• Cartel tussen Pruisen en Würtemberg over de wederkerige uitwisseling van deserteurs

    Pruisen en Würtemberg komen voor de duur van drie jaar overeen op basis van wederkerigheid deserteurs uit te wisselen. Ten einde officieren die onwetend een deserteur hebben ingelijfd schadeloos te stellen, dient bij overlevering van deserteurs een kartelgeld betaald te worden.
  • Waarschuwing ter zake van het inbrengen van laken zonder het betalen van invoerrechten

    Personen die in weerwil van de bestaande reglementen lakeninvoeren buit de kantoren van het landlicent om riskeren confiscatie van koopwaren alsmede een boete.
  • Edict ter zake van een kartel met de keurvorst van Beieren over de uitlevering van deserteurs

    Het kartel voorziet in de uitlevering op basis van wederkerigheid van deserteurs uit Pruisische en Beierse regimenten. De lokale overheden dienen hieraan medewerking te verlenen door strikt oezicht te houden op militairen die zich zonder paspoort van hun officier buiten hun garnizoen begeven. Dergelijke militairen moeten als deserteurs worden aangehouden en met wapens en uitrusting worden overgeleverd. Het edict beschrijft in acht artikelen de verplichtingen die uit het kartel voortvloeien
  • Edict ter zake van een kartel met de koning van Polen en de keurvorst van Saksen over de uitlevering van deserteurs

    Het kartel voorziet in de uitlevering op basis van wederkerigheid van deserteurs uit Pruisische, Poolse en Saksische regimenten. De lokale overheden dienen hieraan medewerking te verlenen door strikt toezicht te houden op militairen die zich zonder paspoort van hun officier buiten hun garnizoen begeven. Dergelijke militairen moeten als deserteurs worden aangehouden en met wapens en uitrusting worden overgeleverd. Het edict beschrijft in vijftien artikelen de verplichtingen die uit het kartel voortvloeien
  • Avocatoire brief ter zake van vreemde krijgsdienst

    Ten gevolge van de miskenning door Oostenrijk van de Pruisische rechten op Silezië, ziet Frederik II zich geroepen alle Pruisische onderdanen in Oostenrijks-Hongaarse dienst op te roepen om binnen drie maanden de Oosternijks-Hongaarse dienst te verlaten, op straffe van confiscatie van hun lenen, have en goed, recht en gerechtigheden, privileges, eer en goede naam.
  • Generaal pardon voor deserteurs en dienstweigeraars

    Deserteurs en dienstweigeraars die zich binnen zes maanden opnieuw voor de dienst beschikbaar stellen, wordt amnestie beloofd, alsmede een beloning van zes daalders.
  • Verordening ter zake van de lompenhandel

    Aangezien de lompenhandel is verpacht, verbiedt de Commissio Regia voor een termijn van zes jaren eenieder in Pruisisch Opper-Gelre lompen te verhandelen buiten de lompenpachter om, op straffe van zes goudgulden boete en confiscatie van desbetreffende lompen. Licentambtenaren dienen op de naleving toe te zien en overtreders te arresteren.
  • Verordening ter zake van de aanhouding van deserteurs in Pruissich Opper-Gelre

    (? 1723-01-29), (? 1724-01-03), (? 1726-08-05), (? 1730-09-15) en (? 1731-01-27) ten vervolge, wordt bepaald, dat boeren ten plattelande die thans in onvoldoende mate bijdragen aan de opsporing van deserteurs, wegens nalatigheid gestraft zullen worden, indien zij hun plichten dienaangaande blijven verwaarlozen.
  • Edict ter zake van de vrijstelling van krijgsdienst voor immigranten

    Aangezien het de koning ter ore is gekomen, dat immigranten die zich in Kleef en Mark hadden willen vestigen, daarvan afgezien hebben, uit vrees, dat zij of hun kinderen dienstplichtig zouden worden, verklaart hij nadrukkelijk, dat immigranten die zich in Kleef, Mark, Moers of Pruisisch Opper-Gelre willen vestigen van militaire dienst vrij zullen zijn; indien iemand een bedrijf in deze streken wil vestigen zal hem op zijn verzoek voor al zijn personeel een dergelijke vrijstelling worden verleend. Degenen die voor 1 juni 1740 uit vrees voor inlijving bij de krijgsmacht zijn uitgeweken, kunnen vrijelijk terugkeren.
  • Verordening ter zake van een verbod op het stoken van brandewijn en foezel

