Aangezien het de koning ter ore is gekomen, dat immigranten die zich in Kleef en Mark hadden willen vestigen, daarvan afgezien hebben, uit vrees, dat zij of hun kinderen dienstplichtig zouden worden, verklaart hij nadrukkelijk, dat immigranten die zich in Kleef, Mark, Moers of Pruisisch Opper-Gelre willen vestigen van militaire dienst vrij zullen zijn; indien iemand een bedrijf in deze streken wil vestigen zal hem op zijn verzoek voor al zijn personeel een dergelijke vrijstelling worden verleend. Degenen die voor 1 juni 1740 uit vrees voor inlijving bij de krijgsmacht zijn uitgeweken, kunnen vrijelijk terugkeren.