• Publikatie ter zake van het redden van door bliksem getroffen personen

    In aanvulling op (? 1788-01-13) wordt bekend gemaakt op welke wijze men dient te handelen, indien een persoon in het open veld door de bliksem getroffen is. Het verdient aanbeveling zo'n persoon in een ondiep graf te leggen, zodanig, dat zijn gezicht vrij blijft en hem met helder water te begieten. Een eventueel herstel zal binnen drie uren intreden.
  • Vernieuwde circulaire ter zake van de aangifte van goederen op de douanekantoren

    (? 1775-01-30) ten vervolge worden op verzoek van de toldirectie de voorschriften met betrekking tot de declaratie van goederen bij de kantoren van het Landlicent in Pruisisch Gelre vernieuwd. Een onderscheid wordt gemaakt tussen goederen die door ingezetenen van Pruisisch Gelre voor eigen gebruik worden ingevoerd, goederen die voor rekening van Gelderse ingezetenen door vreemdelingen worden ingevoerd, goederen die binnen het Overkwartier worden vervoerd en goederen die vanuit het Overkwartier worden uitgevoerd.
  • Circulaire ter zake van de opheffing van de restricties op de graanhandel

    Wegens de goede oogst worden de restricties op de graanhandel (? 1789-09-03) opgeheven.
  • Circulaire ter zake van de bestrijding van desertie

    Ter bestrijding van desertie onder knechten van artillerie-, proviand- en treinknechten, wordt de premie voor het aanhouden en opbrengen van desertuers verhoogd.
  • Circulaire ter zake van de opheffing van het verbod op het brandewijnstoken

    Wegens goede oogst vooruitzichten wordt (? 1789-09-03) ingetrokken.
  • Circulaire ter zake van loslopende honden

    (? 1769-02-28) en (? 1789-04-21) terzake van het afschieten van ongeknuppelde honden ten vrvolge wordt bepaald, dat indien honden in de nabijheid van brandgevaarlijke gebouwen niet afgeschoten zijn, maar op andere wijze gedood, de lokale overheid toch het zogenaamde schietgeld verschuldigd is.
  • Circulaire ter zake van de paardenfokkerij

    (? 1789-05-14) ten vervolge, constateert het Landes Aadminstrations Collegium dat de vereiste jaarlijkse rapportages uitblijven. De lokale overheden dienen voortaan per 1 april te rapporteren over het aantal gefokte veulens op straffe van 2 goudgulden boete.
  • Circulaire ter zake van een concessie voor koordansers en goochelaars

    Het Landes Administrations Collegium maakt bekend, dat de koning bij beschikking van 14 februari 1788, hernieuwd op 22 april 1790, aan Joachim Lion uit Silezië exclusief toestemming heeft gegeven met zijn gezelschap van koordansers en goochelaars in Pruisisch Gelre op te treden. De lokale overheden dienen er op toe te zien, dat geen artiesten optreden op kermissen en jaarmarkten, die zich niet kunnen legitimeren als behorend tot het gezelschap van Joachim Lion. Tegen nalatige overheden zullen onaangename maatregelen worden getroffen.
  • Circulaire ter zake van het redden van drenkelingen en hulpverlening aan slachtoffers van ongevallen

    Onder verwijzing naar een circulaire van 13 januari 1788, vermaant het Justiz-Collegium de lokale overheden, zich strikt te reguleren naar de voorschriften betreffende de redding van drenkelingen en hulpverlening aan slachtoffers van ongevallen en de verstrekking van onkostenvergoeding aan ingezetenen, die linnen, vuur en bedden ter beschikking hebben gesteld, op straffe als in de genoemde circulaire vermeld.
  • Affigendum ter zake van de Pruisisch Gelderse capitulanten

    De koninklijk Pruisisch Gelderse Landstandische notionale werf-commissie roept vrijwilligers op voor de militaire dienst bij de Weselse regimenten onder verwijzing naar de conventie (? 1789-09-29) en de aldaar vermelde voordelen. Tevens maakt men de namen bekend van de capitulanten, aan wie wegens het uitdienen van hun termijn ontslag is verleend uit de militaire dienst.
  • Publikatie ter zake van de verpachting van de lompenhandel

    Het Landes-Adminstrations-Collegium maakt bekend, dat het monopolie op de lompenhandel voor de duur van tien jaren aan Albert Riedel en Compagnie te Geldern is verpacht. Dien ten gevolge wordt de handel in lompen aan ingezetenen en vreemdelingen in Pruisisch Gelre verboden op straffe van boete.
  • Verordening ter zake van het beheer van het vermogen van minderjarige wezen en zinneloze curandi

