• Mandaat ter zake van de terugkeer van Pruisische onderdanen naar de bezette gebieden

    De administratie van de veroverde Pruisische gebieden te Kleef roept de gevluchte Pruisische onderdanen op zich zo spoedig mogelijk weer naar hun woonplaats te begeven, op straffe van het verlies van hun eigendommen, goederen, renten en inkomsten, die na het verstrijken van de toegestane termijn ipso facto aan de fiscus zullen vervallen.
  • Avertissement ter zake van de oprichting van een Rekenkamer voor het voormalig Pruisisch Overkwartier te Roermond

    Bij patent van 30 juni 1757, gegeven te Wenen, heeft keizerin Maria Theresia besloten over te gaan tot oprichting van een Rekenkamer voor het voormalig Pruisisch Overkwartier te Roermond. Deze Rekenkamer wordt belast met de directie van de financiën, alsmede het afhoren en sluiten der rekeningen van domeinen, bede en subsidie, in- en uitgaande rechten, tollen en licenten, amenden en confiscatiën, en alle overige koninklijke rechten en inkomsten uit Pruissich Opper-Gelre. De Rekenkamer gelast alle Pruisische comptabele officieren hun rekeningen voortaan te Roermond in te dienen, alsmede een copie van de laatst afgesloten rekeningen lopende tot Drievuldigheidszondag van het jaar 1757, alles op straffe van militaire executie.
  • Verordening ter zake van de muntcirculatie

    In opdracht van de Franse intendant Jacques Pineau worden wisselkoersen vastgesteld voor diverse Franse en Duitse muntsoorten ten behoeve van het Franse leger van de Nederrijn.
  • Verordening ter zake van de uitvoer van paarden

    De uitvoer van paarden wordt verboden op straffe van zware geldboete of lijfstraf. Bedienaren van het landlicent dienen in het bijzonder op de naleving van het uitvoerverbod toe te zien.
  • Verordening ter zake van belastingen

    Aangezien hoofdbewoners vaak verzuimen bij hen inwonende personen en families aan te melden ten behoeve van de personele aanslag en het veegeld, worden zij aangemaand zulks voortaan wel te doen. Verzwijging wordt met een boete bestraft. Indien zij geen uitheemse onvermogende personen onderdak verlenen zijn zij geen bijdrage in het armengeld verschuldigd.
  • Verordening ter zake van de uitvoer van graan

    Krachtens rescript van 16 november 1756 wordt het uitvoerverbod van rogge, boekweit en gerst (? 1756-11-01) uitgebreid tot alle graansoorten.
  • Patent ter zake van Oostenrijkse militaire, hof en civiele dienst

    Door middel van deze advocatoire brief worden alle Pruisische onderdanen en vazallen opgeroepen zich binnen twee maanden terug te trekken uit Oostenrijkse dienst, op straffe van Zijne Majesteit ongenade en confiscatie van hun totale vermogen.
  • Patent ter zake van een verbod op de uitvoer van rogge, gerst en boekweit

    Ten gevolge van in de naburige landen ingestelde uitvoerverboden, wijken opkopers van graan in toenemende mate uit naar Pruisisch Opper-Gelre. Hun activiteiten leiden tot prijsstijging en hebben tot gevolg, dat er onvoldoende voorraad gevormd kan worden. Uitvoer van graan zal worden gestraft met confiscatie van de koopwaar, vervoersmiddelen en gereedschappen. Alle publieke ambtenaren, met name fiscale ambtenaren en bedienaren van de koninklijke licenten en tollen dienen op naleving van de verordening toe te zien.
  • Verordening ter zake van de verkoop van kalenders

    On der verwijzing naar (? 1754-11-18) maakt de Commissio Regia bekend, dat de Koninklijke Academie van Wetenschappen te Berlijn de licent-ontvanger Ter Stegen heeft belast met de verkoop van kalenders in Pruisisch Opper-Gelre.
  • Edict terzake van de muntcirculatie

    De uitvoer van goede Pruisische munt, met name Friderichs d' Or wordt verboden, evenals de invoer van slechte buitenlandse pasmunt en andere minderwaardige speciën. Overteding van deze verboden wordt gestraft met confiscatie van desbetreffende speciën, almede willekeurige straffen tegen de overtreder. Aangezien Friderichs d'or vaak per pakketpost worden uitgevoerd, dienen de beambten van de posterijen, tollen en accijnzen hiertegen in het bijzonder waakzaam te zijn.
  • Vernieuwd edict ter zake van het faillisementsrecht

    Onder verwijzing naar (? 1727-11-12) wordt ter bescherming van de handel in wol, katoen, kameelhaar, zijde, leder en goud- en ziverdraad bepaald, dat door leveranciers ter verwerking aangeboden grondstoffen, alsmede op voorhand door afnemers betaalde eindprodukten, in het geval van het faillissement van de fabrikant, niet als onderdeel van de failliete boedel beschouwd zullen worden en derhalve buiten het Concursverfahren dienen te blijven.
  • Verordening ter zake van de handel in paardenhaar en varkenshaar

    Aangezien de handel in paardenhaar en varkensborstels in Pruisisch Opper-Gelre opnieuw voor de duur van zes jaren is verpacht, wordt door de Commissio Regia bekend gemaakt aan welke verplichtingen de ingezetenen zich ter zake te houden hebben.
  • Vernieuwd en verscherpt patent ter zake van de uitvoer van goud en zilver