    In verband met de gestegen graanprijzen verbiedt de Commissio Regia het stoken van brandewijn en foezel, op straffe van 10 goudgulden boete. De helmen van distilleerketels dienen in bewaring te worden genomen.
  • Patent ter zake van de invoer van zout in Pruisisch Opper-Gelre

    Aangezien de zoutwerken in het graafschap Mark voldoende produceren om in de zoutbehoefte van Mark, Kleef, Meurs en Pruisisch Opper-Gelre te voorzien, wordt de invoer van buitenlands zout verboden. De Krieges und Domänenkammer te Geldern dient zoutvervoerders en Maas- en Rijnschippers te verwittigen, dat invoer van buitenlands zout gestraft zal worden met confiscatie; het aankopen en verkopen van buitenlands zout wordt gestraft met een boete ter hoogte van twee maal de waarde. Het patent voorziet tevens in maatregelen, die prijs en kwaliteit van het zout dienen te reguleren. Ten einde helder zicht te krijgen op de jaarlijkse consumptie wordt een Saltz-Probe-Register ingesteld.
  • Patent ter publicatie van een convenant tussen de koning en de hertog van Saksen-Gotha over de uitlevering van deserteurs

    Ten behoeve van de lokale overheden worden de belangrijkste bepalingen van het convenant samengevat. Deze komen er op neer, dat wederzijds deserteurs zullen worden uitgewisseld, die sedert 20 oktober 1740 zijn gedeserteerd; dat degenen die zich reeds langer dan een jaar opnieuw metterwoon hebben gevestigd en daarvan schriftelijk bewijs kunnen procederen niet zullen worden uitgeleverd; dat deserteurs voorzien van uitrusting en wapens zullen worden overgedragen tegen een forfaitaire vergoeding van 6 rijksdaalders; en dat officieren niet willens en wetens aan de andere zijde gedeserteerde soldaten zullen recruteren. Deserteurs die zich binnen vier weken na publikatie van het patent vrijwillig melden wordt amnestie beloofd.
  • Kabinetsorder ter zake van de bestraffing van kindermoordenaars

    Kindermoordenaars zullen niet langer in zakken genaaid (en verdronken) worden, maar met het zwaard worden geëxecuteerd.
  • General Pardon voor deserteurs en uit vrees voor aanwerving uitgeweken onderdanen

    Ter gelegenheid van zijn troonsbestijging belooft Fredrik II amnestie en generaal pardon aan deserteurs en aan degenen die uit vrees voor aanwerving zijn uitgeweken, indien zij zich binnen zes maanden wederom bij hun regimenten, of bij hun lokale overheden melden. In dat geval zal de confiscatie van hun vermogen ongedaan worden gemaakt en zullen zij in ere hersteld worden. Tegen degenen die dit generaal pardon versmaden zal overigens zonder pardon of genade worden opgetreden.
  • Verordening ter zake van het afleggen van de leeneed door de Gelderse vazallen

    Frederik II roept als nieuwe hertog van Gelre zijn leenmannen op binnen één maand na publikatie opnieuw leenhulde te doen en de eed van trouw af te leggen in handen van Reiner Johan Theodoor, vrijheer van Doornick, als stadhouder van lenen in Pruisisch Opper-Gelre, en in handen van de leengriffier het verschuldigde heergewaad te betalen, op straffe van inbeslagname van het leengoed.
  • Bericht ter zake van de naleving van de regelgeving betreffende het gebruik van voorspan bij koninklijke reizen

    (? 1732-09-10) ten vervolge, wordt in detail aangegeven, op welke wijze de Krieges und Domänenkammern ten behoeve van koninklijke reizen voldoende paarden ter beschikking moeten stellen.
  • Edict ter zake van het ongeoorloofd indienen van memories door advocaten en procureurs

