• Rescript ter zake van de verkoop van adellijke huizingen

    De koning verbiedt eigener beweging dat adellijke goederen zonder zijn toestemming te koop worden aangeboden.
  • Edict ter zake van een verbod op het plaatsen van meibomen

    De koning verbiedt het plaatsen van meibomen voor en in kerken ter gelegenheid van processies, wegens schade aan het houtgewas. Houtdieven, kopers en verkopers van voor dit doel omgehakte jonge brken riskeren willekeurige geldstraffen naar proportie van hun vermogen. Onvermogenden riskeren lijfstraffen. De fiscalen en vorsters dienen op naleving van de verordening toe te zien. De verordening dient jaarlijks omstreeks april na de eredienst opnieuw te worden afgelezen.
  • Vernieuwd edict ter zake van voorrechten voor immigranten

    Uit landsvaderlijke zorg belooft de koning aan immigranten vrijdom van aanwerving en inlijving in militaire dienst. Desgevraagd dienen aan immigranten protectiebrieven dienaangaande te worden verstrekt. Immigranten genieten gedurende twee jaar vrijstelling van burgerlijke lasten, met inbegrip van consumptiegelden en dergelijke accijnzen. Zij mogen huisraad en bezittingen vrij van licent invoeren. Zij zijn eveneens vrijgesteld van serviesgeld. Degenen die zich in de provincies van Keurmark, Pommeren, Maagdenburg of Halberstadt willen vestigen genieten nog additionele voordelen, waaronder goedkope leningen ten laste van de landschapskas. Onder omstandigheden wordt afgezien van het droit d'aubaine, dat soms iure retorsionis wordt uitgeoefend.
  • Verordening ter zake van buitenlandse reizen door de adellijke vazallen

    Krachtens kabinetsorder beveelt de Commissio Regia het verbod van buitenlandse reizen voor adellijke vazallen opnieuw af te kondigen. De declaratie van 19 maart 1744 blijft van toepassing.
  • Edict ter zake van het helen van gestolen waar door joden

    Indien joden worden betrapt op heling van gestolen zaken, dan dient hun beschermbrief te worden gecasseerd. Intrekking van de verleende bescherming betreft ook hun familie. Vervolgens dienen zij uit het land te worden verwijderd. Daarenboven dienen zij de bestolene de waarde van het gestolene te vergoeden. Indien de heler of diens familie daartoe niet in staat blijkt, zal de lokale joodse gemeenschap hiervoor worden aangesproken.
  • Vernieuwd edict ter voorkoming van veeziekte

    Ter voorkoming van een verdere uit\nieing van veeziekte onder het hoornvee worden de maatregelen als vervat in (? 1729-12-24) opnieuw afgekondigd en aangescherpt. Personenverkeer met besmette gebieden is alleen nog mogelijk, indien de reiziger een paspoort kan overleggen, waaruit blijkt dat er sinds acht weken geen veesterfte heeft plaats gevonden in het gebied van herkomst. Voor de duur van drie maanden worden de grenzen gesloten voor de invoer van hoornvee, niet geloode runderhuiden, vellen, haren vet en talg, gezouten en gerookt vlees, hooi, stro en mest. Het verbod geld voor uitheemse voerlieden ongeacht de vraag of zij de ge\nuikelijke paspoorten en attesten kunnen overleggen. Het geldt eveneens voor Pruisische ingezeten, die dergelijke goederen uit geïngecteerde gebieden zouden willen importeren. Vee uit niet besmette gebieden dient alvorens ingevoerd te worden op beide hoorns en op de huid ge\nandmerkt te worden en te worden voorzien van een paspoort met daarin vermeld de route waarlangs het mag worden getransporteerd. Een vergelijkbare maatregel geldt voor veetransport binnenslands volgens de voorschriften van (? 1716-10-20). Alvorens vee te slachten, dienen de \nandmerken te worden gevisiteerd door een van overheidswege aan te stellen functionaris, die het vee gedurende drie dagen onder toezicht zal houden, alvorens toestemmening te geven om het te slachten.<\n> Aangezien vermoed wordt dat ook marskramers, messensmeden, scharenslijpers, speellieden en kermislui, bedelaars voor de verlossing van Turkse gevangenen, gewone bedelaars, vagebonden en joden aan de verspreiding van de besmettelijke ziekte bijdragen, dienen zij aan de grenzen te worden teruggewezen.<\n> Verder bevat het edict voorschriften over de vernietiging van besmet vee en quarantaine maatregelen in gebieden, alwaar de besmettelijke ziekte is uitge\noken.
  • Provisionele ordonnantie ter zake van de inrichting van licentdistricten in Pruisisch Opper-Gelre