    Onder verwijzing naar (? 1726-09-19), (? 1731-10-25) en (? 1755-12-20) wordt het opkopen van goud en zilver door christenen en joden op messen en jaarmarkten, met het oog op uitvoer van deze edele metalen verboden. Illegale uitvoer van goud en zilver wordt gestraft met lijfstraf en doodstraf, alsmede confiscatie van goud en zilver. Opgekocht goud en zilver mag enkel worden aangeboden aan de koninklijke munthuizen, of hun entrepreneurs en commiezen. Alle fiscale beambten en tolambtenaren dienen op de strikte naleving van de verordening toe te zien. De eventuele denunciant geniet een aandeel in de opbrengst van de confiscatie. Binnenlandse goud- en zilversmeden mogen zowel binnen als de buiten de Pruisische landen goud en zilver voor eigen gebruik aankopen.
  • Edict ter zake van messentrekkerij in Pruissich Opper-Gelre

    Hoewel in de Gelderse Land- en Stadrechten (GLS) reeds straffen zijn gesteld op vechten en messentrekkerij, is het aantal incidenten de laatste tijd sterk toegenomen. Om hieraan paal en perk te stellen verzwaart de koning de straffen, op deze delicten gesteld. Naast boete, gevangenis op water en brood en vestingstraf behoort ook - bij dodelijke afloop, ter dood verooreling tot de mogelijkheden.
  • Ordonnantie van het Hof van Gelre ter zake van het bijhouden van rechterlijke protocollen door de gerichtssecretarissen

    Op verzoek van de momboir, die heeft geconstateerd dat de gerichtsprotocollen niet voldoen aan de eisen die het GLS daaraan stelt, worden de gerichtssecretarissen op straffe van boete vermaand, de diverse protocollen op de juiste wijze bij te houden. Gerechtelijke akten, akten van overdracht en bezwaring van onroerend goed dienen conform (? 1733-01-27) chronologisch te worden ingeschreven in de protocollen. Indien in één schepenbanksprotocol akten betreffende meerdere hondschappen worden geregistreerd, dient per hondschap een afzonderlijke tafel te worden vervaardigd. Ten overvloede worden de secretarissen geattendeerd op een aantal bijzondere bepalingen: - GLS 39 art. 3 (vervreemding van patrimoniële goederen) - GLS 68, art. 3 e.v. (handelingsonbekwaamheid van vrouwen zonder momboir) - GLS 224, art. 5 (verbod van overdracht van patrimoniële goederen in de dode hand) - verbod van woekerclausules bij schuldbekentenissen en gerechtelijke obligaties - GLS 75, art. 14 ( verbod van de clausule, waarbij een crediteur zich het recht voorbehoudt het kapitaal van de debiteur te mogen opeisen) - GLS 129, art. 15 (bewaring van protocollen in een schepenkomp) - GLS 250, art. 2 (specifieke opsomming van verbonden goederen) - GLS 258, artt. 6 & 7 (verbod van beperkende voorwaarden bij het inlossen van pand) Zij dienen op straffe van boete toe te zien op de naleving daarvan.
  • Ordonnantie ter zake van de handhaving van de openbare orde

    Ter voorkoming van ongeregeldheden op kermissen, vrijmarkten en dergelijke publieke bijeenkomsten ten gevolge van baldadige jongeren, wordt de door het Hof van Gelre te Roermond op 23 november 1711 uitgevaardigde ordonnantie dienaangaande opnieuw gepubliceerd. De verordening stelt straffen op het zogeheten voei-jagen en het eisen van schatbier, huylbier en kwanselbier.
  • Hernieuwd edict ter zake van het verlenen van krediet aan officieren

    (? 1744-04-07) en (? 1746-07-04) ten vervolge worden de voorschriften ter zake van het zonder voorafgaande instemming van de commanderend officier aangaan van leningen door officieren, alsmede het ongeoorloofd verstrekken van krediet aan officieren opnieuw afgekondigd.
  • Circulaire resolutie ter zake van het castreren van vee

    Aangezien er misverstanden zijn gerezen tussen de pachter van het veesnijden en de ingezetenen over wederzijdse rechten en plichten ter zake, geeft de Commssio regia een overzicht van de geldende regels, die door de lokale overheden gepubliceerd moeten worden.
  • Verordening ter bescherming van de inheemse textielnijverheid

    Onder verwijzing naar verordeningen van 21 juli 1741, 13 februari 1744, 6 maart 1749 en van 10 september 1754, verordent de Commissio Regia dat niet inheemse lakens en doek bij invoer met een verzwaard licentrecht belast zullen worden. Hetzelfde geldt voor buitenlandse galons van goud- en zilverdraad. Inheemse producten daarentegen zullen vrij zijn van licenten en van accijnzen.
  • Vernieuwd edict ter zake van de posterijen

    Hoewel in de Post-Ordnung duidelijk is aangegeven, dat de posterijen het privilege toekomt het koninklijke livrei en wapen te voeren, en daarmee tot uitdrukking wordt gebracht, dat de ordinaris en extraordinaris postdiensten onschendbaar zijn, worden de privileges van de posterijen vaak met voeten getreden. Om aan deze misstand een einde te maken dient openlijk bekend te worden gemaakt, door aanplakking bij alle posthuizen en door afkondiging door de provinciale regeringen, hofgerechten, consistoriën en Krieges- und Domänenkammern, dat niemand zich mag verstouten de postreizigers te beschimpen, of beslag te leggen op vervoersmiddelen van de posterijen, op straffe van met de kar gestraft te worden. Van overtredingen van het edict dient aangifte te worden gedaan bij de postkantoren, dan wel bij het General-Post-Amt.
  • Order ter zake van tabellen met gegevens van vazallen

    Naar aanleiding van klachten van de momboir verordent het Justitzhof, dat de lokale overheden de vazallentabellen prompt en volledig ingevuld moeten ingeleveren, op straffe van een boete van tien goudgulden.