Het reglement geeft in 13 artikelen een aanvulling op boek 5 van de Gelderse Land- en stadsrechten, betreffende het burgerlijke procesrecht. De artikelen betreffen de verplichte poging tot minnelijke schikking ten overstaan van de rechter commissaris; de opdracht om uit overwegingen van kostenbesparing indien enigszins mogelijk gebruik te maken van de communicatieve procedure, in plaats van de ordinaris procedure; en de verplichting in zake van parate executie, met name met betrekking tot huishuur, loon, pacht, renten, tijnsen en bederfelijke waren de procedure van GLS 216 n. 5 en GLS 295-296 te volgen. Verder bevat het reglement aanwijzingen hoe advocaten en procureurs te werk moeten gaan bij de instructie in communicatoire procedures, rolprocedures en commissoriale procedures; het inachtnemen van termijnen; het voeren van incidentele debatten; het verzoeken van uitstel; vorm en inrichting van schrifturen; het voorkomen van wijdlopigheid; en het inrichten van declaraties.