    De Commissio Regia bepaalt onder verwijzing naar (? 1737-08-12) voor alle plaatsen in Pruisisch Opper-Gelre alwaar geen zelfstandig licentkantoor is gevestigd, onder welk kantoor zij ressorteren. De verordening geeft verder voorschriften over de betaling van licent en het verwerven van paspoorten wegens te verhandelen vee en koopwaren op jaarmarkten in Pruisisch Opper-Gelre. De verordening dient bij de licentkantoren te worden aangeplakt en dient door de admodiator en zijn associés nakeurig onderhouden te worden.
  • Patent ter zake van een generaal pardon voor deserteurs

    Het aangeboden generaal pardon (? 1746-03-12) wordt tot 1 mei 1747 verlengd.
  • Edict ter zake van de indiening van verzoekschriften door advocaten

    Ter voorkoming van nodeloze vertraging in procedures, onnodige onkosten voor partijen en nodeloze afleiding van rechterlijke colleges van nuttiger zaken, wordt bepaald, dat niet door advocaten ondertekende memorialen, ingediend bij hogere rechters, niet in behandeling genomen zullen worden. Indien er sprake is van zinledige verzoekschriften zal de fiscus daartegen ambtshalve optreden en de wettelijke straffen vorderen.<\n> Indien een advocaat ten onrechte een supliek bij de Geheime Staatsraad heeft ingediend, dient hij de daardoor veroorzaakte kosten aan partijen te vergoeden en daarenboven het dubbele aan de generale strafkas te betalen.<\n> De rechterlijke colleges worden vermaand zich niet schuldig te maken aan rechtsweigering en advocaten geen gegronde redenen te geveven tot het indienen van verzoekschriften bij de koning.
  • Provisionele ordonnantie ter zake van de uitvoer van levensmiddelen

    Wegens dreigende schaarste verbiedt de Commissio Regia de uitvoer van boter en van graan. De ingezetenen dienen zorg te dragen voor het tijdig aankopen van voorraad voor één jaar. Bakkers dienen eveneens voldoende grondstoffen in voorraad te nemen om de bevolking te kunnen blijven bedienen. Hamsteren is echter niet toegestaan.
  • Patent ter zake van de muntcirculatie

    De circulatie van nieuwe Keulse stuivers wordt verboden, op straffe van confiscatie van desbetreffende munten en een boete van een goudgulden voor elke stuiver.<\n> Het bestaande verbod terzake van de circulatie van Gulikse en Bergse stuivers blijft gehandhaafd.
  • Edict ter zake van meerderjarigheid van adellijke personen

    In afwijking van de meerderjarigheidstermijn van het gemene recht, bepaalt de koning dat jongelieden van adellijke huize na voltooiing van hun twintigste levensjaar als meerderjarig moeten worden beschouwd. <\n> De nieuwe meerderjarigheidstermijn geldt in alle Pruisische landen, zonder enige exceptie.
  • Verscherpt edict ter zake van schulden van officieren

