhangig maken) van de confiscatie van paarden niet alleen mag geschieden door de advocaten-fiscaal van de Colleges ter Admiraliteit, maar door alle andere officieren van justitie ten overstaan van schepenen als gedelegeerde rechters, met appel op de Raad van State. <\n>"Reclame" (terugvordering) van door militairen in beslag genomen paarden kan geschieden bij de krijgsraad van het desbetreffende garnizoen, of bij de Raad van State. Alvorens paarden worden geveild, moeten zij in bewaring worden gegeven bij de auditeur-militair. De rechtspleging in deze materie zal geschieden "bij korte en peremptoire termijnen".
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE BETALING VAN HAND- EN SPANDIENSTEN AAN HET LEGER

    De Staten-Generaal verbieden onder verwijzing naar het plakkaat van 31 october 1695 (GPB 4.1198) om de kosten van hand- en spandiensten aan het leger morgentalsgewijs om te slaan en ze zo ten laste te brengen van de grondeigenaren in plaats van de ingezetenen.
  • Plakkaat ter zake van de betaling van hand- en spandiensten aan het leger

    De Staten-Generaal verbieden onder verwijzing naar het plakkaat van 31 oktober 1695 (GPB 4.1198) om de kosten van hand- en spandiensten aan het leger morgentalsgewijs om te slaan en ze zo ten laste te brengen van de grondeigenaren in plaats van de ingezetenen.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE PREMIES VOOR COMMISSIEVAARDERS

    De premies voor het opbrengen van vijandelijke schepen door commissievaarders, zoals genoemd in het plakkaat van 6 juli 1702 (GPB 5.300), worden verdubbeld. Het plakkaat behelst tevens enige nieuwe bepalingen met betrekking tot het uitgeven van commissiebrieven. De geldigheidsduur van de verordening wordt voorlopig beperkt tot 31 december 1704.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Daalders van dertig stuivers, die in 1704 door de rijksmunt te Nijmegen zijn geslagen, worden vanwege hun te geringe intrinsieke waarde voor biljoen verklaard. Het in omloop brengen van deze muntstukken is strafbaar met een geldboete.
  • REGLEMENT TERZAKE VAN HET LOGEMENT VAN TROEPEN OP MARS IN GENERALITEITSLANDEN

    Het reglement heeft betrekking op de huisvesting van militairen op mars, het handhaven van de discipline en het voorkomen van overlast voor de burgerij. De rantsoenen voor man en paard worden nauwkeurig omschreven. De kosten van levensonderhoud moeten door de officieren worden voldaan. Anders zullen zij op de commandant worden verhaald. De militairen die geen "waghengeld" trekken, mogen slechts in beperkte mate hand- en spandiensten vorderen. Het gebruik en de betaling van gevorderde karren wordt aan stringente bepalingen gebonden. Indien er geschillen rijzen over de betaling der kosten, zullen de regenten der dorpen alwaar militie is doorgetrokken op hun woord worden geloofd. De kosten zullen dan door de solliciteurs of hun kantoren worden betaald. De kwartiermeesters-generaal moeten de komst der troepen tijdig aankondigen.
  • WAARSCHUWING TERZAKE VAN VALSE MUNTEN

    De Staten-Generaal waarschuwen voor het in omloop zijn van valse dukatons van het type dat in 1666 in Gelderland geslagen is en van Spaanse dukaten, geslagen te Milaan in 1694.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN HET WEIDEN VAN VEE OP DE FORTIFICATIËN

    Onder verwijzing naar de plakkaten van 23 februari 1636, 28 april 1637, 21 october 1648, 17 april 1654, 29 mei 1655 (GPB 2.463-464) en van 25 november 1680, verbiedt de Raad van State het hoeden van vee op de fortificatiën, op straffe van verbeurte van het vee. Gouverneurs, commandanten, majoors en commiezen der magazijnen dienen toe te zien op de naleving van de verordening en vooral niet te schromen om vee dat in overtreding is "prijs te maecken". Twee maal per jaar zal de "gecommitteerde tot de zaken op de visitatie van de fortificatie-wercken trekkende" op kosten van de nalatige officieren eventuele schade ten gevolge van grazend vee laten herstellen. De verordening dient in de frontiersteden en forten te worden gepubliceerd.
  • PUBLICATIE TERZAKE VAN DE BLOKKADE VAN GELDERN

