Wegens gebrekkige naleving van (? 1726-04-06) en (? 1728-12-31) worden de voorschriften ten aanzien van het aangaan van schulden door kapiteins, subslaterne officieren, onderofficieren en gemene soldaten vernieuwd. Officieren mogen geen geldleningen aangaan zonder voorweten en instemming van hun superieuren, of goederen op krediet aangschaffen. Voor het aangaan van een hypothecaire lening is toestemming van een hogere officier echter niet vereist. Indien een officier zijn met voorweten van zijn superieur aangegane lening niet aflost, zal de superieur zorgen, dat de crediteur wordt voldaan, via inhouding op de wedde. Indien de officier uiteindelijk in gebreke blijft is de superieur die zijn instemming voor de lening gaf aansprakelijk. Overeenkomstige voorschriften gelden mutatis mutandis voor de lagere rangen. Indien kooplieden, brouwers, bakkers, herbergiers of andere burgers wegens weigering goederen, levensmiddelen of drank op krediet te leveren door militairen onheus bejegend worden, dan kunnen zij zich daarover bij de regimentscommandant beklagen, die vervolgens snelrecht dient toe te passen.