    De Cabinets-ordre (? 1739-11-15) ten vervolge wordt bepaald, dat advocaten, procureurs en concipiënten, die in rechtszaken of genadezaken bij voorbaat kansloze memorialen bij de koning indienen, zonder pardon als een hond zullen worden opgehangen.De verordening zal binnen een week na publikatie in werking te treden. De verordening dient elke drie maanden voor de kerkdeuren te worden afgelezen.
  • Kabinetsorder ter zake van het ongeoorloofd indienen van memories door advocaten en procureurs

    Advocaten, procureurs, of concipiënten die via soldaten memorialen in processen of in genade-zaken laten indienen ten behoeve van clienten, zullen voortaan zonder pardon als een hond worden opgehangen.
  • Verordening betreffende de verantwoordelijkheden van ouders, die hun zonen naar het buitenland laten vertrekken

    Ouders die hun zonen naar het buitenland laten vertrekken dienen dit vooraf te melden. Bovendien zijn zij aansprakelijk, indien hun zonen niet terugkeren. Lokale overheden dienen in voorkomende gevallen aangifte te doen bij het officie-fiscaal
  • Provisionele verordening ter regulering van de bedelarij

    (? 1725-04-19) ten vervolge wordt bepaald, dat teneinde een helder onderscheid tussen vagebonden, binnendorpse en buitendorpse armen mogelijk te maken, niemand buiten de grenzen van zijn eigen parochie mag bedelen. Dit verbod geldt ook voor degene die beschikt over een attest van werkelijke armoede.<\n> Ingezetenen mogen alleen aan binnendorpse armen geld, \nood of andere etenswaren verstrekken, op straffe van drie goudguldens boete. <\n> Lokale overheden dienen met de geestelijkheid en armenmeesters zodanige maatregelen treffen, dat enkel aan werkelijke armen bedel\nieven worden verstrekt.
  • Edict ter zake van het lossen van vreugdeschoten

    In navolging van het reeds in 1719 voor de Keur-Mark afgekondigde verbod, wordt krachtens speciaal koninklijk bevel ook in het Pruisisch Overkwartier een verbod ingesteld om op Heilige Dagen, bij huwelijken, doopfeesten, kermissen, processies en dergelijke tegen de avond met geweren vreugdeschoten te lossen, wegens de ongelukken en schade die daarvan vaak het geval zijn. Overtreding van het verbod wordt gestraft met een fiscale boete van tien rijksdaalders; insolvente overtreders riskeren gedurende zes maanden in een naburige vesting in de kar gezet te worden.
  • Bekendmaking teer zake van het kastreren of veesnijden

    De Commissio Regia maakt bekend, dat het kastreren of veesnijden voortaan aan de meestbiedende verpacht zal worden. Bekwame veesnijders en kastreerders worden uitgenodigd te Geldern van de voorwaarden kennis te nemen.
  • Order ter zake van voorspan

    De Commissio Regia maakt namens de koning bekend, welke bedragen aan de burgerij vergoed moeten worden, indien militairen voorspan van hen vorderen.
  • Edict ter zake van morganatische huwelijken

    Het uit de Magdenburgische Policeyordnung van 1699 stammende verbod ter bestrijding van het euvel van standsongelijke huwelijken van adellijke en niet adellijke personen, wordt uitgebreid naar alle Pruisische landen. Predikanten die aan dergelijke huwelijken hun medewerking verlenen worden gestraft met ontzetting uit hun ambt. Een edelman die met een vrouw, die voordien in openbare schande geleefd heeft, in het huwelijk wil treden wordt gestraft met verlies van adeldom en lenen. Deze vervallen op de naastvolgende erfgenaam van onbesproken naam en faam. Indien zijn resterende allodiale goederen onvoldoende zijn om in zijn levensonderhoud te voorzien, behoudt hij slechts recht op minimale alimentatie ten laste van zijn voormalige leengoederen, waarvan de hoogte door de rechter bepaald zal worden. Kinderen uit morganatische huwelijken kunnen geen aanspraak maken op adellijke titels en blazoenen. Ongelijke huwelijken tussen verarmde adel en welgestelde burgers zijn echter niet altijd verboden. Indien hierdoor de mogelijkheid van een adellijke levenswijze wordt hersteld, en hierover te voren consensus is bereikt met de adellijke aanverwanten. Indien deze met een dergelijk huwelijk niet instemmen, kan toestemming worden verzocht door tussenkomst van de landsregeringen en justitiecolleges.