    De commanderende generaal van de Pruisische legers tussen Maas en Rijn maakt bekend, dat de stad Geldern geblokkeerd is. Een ieder die levensmiddelen in de stad tracht te brengen of mondelinge dan wel schriftelijke correspondentie met de belegerden poogt te onderhouden, riskeert straffen aan lijf en leven. In elk van de vier hoofdposten van de blokkade zal een speciale "Justice" worden ingesteld om overtreders van dit verbod te berechten.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE INVOER VAN "KOELE" EN GEBRANDE WIJNEN, ZOUT EN ANDERE PRODUKTEN EN GEWASSEN UIT FRANKRIJK EN SPANJE

    De Staten-Generaal verbieden voor de duur van de oorlog de invoer van wijnen en \nandewijnen, zout en (agrarische) produkten en gewassen uit Frankrijk en Spanje, op straffe van confiscatie en een boete ter hoogte van het viervoud van de waarde van de geconfisqueerde goederen met een minimum van zeshonderd gulden. <\n> In geval van twijfel omtrent de herkomst van de goederen wordt de onus probandi (bewijslast) afgewenteld op de importeur. Veerlieden en schippers riskeren geseling, indien zij deze goederen vervoeren of smokkelen. <\n> De Raden ter Admiraliteit zullen de vereiste maatregelen nemen om de handhaving van de verordening te verzekeren. Officieren mogen onder geen beding accoorden sluiten, of composities treffen met overtreders van het invoerverbod. Geconfisqueerde goederen dienen ten overstaan van de rechter in het openbaar te worden ver\nand. De ordonnantie wordt geacht op 1 juni 1703 in werking te zijn getreden.
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE INVOER VAN MANUFACTUREN (INDUSTRIËLE PRODUKTEN) UIT FRANKRIJK OF SPANJE

    De Staten-Generaal verbieden voor de duur van de oorlog de invoer over land en over zee van industrie-produkten, waaronder begrepen papier, geraffineerde suiker, siroop van suiker en glas uit Frankrijk en Spanje, op straffe van confiscatie en een geldboete ter hoogte van het viervoud van de waarde van de geconfisqueerde goederen, met een minimum van zeshonderd gulden. <\n> Om de produkten van vijandelijke mogendheden te kunnen onderscheiden van die van bevriende en neutrale mogendheden, zullen laatstgenoemden hun goederen moeten voorzien van verklaringen van herkomst. Voorbeelden van dergelijke certificaten zijn bijgevoegd. Goederen die niet van dergelijke verklaringen zijn voorzien, zullen worden geacht van vijandelijke herkomst te zijn. Kooplieden die in het buitenland goederen inkopen, dienen zich ervan te vergewissen dat hun koopwaar niet indirect van vijandelijke origine is. Bij aankomst in de Republiek dienen de waren aan de hand van bijgevoegde "denom\nementen" (specificaties) ten kantore van licenten te worden gecontroleerd door de "cherchers". Eventuele verdachte partijen kunnen op 's lands kosten worden opgezonden naar de Raden ter Admiraliteit. Smokkel wordt supplementair met lijfstraf gestraft. Speciaal (binnen)schippers en grensbewoners worden hiervoor gewaarschuwd. De Raden ter Admiraliteit zullen de nodige maatregelen treffen om de naleving van de verordening te verzekeren, onder meer door het leggen van "uitleggers" (wachtschepen) in de zeegaten. De commiezen ter recherche worden gewaarschuwd voor de gevaren van oogluiking en conniventie. In beslag genomen goederen dienen ten overstaan van de rechter in het openbaar te worden ver\nand. De ordonnantie wordt geacht op 1 juni 1703 in werking te zijn getreden.