Zijne Majesteit verbiedt uit landsvaderlijke voorzorg adellijke vazallen, hoge en lage stiften, balies, domkapittels, kloosters, vrome stichtingen, steden en gemeenten boererijen zelf in exploitatie te nemen. Zij dienen op straffe van 100 dukaten boete vrijkomende boerderijen opnieuw met zelstandige boeren te bezetten. Dezelfde regel geldt ook voor koninklijke ambtenaren, die landerijen onder hun beheer hebben.