(? 1723-04-28), (? 1726-06-22) (? 1742-10-20)en (? 1744-07-08) ten vervolge worden strengere maatregelen afgekondigd ter voorkoming van bos- en heidebranden ten gevolge van onvoorzichtig vuur maken en tabak roken. Het edict richt zich o.a. tegen het vernielen van waarschuwingsborden tegen brandgevaar, het maken van vuur bij het vissen 's nachts, tijdens de oogst, bij het laden en lossen van gewassen, hooi, hout en turf, bij het dorsen, verhakselen en tot veevoer vermalen in schuren en gebouwen, voorzien van strodaken etc. Moedwillige overtreding van deze verboden wordt gestraft met de Spaanse mantel, gevangenis op water en brood, of drie maanden vestingstraf. De aanbrenger geniet een beloning van 25 thaler ten laste van de overtreder. De veroderning moet op de gebruikelijke plaatsen in de steden en dorpen worden gepubliceerd en bovendien worden aangeplakt bij herbergen en gasthuizen. Bovendien moet het edict tussen maart en september jaarlijks vier maal vanaf de kansel worden voorgelezen op zondagen, na de eredienst.