    (? 1744-04-07) ten vervolge worden verscherpte maatregelen uitgevaardigd tegen het aangaan van schulden door officieren, zonder toestemming van hun commandanten, alsmede tegen degenen die aan bedoelde officieren ongeoorloofd krediet verlenen. Bedoelde crediteuren verbeuren de waarde van het verstrekte krediet, almede een boete van vijftig ducaten ten behoeve van de Invalidenkas. Indien zij niet in staat zijn deze boete op te brengen, dienen zij naar rato met gevangenis te worden gestraft. (? 1744-04-07) wordt als bijlage bij het verscherpt edict opnieuw afgedrukt.
  • Patent ter zake van de matiging van geldstraffen bij de ontduiking van personele belastingen in Pruisisch Opper-Gelre

    (? 1718-02-23) ten vervolge, worden de boetes gesteld op het overtreden van het reglement op de de personele belastingen ( ambachtsgeld, consumptie, capitatie of bestialen) verminderd. De boete voor het verzwijgen van koeien of runderen wordt op 3 goudgulden gesteld. Die wegens verzwegen schapen, ganzen of bijenkorven op één goudgulden. De boete wegens het niet afdragen van het verschuldigde kopgeld, consumptie- of handwerksgeld, wordt verminderd van 25 gulden naar 5 gulden. Nalatigheid in het toezicht op de naleving van het reglement wordt voortaan met een boete van tien rijksdaalders bestraft.
  • Verordening ter zake van een cartel vanwege de uitlevering van deserteurs

    Het kartel van 31 oktober 1741 (? 1741-10-31) ter zake van de uitlevering van deserteurs blijft van kracht, vanwege het feit dat er vrede is gesloten met de koning van Polen op 25 december 1745. Deze verordening moet bekend worden gemaakt in het hertogdom Geldern, waarbij ook het cartel opnieuw moet worden gepubliceerd en geaffigeerd.
  • Verordening ter zake van de paardenhandel

    Het in (? 1742-04-14) vervatte verbod terzake van de uitvoer van paarden wordt opgeheven. De Commissio Regia beveelt de pachters van het landlicent en de douane beambten zich hiernaar te richten.
  • Generaal pardon ter zake van deserteurs en diensweigeraars

    Deserteurs en geënrollerde militairen die zich an de dienst hebben onttrokken wordt amnestie beloofd indien zij zich vrijwillige voor de dienst melden.
  • Herhaalde verordening terzake van de vervolging van deserteurs

    De Commissio Regia herinnert overheden in Pruisisch Gelre aan de verplichtingen die in het kader van de bestrijding van desertie op hen rusten. Zij dienen (? 1723-01-29), (? 1724-01-03), (? 1726-08-05), (? 1730-09-15)opnieuw te publiceren, en deze publikatie voortaan maandelijks te herhalen. Tevens dienen zij ervoor zorg te dragen, dat de premies die in het vooruitzicht zijn gesteld voor het aanhouden van deserteurs ook daadwerkelijk worden uitbetaald.
  • Verordening ter zake van het Sint-Maartensvuur

    Uit landsvaderlijke voorzorg verbiedt de Commissio Regia het aanrichten van St.-Maartensvuren, op straffe van zes rijksdaalders boete voor de aanstichter, en drie rijksdaalders voor de overige betrokkenen. De ouders worden aansprakelijk gehouden voor hun kinderen, heren voor hun huishouding.
  • Verordening ter zake van de verpachting van het geven van muziekvergunningen

    Onder verwijzing naar (? 1720-03-07), (? 1739-05-11) en (? 1743-12-18) wordt bekend gemaakt, dat verzuim een muziekvergunning aan te vragen bij de pachter gestraft wordt met een boete van 6 rijksdaalders, waarvan een zesde deel voor de aanbrenger.
  • Verordening ter zake van een vernieuwd kartel met de hertog van Braunschweig-Wolffenbüttel over de uitlevering van deserteurs

    Het kartel (? 1733-01-12), dat op 12 januari 1745 ten einde liep, wordt voor de duur van 6 jaren verlengd.
  • Circulaire ter zake van veeziekte

    Ten einde de verspreiding van een besmettelijke ziekte onder het hoornvee tegen te gaan, geeft de Commissio Regia opdracht een gedrukt pamflet met mogelijke remedies te verspreiden.