    Het Justiz-Collegium herinnert de subalterne gerechten aan hun taken ter zake van het beheer van vermogens toebehorend aan minderjarige wezen en aan geestelijk onbekwame personen. Indien zij aan hun curandi toebehorende "Berg-aandelen" willen verkopen, dienen zij zich tevoren tot het Justiz-Collegium te wenden. Tevens worden de vormvoorschriften in herinnering geroepen, waaraan moet worden voldaan, wil men geldmiddelen van minderjarige curandi tegen een hogere rente kunnen beleggen bij de Provinciale Bank te Kleef. Indien tenonrechte de gunstige rente is uitgekeerd, indien bijvoorbeeld de ingelegde gelden toebehoren aan meerdere jarige personen, dan zijn de curatoren gehouden een schadevergoeding te betalen aan de bank, tevens dienen zij de teveel betaalde rente over te maken ten gunste van de armen ter plaatse. Aan gerechts officieren, leden van schepenbanken of ondergeschikten van schepenbanken mogen op straffe van boete en ontheffing uit hun functie, geen leningen aanvaarden, afkomstig uit het vermogen van curandi. <\n> Tenslotte maakt het Justiz-Collegium bekend dat de geheime staatsraad Goldbeck vrijheer van Zedlitz is opgevolgd als verantwoordelijke minister van justitie voor Pruisisch Gelre en dat hem tevens de functie van voorzitter van het Opper-Regie-Gericht en van het Departement van Criminele Zaken is toevertrouwd.
  • Circulaire ter zake van het forum van Justitie-commissarissen en officianten bij de subalterne gerechten in het Pruisisch Overkwartier

    Het Justiz-Collegium geeft in aanvulling op (? 1752-12-21) voorschriften met betrekking tot de "gerichtsstand" van de krachtens (? 1786-06-21) ingestelde justitiecommissarissen ten platte lande. In beginsel vallen zij onder de jurisdictie van de desbetreffende subalterne gerechten; zij het dat het aan partijen vrijstaat, indien zij een procedure tegen desbetreffende personen willen aanspannen, zich tot het naast hogere gerecht te wenden. Kwestie betreffende nhun nalatenschappen dienen altijd aan het Justiz-Collegium te worden voorgelegd.
  • Bekendmaking ter zake van medisch toezicht in criminele zaken

    Indien de lokale geneesheer niet beschikbaar is voor het houden van een gerechtelijke lijkschouwing of het verrichten van een obductie kan de lokale magistraat daartoe ook een beroep doen een militaire Veldscheer, bijgestaan door een geapprobeerde chirurgijn. Hun obductieverklaringen en visa reperta zullen in criminele zaken dezelfde bewijskracht hebben als de verklaringen van de land- of stadsphysicus.
  • Publikatie ter zake van emigranten uit het Pruisisch Overkwartier in vreemde krijsdienst

    (? 1889-07-18) en (? 1789-09-29) ten vervolge, worden Pruisisch Gelderse ingezetenen die zich in vreemde krijgsdienst hebben begeven opgeroepen zich daaruit terug te strekken en zich als vrijwilliger of capitulant te melden bij de Weselse reglementen, conform de daartoe met de Staten van Pruisisch Gelre overeengekomen gunstige voorwaarden.
  • Instructie ter zake van de werving van recruten voor de Weselse regimenten

    (? 1789-07-18) ten vervolge worden instructies gegeven voor het werven van capitulanten of vrijwilligers voor de Weselse regimenten. De door de Staten van Pruisisch Gelre opgestelde instructie telt 23 artikelen en een model capitulatie.
  • Circulaire ter zake van de opgave van de graanoogsten

    In verband met de heersende graanschaarste (? 1789-09-03) (? 1789-09-03_1) (? 1789-09-03_2) dienen de lokale overheden een naukeurig tabelarisch overzicht in te dienen van de geïnventariseerde graanvoorraden en van de geschatte graanbehoefte.
  • Confirmatie van de conventie betreffende de recrutering van vrijwillegers voor de Weselse regimenten

    (? 1789-07-18) ten vervolge wordt de overeenkomst voor de levering van vrijwilligers ten behoeve van de Weselse Regimenten door de koning bekrachtigd. De conventie wordt geacht niet in strijd te zijn met de bij patent van 24 mei 1748 aan Pruisisch Gelre toegestane vrijdom van werving voor miliatire dienst.
  • Circulaire ter zake van het verbod op het brandewijnstoken

    I.v.m. graanschaartse wordt het stoken van brandewijn en foezel verboden. De lokale overheden dienen de helmen van distilleerketels in bewaring te nemen.
  • Circulaire ter zake van restricties opgelegd aan graanhandelaars

    I.v.m. graanschaarste wordt het aan opkopers en makelaars in graan verboden voorraden in Pruisisch Gelre op te kopen. Lokale overheden dienen toe te zien op de naleving van het verbod door visitatie van korenvoorraden en pakhuizen.
  • Circulaire ter zake van de uitvoer van graan

    Wegens de gerings oogst en dreigende prijsstijgingen wordt de uitvoer van granen tot nader order ten strengsten verboden, op straffe van confiscatie van graan, voer- en vaartuigen, tonnen en vaten, alsmede een boete van tien goudgulden per maalder. Gelijk uitvoerverbod geldt ten aanzien van erwten, bonen en linzen, lasmede van daarvan vervaardigd meel en bloem.